Mama woont in de tuin

Ouderen kiezen zelf waar ze willen wonen tegenwoordig.

„Waar je vroeger op jonge leeftijd in het verzorgingshuis terecht kon, kom je er nu niet zomaar meer in.”

Nederland, Schiermonnikoog, 28-07-'09; Huub (l) en Wil Barnhard zitten met hun zoon Huub en schoondochter Els aan tafel in hun huisje aan de Langestreek om de Noord. Huub jr en zijn vrouw verlenen mantelzorg aan hun (schoon)ouders (vader is bijna blind en erg slecht etr been, moeder is dementerend) en wonen in een klein huisje in de tuin. De gemeente Schiermonnikoog wil echter niet dat er gewoond wordt in de tuinen en wil de familie Barnard het huis uitzetten. Dit betekend dat de ouders het eiland moeten verlaten en apart in een verpleeghuis komen te zitten. Foto: Kees van de Veen Kees van de Veen/Hollandse Hoo>

Vanwege een verbouwing woonde mevrouw Verwijst een paar weken bij haar dochter in huis. Dát zou ze toch niet permanent willen. „We zaten veel te dicht op elkaar. We keken naar dezelfde televisieprogramma’s en als mijn dochter visite kreeg, kreeg die mij er standaard bij.”

Maar in een regulier bejaardenhuis wonen, dat wilde mevrouw Verwijst (in januari wordt ze 90 jaar) ook weer niet. „Ik ben altijd zelfstandig geweest, heb altijd voor mezelf gezorgd.” Daarom is de oplossing die ze nu hebben gevonden perfect voor iedereen. Mevrouw Verwijst woont in een mantelzorgwoning, in de tuin van het huis van dochter Anja van Gils, in het Brabantse Prinsenbeek.

Er zit een vijver tussen haar huis en de – verplaatsbare – woning van mevrouw Verwijst. Met allebei een eigen buitenzitje, zodat ieder wat privacy heeft. En zo hoeven de andere kinderen bijvoorbeeld niet per se langs hun zus, als ze alleen bij hun moeder op bezoek willen. Anja van Gils vertelt dat haar moeder al een tijd moeilijk ter been is. „Maar in de twee maanden dat ze hier woont, is ze al meer buiten geweest dan in het hele jaar ervoor.”

Het voorbeeld van mevrouw Verwijst laat zien dat het reguliere bejaardenhuis voor ouderen niet meer de standaard is, als ze niet langer helemaal zelfstandig kunnen wonen. „Ouderen nemen op alle gebieden het heft meer zelf in handen en bepalen dus ook zelf waar ze willen wonen”, ziet ook Yvonne Witter van het kenniscentrum wonen en zorg van de brancheorganisaties Aedes (wonen) en Actiz (zorg).

„Op een boerderij bij hun kinderen, in een woongroep of een hofje met meer senioren? Het kan allemaal.” Witter ziet het aantal alleenstaande ouderen groeien, en zij leven allemaal langer zonder al te veel lichamelijke beperkingen. En ook de tijd dat mensen mét beperkingen leven, neemt toe. „En waar je vroeger al op redelijk jonge leeftijd in een verzorgingshuis terecht kon, kom je er nu niet meer in.”

Het aantal ouders dat bij hun kinderen ín huis gaat wonen, daalt al jaren – nog maar 1 à 2 procent van de 65-plussers woont in hetzelfde huis als één van hun kinderen. Maar Anja van Gils ziet om haar heen wel steeds meer ouders in de buurt van hun kinderen wonen, of in een aanleunwoning of garage van de kinderen trekken. Haar vrienden willen hun ouders niet aan thuiszorg, of aan zorg in een verzorgingshuis overlaten. „Als je ziet dat je moeder maar één keer per week kan douchen, dan help je liever zelf, zodat het elke dag kan.”

De moeder van Anja van Gils huurt haar huisje van de woningcorporatie. Die kocht het verplaatsbare huis voor 130.000 euro van het bedrijf PasAan, dat de tijdelijke mantelzorgwoningen verkoopt. Haar eigen donkerhouten meubels staan erin, haar eigen schilderijen met goudkleurige lijsten hangen aan de muur. Als mevrouw Verwijst ooit overlijdt, dan kan het huis van 9 bij 6 meter bij een ander in de tuin worden geplaatst.

Ruud Dirkse, directeur van PasAan, krijgt elke dag vijf tot tien telefoontjes van geïnteresseerden. Niet eens de technische aanpassingen in zo’n tijdelijk huis (brede deuren, geen drempels en een aangepaste badkamer) zijn de belangrijkste overwegingen; nabijheid van de ouders en het sociale aspect geven de doorslag. „Het zijn meestal de kinderen die bellen”, vertelt Dirkse. „Want ouders denken vaak; met zoiets kan ik mijn kind toch niet lastigvallen?”

De bereidheid om bij de kinderen te wonen, is volgens onderzoek groot. Eenderde van de 55-plussers was daar enthousiast over, in een onderzoek van het voormalig ministerie van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Die ouderen vinden dan meestal hun eigen verzorging niet het belangrijkst; zij zien het juist zitten om veel contact met hun kleinkinderen te hebben en op te passen.

Anja van Gils zegde haar baan op om haar moeder te kunnen verzorgen; dat gaat nu veel makkelijker dan toen haar moeder nog op twintig minuten rijden woonde. „Ik loop gelijk even langs als ik zie dat de gordijnen ’s ochtends open zijn.” Die stap is volgens Yvonne Witter van het kenniscentrum woon en zorg niet altijd nodig, omdat buurtgenoten vaak ook bereid zijn om voor hun oudere buren te zorgen. Al zal in Nederland niet snel gebeuren wat Japanners doen, denkt ze: „Daar doen kinderen aan ‘zorgruil’. Als jij voor mijn moeder zorgt in jouw buurt, doe ik dat voor de jouwe bij mij om de hoek.”