Het eiland van de vorige dag

Een economisch probleem is het, en ook een politiek probleem. Maar fundamenteel is de Europese schuldencrisis ook nog steeds een bankencrisis. Want wat lost een redding van Ierland op? Dublin is de gevangene van de garantie die het twee jaar geleden, in het oog van de kredietcrisis, gaf op de passiva van zijn banken: niet alleen de deposito van burgers en bedrijven, maar ook de leningen waarmee de banken zich financierden. De rest van Europa moest daar gedeeltelijk in mee, want anders zouden geschrokken consumenten al hun geld naar Ierland sluizen. Londen was destijds des duivels over de Ierse zet.

Ierland lijkt steeds sterker op IJsland: de banksector was zo groot geworden, en zo riskant, dat die nu de overheid én de samenleving nog steeds in gijzeling houdt. En de rest van de eurozone, overigens. Van alle liquiditeitssteun die de Europese Centrale Bank verleent aan de banksector, gaat maar liefst een kwart naar Ierse banken.

Het geld dat Ierland hoe dan ook van zijn buren nodig zal hebben, zal voor het grootste deel verdwijnen in de put van de her- kapitalisering van zijn financiële sector. De kans dat het land er zelf uitkomt lijkt op dit moment nihil. Bezuinigen op de voorgenomen schaal nekt de economie, drukt de belastinginkomsten en maakt het probleem van de Ierse overheidsfinanciën, met een tekort van 17 procent van het bbp exclusief en 32 procent inclusief de bankensteun, wellicht alleen maar groter.

Dat is linke soep. Afgelopen vrijdag, toen op de Europese obligatiemarkten de zaak volledig uit de hand liep, haastten de Europese leiders zich na afloop van de G20 in Seoul te verzekeren dat houders van bestaande staatsschuld, ook Ierse, geen verliezen zouden lijden.

Was de redding van de financiële sector in 2008 al een beloning van riskant gedrag, dwars over die tekst van vrijdag stond MORAL HAZARD geschreven in duurzame chocoladeletters. Speculeer er gerust op los, heren bankiers, wij tikken aan het eind van de avond wel af.

Maar wacht eens even: als de markten bondskanselier Merkel en president Sarkozy vrijdag daadwerkelijk hadden geloofd, dan stond de rente op Ierse tienjarige staatsobligaties per nu op het Duitse niveau van vlak onder de 3 procent. Er is immers een ijzeren garantie?

Toch staat de rente nog steeds boven de 8 procent. Conclusie: de markt gelooft het niet. Die gaat er simpelweg niet van uit dat Ierland zijn schulden volledig terugbetaalt. Kijk, als de toonaangevende Ierse tienjarige staatslening zoals vroeger iets meer dan het huidige Duitse renteniveau – zeg 3,3 procent – zou hebben, dan zou zij 1.220 euro kosten. Maar zij kost, bij de huidige werkelijke marktrente van 8,4 procent, 780 euro. De markt houdt rekening met een verlies van zo’n 36 procent. De enige reden daarvoor kan zijn dat de markt er, ondanks alle toezeggingen en mondelinge garanties, kennelijk niet van uitgaat dat al het geld terugkomt. Misschien omdat Ierland niet elke euro terugbetaalt. Misschien omdat Ierland wel betaalt, maar niet langer in euro’s, maar in de eigen valuta die Ierland na het verlaten van de euro zou krijgen. Of dat nu new Punts worden of Dubloons.

Want wie weet hebben de Ierse kiezers er over een tijdje, als de draconische bezuinigingen hun land veranderen in de achterblijver die het was toen het lid werd van de EU, genoeg van in armoede de problemen van hun banken mee te torsen. En besluiten die kiezers per referendum de staatsschuld of de buitenlandse steun simpelweg niet helemaal terug te betalen. Wat de gevolgen ook zijn. Dat is al niet meer zonder precedent. Nederland wacht per slot van rekening nog steeds op zijn 1,3 miljard euro uit IJsland. Het andere eiland waar de banksector de samenleving volledig boven het hoofd groeide.

Maarten Schinkel