Het water kan nergens heen

Zuid-Nederland en België kampten afgelopen weekend met wateroverlast.

Dat kwam niet alleen door de regen, maar ook door de mensen, net als in 1953.

Rivieren treden buiten hun oevers, beken en kanalen stromen over in België en Zuid-Nederland. De verwondering is groot. De zuidelijke Nederlanden waren toch veilig jegens wateroverlast? Dijken zijn immers verzwaard en verhoogd. Eens meanderende beken gekanaliseerd om snelle waterafvoer te garanderen. Zo luidt de gangbare gedachte.

In de berichtgeving door deskundigen van de waterschappen wordt de overvloedige regenval als belangrijkste oorzaak aangewezen. Dat is slechts ten dele waar. Waterschappen negeren de ondergrondse, onzichtbare bewegingen van het water. Water heeft ruimte nodig. Zichtbare ruimte, maar zeker ook onzichtbare ruimte. In Nederland is die ruimte eeuw na eeuw beperkt. Polders, dijken, nog meer polders, met beton volgestorte bedrijventerreinen, wegen, stadsuitbreidingen: al deze menselijke bouwactiviteiten zijn van invloed op de waterhuishouding, met alle gevolgen van dien. Een klein, maar dramatisch detail: onderzoek heeft uitgewezen dat de Watersnoodramp van 1953 niet alleen door de zee is veroorzaakt, zoals altijd wordt beweerd. Voor mijn onderzoek naar de noodzaak van wildernissen in Nederland ben ik documenten tegengekomen waarin de grootscheepse inpolderingen in Zuid-Holland en Zeeland mede schuldig zijn aan de ramp. Niet alleen de Noordzee dus, maar mensenhand. Ook het onzalige besluit de sluizen van het Haringvliet dicht te houden (nrc.next, 17 november) druist in tegen de kracht van waterbewegingen.

Knechting van rivieren, bedijking, kanalisatie, inpoldering en roofbouw op de onmisbare weidsheid van het landschap zijn de hoofdoorzaak van de huidige wateroverlast. Huizen met diepe, betonnen kelders of wegen en spoorlijnen die via tunnels onder de grond duiken zijn van doorslaggevende invloed op de ondergrondse waterhuishouding. Op een eilandje in Rijkel, Noord-Limburg, stonden negen paarden samengedrongen, omringd door de aanzwellende Maas. Achter de dieren doemde een grote stal op tussen de bomen. Die stal vlak aan de rivier roept vragen op. Die vierkante meters beton, steunend op betonnen fundamenten, kunnen niet anders dan de natuurlijke bewegingen van water verstoren.

Teneinde wateroverlast te voorkomen heeft Rijkswaterstaat aldoor gekozen voor dijkverzwaring en -verhoging, vaak met in landschappelijk opzicht noodlottige gevolgen. Natuurlijke waterbergingen, zoals kolken en wielen achter de dijken, zijn rücksichtslos vernietigd. Juist die boezems zijn onontbeerlijk. Nu dreigt er, vanuit Den Haag, een nieuw gevaar dat wateroverlast kan veroorzaken. Het kabinet heeft drastische bezuinigingen aangekondigd in de sector van natuur en landschap. Instanties als Staatbosbeheer, Natuurmonumenten en het Wereld Natuur Fonds (WNF) zien de maatregelen met zorg tegemoet. Staatsbosbeheer moet zelfs tientallen miljoenen derven.

Een van de meest rampzalige beslissingen is het afschaffen van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Deze ‘robuuste verbindingszones’ tussen natuurgebieden moeten de migratie van dieren bevorderen. Zo zouden bijvoorbeeld herten uit de Oostvaardersplassen ongehinderde passage naar de Veluwe krijgen. Dit jaar moest de EHS 750.000 hectare natuurgebied beslaan. Dit is bij lange na niet gerealiseerd. Het afschaffen van de EHS is pure kapitaalvernietiging. Ecoducten, zoals over de A1 ter hoogte van Beekbergen, die al zijn aanbesteed worden voltooid, maar er is geen achterland waar de dynamische faunapopulatie heen kan. Volgens een beheerder van het Beekbergerwoud van Natuurmonumenten gaan we „dertig jaar terug in de tijd”.

Het lijken twee incidenten, de wateroverlast en het tenietdoen van de EHS. Maar de samenhang is logisch. De robuuste ruigtes die natuurgebieden moeten verbinden, gaan versnippering van ons land door bedrijventerreinen, wegenaanleg en industrialisatie tegen. Ze verbinden oorspronkelijke landschappen met elkaar of welbewust gecreëerde nieuwe wildernissen. Net zoals dieren migreren en ruimte nodig hebben, heeft water ruimte nodig vrijuit te kunnen stromen, al zijn die stroombewegingen voor het menselijk oog niet zichtbaar. Afschaffing van de EHS en extreme bezuinigingen op natuurbehoud bevorderen de verregaande betonnering en asfaltering van ons landschap. Waterlopen ondervinden hinder van al dat verticale en horizontale beton. Het kan geen kant op. Het stijgt. En we spreken van „wateroverlast door hevige regenval”. Dat is dus een foute redenering. In plaats van weer aan te komen met extreem kostbare dijkverzwaring moeten kabinet en ministeries tot één besluit komen, dat voor het Nederlandse landschap en de samenleving een levensvoorwaarde is: schaf de EHS niet af, bezuinig niet op de natuur.

Kester Freriks is schrijver van romans en natuurboeken. Recent verscheen ‘Verborgen wildernis. Ruige natuur en kaarten in Nederland’.

    • Kester Freriks