Duitsers zien nieuw Nederland

Wilders’ invloed in Den Haag verandert de relatie met de belangrijkste buur, Duitsland. Wat heeft premier Rutte morgen in Berlijn uit te leggen?

Als de nieuwe Nederlandse minister-president, Mark Rutte, morgenochtend een bezoek brengt aan bondskanselier Angela Merkel van Duitsland zal er publiekelijk vermoedelijk geen onvertogen woord vallen. En toch zijn er zorgen aan Duitse kant. De algemene indruk in Berlijn is, dat de Nederlandse politiek ingrijpend veranderd is nu Rutte’s kabinet gesouffleerd wordt door Geert Wilders. Hij heeft bij Duitse politici wegens zijn anti-islamitische opvattingen geen goede naam.

Wilders’ recente bezoek aan Berlijn is niet onopgemerkt gebleven. Alle Duitse media waren voor die gebeurtenis begin oktober uitgelopen. Vorige week werd Wilders door het invloedrijke weekblad Der Spiegel geïnterviewd. In dat gesprek verwijt hij Merkel dat ze „een kopie” uitprobeert van zijn eigen politiek. „Merkel is bang. Omdat uit peilingen blijkt dat een charismatische persoonlijkheid [met een tegen de islam gekeerde politiek, red] net als in Nederland op twintig procent van de stemmen kan rekenen.”

Dat is een nieuw en schel geluid in de Duits-Nederlandse relatie; een toon die na de Tweede Wereldoorlog niet eerder zo scherp was. Merkel zei in een ongebruikelijk harde reactie op de Nederlandse kabinetsformatie dat ze de samenwerking van de Nederlandse christen-democraten en liberalen met Wilders’ PVV „betreurt”. Haar partijgenoot Ruprecht Polenz, buitenlandspecialist van de christen-democratische CDU in de Bondsdag, zei dat Wilders „met zijn vijandigheid jegens de islam en zijn populisme” de samenleving splijt. De Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, noemde de politiek van Wilders „volkomen de verkeerde weg in de wereld van de 21ste eeuw”.

De Duits-Nederlandse naoorlogse relatie was weliswaar lang getekend door Nederlandse wrok over de oorlog en de bezetting, maar de groeiende wederzijdse handelsbetrekkingen maakten dat beide landen politiek en maatschappelijk nader tot elkaar kwamen en uiteindelijk een verhouding kregen die tot op heden gekenmerkt wordt door grote gezamenlijke belangen en vanzelfsprekende vriendschap. De oorlog is op de achtergrond geraakt. Op de voorgrond is de economie gekomen, de culturele relatie, het toerisme en natuurlijk het feit dat Louis van Gaal, Arjen Robben en Mark van Bommel in Duitsland nieuwe voetbalhelden zijn. Minder bekende Nederlanders als Johan Simons (intendant van de Münchner Kammerspiele) en Marijn Dekkers (bestuursvoorzitter van het farmaceutische concern Bayer) doen voor hen niet onder.

Maar als je nu met Duitse politici, collega’s en kennissen praat, komen steeds dezelfde vragen naar boven. Wat is er toch met Nederland aan de hand? Wat wil Geert Wilders en wat betekenen zijn macht en invloed voor de Duits-Nederlandse betrekkingen? Ook de Nederlandse ambassadeur in Duitsland, Marnix Krop, werd laatst op een podiumdiscussie van het Goethe Instituut gevraagd naar de politieke situatie in zijn vaderland. Krop verwees naar de kiezer: die heeft gesproken en de politiek moet met zijn voorkeur terdege rekening houden.

Beide landen doen hun best om niet naar de verschillen te zoeken, maar te wijzen op de zaken die verbinden. Allereerst de wederzijdse handel: op economisch gebied zijn Nederland en Duitsland samengeklonken door goederen- en kapitaalstromen die in West-Europa hun gelijke niet hebben (Zie kader). Maar ook op dit gebied zijn vragen gerezen. Een Duitse ondernemer informeerde laatst ongerust of Wilders ook van plan is zich met de buitenlandse handel en investeringen te gaan bezighouden.

Duitsland reageert gevoelig op de macht van de „rechtse populist” Wilders. Zijn naam wordt in één adem genoemd met die van oud-politicus Thilo Sarrazin, die met zijn onlangs verschenen boek Deutschland schafft sich ab – over de zijns inziens mislukte integratie van moslims – een felle discussie heeft losgemaakt. Op het hoogtepunt daarvan, een maand geleden, kwam Wilders naar Berlijn. Voor een enthousiast gehoor zei hij dat de huidige generatie Duitsers niet verantwoordelijk is voor de wandaden van de nazi’s. Voor veel Duitsers is de oorlog nog steeds een ijkpunt voor een omzichtige omgang met minderheden.

Wilders is „een onbekende en mogelijk onberekenbare factor”, zoals een Duitse diplomaat, die anoniem wil blijven, het uitdrukt. Nederland en Duitsland hebben met veel zaken altijd op dezelfde lijn gezeten, maar op enkele belangrijke gebieden zullen de piketpalen opnieuw de grond in moeten. „Tijdens Europees overleg kijken Duitsland en Nederland toch altijd naar elkaar. Dat kan veranderen als Wilders z’n anti-Europese ideologieën weet door te zetten in het Nederlandse beleid”, zegt de diplomaat.

Toch overheerst het vertrouwen. De Duits-Nederlandse relatie kan tegen een stootje. En over Rutte’s kabinet zul je hier geen slecht woord horen. Bovendien is een niet onaanzienlijk aantal Duitsers het eens met het ‘Wilderiaanse’ gedachtegoed, getuige de grote respons op Thilo Sarrazins boek over de integratie van moslims.

Duitse politieke partijen en maatschappelijke organisaties lijken zich dat te realiseren. „Nederland loopt tien jaar op ons vooruit met immigratie en integratie. We kunnen van jullie fouten leren”, zegt Dirk Stegemann van de Berlijnse actiegroep ‘Rechts populisme stoppen’. Het wordt in Duitsland dezer dagen vaker gezegd: leren van Nederland. Ook dat kan van betekenis zijn voor de Duits-Nederlandse verhouding.