Weelde aan stijlen in France 1500

France 1500, entre Moyen Âge et Renaissance, Grand Palais Parijs, t/m 10/1.Inl: grandpalais.fr ****

Is dit het werk van een Vlaamse primitief? Op het schilderij getiteld De Annunciatie, van rond 1490, overheersen het groen, het rood en het blauw. En het gezicht van Maria zou door Memling geschilderd kunnen zijn. Maar het interieur op het schilderij wekt een heel andere indruk. De klassieke zuil en de bogen, precies in het juiste perspectief, suggereren dat het om een Italiaans renaissancewerk gaat.

Het schilderij van Jean Hey, een Vlaming die in Frankrijk werkte, verbeeldt het kantelpunt tussen Middeleeuwen en Renaissance, op de grens van Noord- en Zuid-Europa. Dat is het thema van de tentoonstelling France 1500, Entre Moyen Âge et Renaissance, in het Grand Palais in Parijs, waar het werk van Hey nu is te zien.

In het Grand Palais - waar momenteel ook een grote Monet-expositie plaatsvindt - tonen de samenwerkende Franse nationale musea 200 kunstwerken, gemaakt in Frankrijk rond het jaar 1500. De tentoonstelling is opgezet in samenwerking met The Art Institute in Chicago, waar de expositie dit voorjaar heen verhuist.

Frankrijk kende in de decennia na de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) een periode van economisch herstel, bevolkingsgroei en grote culturele bloei. Het land profiteerde sterk van zijn ligging tussen Italië en de Lage Landen, waar rond 1500 de meeste vernieuwingen op het gebied van beeldende kunst werden voortgebracht.

De tentoonstelling laat mooi zien hoe het werkgebied van kunstenaars uit de Lage Landen zich ver naar het Zuiden uitstrekte. De Vlaming Hey werkte in Lyon en Moulins voor de hertogen van Bourbon. En ook de ‘Maître de Saint-Gilles’, die schilderde in Parijs, heeft hoogstwaarschijnlijk een (zuid-) Nederlandse oorsprong. Vier van zijn schitterende altaarpanelen met heiligen, die één werk vormen maar in het bezit zijn van verschillende musea in Londen en Washington, zijn nu samengebracht in het Grand Palais. Voor even vormen ze een geheel.

De Franse koningen vochten vaak in Italië en keerden terug met kunstwerken en zelfs kunstenaars. In Frankrijk ontmoetten Noord- en Zuid-Europese kunst elkaar. Het interessantst zijn de werken waarop dat goed zichtbaar is. Zoals een typisch laat-middeleeuws wandkleed (rond 1490) uit de Zuidelijke Nederlanden of Picardië, maar met een Minerva in de stijl van Botticelli.

De curatoren van de tentoonstelling in het Grand Palais verzetten zich tegen het „foute” idee van een „breuk” tussen de Middeleeuwen en Renaissance rond 1500, zo is meteen bij binnenkomst op de muur te lezen. Het gaat de samenstellers niet om de grote lijnen van de geschiedenis, maar om de kunstwerken zelf, elk in zijn specifieke context. Daarom hebben ze bewust niet gekozen voor een chronologische opzet.

In het eerste gedeelte van de tentoonstelling zijn de werken gegroepeerd naar regio en mecenas, bijvoorbeeld het Loiredal en Anne van Bretagne. In het tweede en derde gedeelte worden stilistische aspecten en de invloed uit het Noorden en het Zuiden van Europa behandeld.

Deze aanpak heeft als voordeel dat de enorme weelde aan stijlen, technieken en invloeden in de kunst in Frankrijk rond 1500 goed tot zijn recht komt. Een puur chronologische indeling zou beknellend werken. Het nadeel van de opzet is er niet veel historische houvast is. Juist omdat Europa rond deze eeuwwisseling werd gekenmerkt door snelle artistieke en technologische vernieuwing.