Ja joh, nóg een camera erbij

De ene na de andere gemeente hangt camera’s op voor meer toezicht.

Raar, want iemand onder invloed van alcohol trekt zich niets van zo’n camera aan.

Cameratoezicht in Groningen heeft niet geleid tot een afname van geweldscriminaliteit in het centrum, zo bleek uit een onderzoek dat eind oktober werd gepresenteerd. Het aantal geweldsdelicten steeg in drie jaar tijd met twaalf procent. Groningen gaat desondanks door met het cameraproject en wil, tegen het advies van de onderzoekers in, ook camera’s ophangen in delen van het centrum waar nog geen camera’s hangen.

Groningen is niet de enige gemeente die cameratoezicht wil uitbreiden: een analyse van nieuwsberichten in 2009 en 2010 laat zien dat 44 Nederlandse gemeenten nieuwe camera’s hebben opgehangen of bestaande cameraprojecten hebben verlengd of uitgebreid. Als het aan het nieuwe kabinet ligt, zal dit aantal de komende jaren verder stijgen. In het regeerakkoord staat in het hoofdstuk over veiligheid: ‘Er komt meer cameratoezicht.’ De nieuwe minister van Veiligheid en Justitie gaat hier niet over – de gemeenteraad moet de burgemeester toestemming geven – maar de boodschap is duidelijk: hoe meer camera’s, hoe beter.

Uit dezelfde analyse blijkt dat acht gemeenten na discussie hebben besloten géén cameratoezicht in te voeren. De argumenten zijn divers: te duur, te zwaar middel, kost te veel tijd, eerst andere maatregelen een kans geven. De gemeente Heerhugowaard is een bijzonder voorbeeld: hier oordeelde het OM dat de problemen niet groot genoeg waren om cameratoezicht te rechtvaardigen. De gemeente was not amused en besloot een aantal beveiligers in te huren, om overlastgevers direct aan te spreken op hun gedrag. Dit werkte zo goed dat de gemeente eind oktober besloot hun contract te verlengen en verder af te zien van camera’s.

De gemeenten die geen camera’s ophangen krijgen steun uit wetenschappelijke hoek. Evaluaties in binnen- en buitenland concluderen keer op keer dat cameratoezicht nauwelijks effect heeft op (gewelds)criminaliteit en overlast. De belangrijkste reden hiervoor lijkt te zijn dat mensen onder invloed van alcohol, drugs of hevige emoties zich nauwelijks iets aantrekken van cameratoezicht. Ook achteraf blijken camerabeelden – enkele uitzonderingen daargelaten – weinig op te leveren. In het Verenigd Koninkrijk toonde politieonderzoek aan dat er jaarlijks één misdaad wordt opgelost per duizend camera’s.

Dat dit soort kennis niet doorwerkt in de besluitvorming, bleek in Amsterdam-West, waar vorige week camera’s zijn opgehangen. Toen er een glas werd gegooid naar de stadsdeelvoorzitter, terwijl zij op straat werd geïnterviewd, was de maat vol. Hier was cameratoezicht nodig en wel direct. Het feit dat dit incident werd gefilmd en dat de dader zich niets van de camera aantrok, speelde geen rol.

Waarom kiezen gemeenten voor camera’s als ze meestal niets opleveren? Het antwoord moet worden gezocht in de symbolische waarde van cameratoezicht. Door camera’s op te hangen toont een gemeente daadkracht. Ook komen ze tegemoet aan de roep vanuit de bevolking om concreet en zichtbaar iets te doen tegen criminaliteit en overlast.

Gemeenten moeten zuinig met de beperkte middelen omgaan. Cameratoezicht kán werken, maar als de afgelopen vijftien jaar ons iets leren is het wel dat het niet vanzelf gaat. Je moet vooraf precies weten hoe, waar en voor hoe lang cameratoezicht het gedrag van criminelen en overlastgevers in positieve zin moet bijsturen. Vervolgens moet je de camera’s op de juiste plek ophangen en de organisatie achter de schermen zo inrichten dat de beoogde gedragsbeïnvloeding wordt gerealiseerd, live of achteraf. Dat is ingewikkeld, maar criminaliteit is nou eenmaal een ingewikkeld fenomeen. Gemeenten die dit te veel moeite vinden, kunnen hun geld beter aan wat anders uitgeven.

Sander Flight is partner bij onderzoeks- en adviesbureau DSP-groep, dat zich o.a. bezighoudt met veiligheidsbeleid.