'Bernhard ontsnapte aan aanslag'

Prins Bernhard is in 1942 ternauwernood ontsnapt aan een moordaanslag door een Engelse communist. Tijdens een bezoek aan een aluminiumgieterij in de buurt van Nottingham trok een van de arbeiders een pistool om de ‘fascistische’ prins van Duitsen bloede neer te schieten. Omstanders wisten hem te overmeesteren, waarna Bernhard zijn rondgang vervolgde.

Deze mislukte aanslag is de belangrijkste historische vondst uit het vierde deel van de biografische stripreeks Agent Orange van Erik Varekamp en Mick Peet dat vandaag verschijnt. In dit deel wordt de levensloop van Bernhard tussen mei 1940 en eind 1942 gepresenteerd.

Varekamp kwam het verhaal over het bijna noodlottige fabrieksbezoek van de prins tegen in een door de BBC verzamelde collectie van oorlogsverhalen van gewone Britten. Een medewerker van de fabriek diste de anekdote op in de marge van zijn eigen levensverhaal. „Ik kon mijn ogen niet geloven”, zegt Varekamp. „Bernhard heeft tijdens de oorlog talloze bijna-doodervaringen gehad, voornamelijk door als piloot neer te storten, maar dit verhaal is in geen enkele biografie terug te vinden. Je verbaast je er elke keer weer over hoeveel geluk die man heeft gehad.”

In de rest van het boek gaan Varekamp en Peet uitgebreid in op de zogenoemde ‘stadhoudersbrief’. Bernhard zou in 1942 een brief aan Hitler hebben geschreven waarin hij de Führer aanbiedt als stadhouder te fungeren in bezet Nederland. Bernhard heeft het bestaan van deze brief altijd ontkend en loofde zelfs een miljoen euro uit voor degene die ermee op de proppen zou komen.

De auteurs kijken nu al uit naar de volgende delen van de reeks. ‘Bernhardmoeheid’ is hun vreemd, zegt Varekamp. „Die man is van zichzelf al een stripfiguur. Een betere hoofdpersoon kunnen we ons niet wensen.”