Laat de borreltijd maar komen

In de Beethovenstraat in Amsterdam zat banketbakker, Oldenburg, die nu niet meer bestaat, helaas. Ze hadden er geweldige zoute koekjes, zoals de kaaskoekjes met cashewnoot. Oh wat waren die lekker. Klein, een beetje dik, bros, hartig en dan bovenop die zoetige noot. Meestal zijn zoute koekjes behoorlijk smerig, omdat ze zo vaak waardeloos zijn uitgevoerd.

In de Beethovenstraat in Amsterdam zat banketbakker, Oldenburg, die nu niet meer bestaat, helaas. Ze hadden er geweldige zoute koekjes, zoals de kaaskoekjes met cashewnoot.

Oh wat waren die lekker. Klein, een beetje dik, bros, hartig en dan bovenop die zoetige noot.

Meestal zijn zoute koekjes behoorlijk smerig, omdat ze zo vaak waardeloos zijn uitgevoerd. De enge bordkartonnen koekjes die je in pakjes bij de supermarkt koopt, de taaie stengeltjes, de veel te zoute slappe krakelingen, de kruimelige, met oude noten beplakte jan hagelachtigheden – je wilt er nog niet dood mee gevonden worden. En zelfs menige banketbakker gooit er met de pet naar.

Sommige banketbakkers bakken ze wel. In de Amsterdamse Van Baerlestraat bevindt zich een vestiging van het yogataarten-imperium van Arnold Cornelissen. Alles wat ze daar bakken is lekker (de gemberboterkoek!) maar de zoute koekjes verdienen een extra gunstige vermelding.

Ze hebben er ook kaasbolletjes met cashewnoten – de hunne hebben een iets uitgesprokener kerriesmaak. Ook erg lekker.

Als je ruim tweehonderd kilometer van Amsterdam woont, helpt die wetenschap helaas niet. Integendeel, die maakt onrustig. De borreltijd dient zich dezer dagen erg nadrukkelijk aan, met duisternis en mistigheid en immense stilte over het platteland en dan denk je al gauw: weet je wat, ik doe de lichtjes aan, ik zet muziek op, ik schenk mijzelf een glaasje whisky in en ik neem daar een kaaskoekje bij.

Kaaskoekjes met cashewnoot

80 g pittig belegen kaas, geraspt
20 g belegen of oude nagelkaas, geraspt
100 g zachte boter
100 g bloem
1 tl zout
½ tl gemalen komijn
versgeraspte nootmuskaat
versgemalen peper
2 el melk
1 losgeklopt ei
cashewnoten

Maar waar o waar haal je uit de klei een kaaskoekje?

Stomme vraag. Uit de oven natuurlijk.

De ijskast had het al een poosje aangekondigd, want daarin lagen al enige tijd restjes kaas waar niets anders mee te beginnen viel dan raspen.

Hallo! riep de ijskast. Gebeurt er nog wat met die kaas?

Dus toen ik om een uur of vijf, hongerig thuisgekomen van een wandeling in de lichtgrijze druilerigheid, zag dat de borreltijd niet al te lang meer op zich zou laten wachten, ondernam ik actie.

Keukenmachine op het aanrecht en fluks de kaas geraspt. 100 gram. Een beetje oude kaas, een beetje belegen en een frummeltje nagelkaas. Een mooi uitgangspunt.

Verwarm de oven voor op 175 graden. Meng de geraspte kaas door de zachte boter. Maal er royaal peper over, voeg de komijn toe, de nootmuskaat en het zout. Zeef de bloem boven de kaasboter en meng die met het scheutje melk tot een zacht beslag.

Leg bakpapier op een bakplaat en vet dat dun in met olie. Schep het beslag in een spuitzak en knijp met een groot glad spuitmondje, of eventueel helemaal zonder, kleine blopsjes beslag op de bakplaat. Bedenk dat koekjes altijd groter worden tijdens het bakken.

Druk in elk hoopje beslag een cashewnoot en besmeer elk koekje met losgeklopt ei.

Bak de koekjes een kwartier en laat ze helemaal afkoelen.

Schenk de whisky in.