Een plaatje

Sinterklaas is weer onder ons, wie zal het durven ontkennen?

Op het Beursplein in Amsterdam had men de grootste (sport)schoen ter wereld voor hem gebouwd, 5,5 meter lang, 2.90 meter hoog en 2,11 meter breed, een replica van een originele Converse Chuck Taylor All Star – als het u wat zegt.

Daarmee is weer eens een Guinness World Record gebroken, maar dat is niet het belangrijkste doel van de initiatiefnemer, het Nationaal Fonds Kinderhulp. Dat fonds wil die schoen symbolisch vullen met giften voor kansarme kinderen. Wie 20 euro overmaakt naar www.degrootsteschoen.nl bezorgt al één kind een leuke pakjesavond.

Er zijn slechtere doelen op aarde, bedacht ik, en ik liet me door de dixielandmuziek van de Pepernotenband – een stuk of vijftien enthousiaste Zwarte Pieten – voortstuwen naar de Dam en de vlak daarachter gelegen muziekzaak Fame.

Ik stond op de afdeling popmuziek net over de bakken met cd’s gebogen, toen een lange gestalte zich aarzelend bij mij voegde. Het was een magere vrouw in een lange, grijze winterjas. Ze moest diep in de tachtig zijn, ouder in ieder geval dan mijn eigen moeder was geworden. Aan haar moest ik meteen denken, want mijn moeder zou in zo’n lawaaierige muziekzaak een even onwaarschijnlijke verschijning zijn geweest. Als een pinguïn op de Wadden.

„Ik zoek een plaatje voor mijn kleindochter”, zei ze. „Voor Sinterklaas. Ik ben alleen de naam vergeten. Het was een zangeres.”

„Zou het u te binnenschieten als ik wat cd’s liet zien?” vroeg ik. Het woord ‘plaatje’ had een golfje nostalgie bij me opgewekt, maar ik besloot het toch maar niet over te nemen.

„Misschien. Ze heeft me één plaatje laten zien met een foto van die vrouw erop.”

Aandachtig drentelden we langs de bakken, ik voorop. Het leek me een mission impossible, maar who cares? (Engels is in de popmuziek de voertaal, dus ik mag niet achterblijven.) Af en toe bleef ik stilstaan bij een bordje met een bekende naam, zoals je dat ook op kerkhoven doet. Edie Brickell, Kate Bush, Cheryl Cole, Sheryl Crow…Ik tilde hier en daar een cd’tje half omhoog om de foto van de zangeres te laten zien.

„Nee…ik geloof het niet”, zei de vrouw dan.

„Wat voor muziek was het? Heeft ze het nog voor u gedraaid?”

„Eén nummertje. Het was in het Engels. Ik vond er eerlijk gezegd helemaal niets aan. Een vlakke stem en veel gedreun op de achtergrond. Maar ja, ik heb nooit van pop gehouden, ik ben dol op klassiek. Ik vond de muziek van mijn dochter al afschuwelijk.”

„Ik denk dat ik u niet kan helpen”, zei ik. „Wat ik u hier laat zien is eigenlijk al te oud voor uw kleindochter. Het zijn inmiddels dames van middelbare leeftijd.”

„Wat jammer nou”, zei ze. „Dan moet ik toch nog maar even vragen wat ze precies bedoelde.”

„Kent u Ilse de Lange?” Ik weet niet waarom ik het vroeg, het was een ingeving.

Ze keek me bijna blij aan. „Ja…dat blonde meisje. Ik zie haar wel eens op tv. Ik vind het zó’n leuk kind met dat Twentse accent. Het is niet mijn muziek, maar toch doet het me wat als ik haar hoor zingen. Zouden ze hier ook plaatjes van haar hebben?”

Ik wees haar de weg. Tien minuten later zag ik haar weer bij de kassa. Ze had een cd-tje van Ilse de Lange in haar hand. „Voor mezelf’”, zei ze trots.