Voetballen in Süper Lig is de droom

Nederland speelt vanavond een oefenwedstrijd tegen de nationale ploeg van het voetbalgekke Turkije. Turken in Nederland spelen liever in de Süper Lig dan in de eredivisie.

09-02-2005 engeland - nederland 0-2 ugur yildirim 20x30 Stanley Gontha

Turken zijn veel minder geïntegreerd in het Nederlandse betaald voetbal dan Marokkanen. Slechts een handvol profs met Turkse wortels is dit seizoen actief op het hoogste niveau. De modale verdediger Muslu Nalbantoglu van De Graafschap is de bekendste. Daarentegen acteren tal van in Nederland opgegroeide Marokkanen onder wie Ibrahim Afellay (PSV), Mounir El Hamdaoui (Ajax) en Karim El Ahmadi (Feyenoord) bij grote clubs in de eredivisie.

Guus Hiddink, de Nederlandse bondscoach van Turkije, heeft er aan de vooravond van het oefenduel met Oranje geen verklaring voor. „De constatering dat Marokkanen het beter doen dan Turken is juist, maar een antwoord op de vraag hoe dat komt heb ik niet”, stelt de trainer, die ooit bij het Turkse Fenerbahçe werkte. „Dat zou onderzocht moeten worden.”

Uit een rondgang van NRC Handelsblad langs Turkse begeleiders, trainers, actieve voetballers en oud-profs kwamen verschillende oorzaken naar boven. Fuat Usta, de huidige assistent van Hiddink, schetst de kern van het verschil tussen Turken en Marokkanen. „Voor Turken die in de schijnwerpers willen staan is Istanboel the place to be. Dat is niet alleen zo voor zangers, artiesten en intellectuelen, maar ook voor voetballers. Daar is het grote geld en de aandacht van de media. Spelen in Turkije is de grote droom van iedere Turk. Daar groeien ze mee op. De Marokkaanse voetbalcompetitie is van een heel andere orde. Die heeft geen aantrekkingskracht op voetballers uit Nederland.”

Usta is een van de talloze Turkse profs die het Nederlandse betaald voetbal verruilde voor een droomcontract in de Süper Lig. De nu 38-jarige coach stapte in 1995 van Fortuna Sittard over na het grote Besiktas. Het draaide uit op een desillusie. Na een snelle trainerswissel zag zijn toekomst er direct anders uit. In anderhalf jaar tijd kwam Usta niet verder dan twee volledige wedstrijden en vier invalbeurten. Hij keerde terug naar Nederland en vervolgde zijn loopbaan bij Fortuna Sittard, Cambuur, Sparta Rotterdam, FC Jokerit en MVV, om af te sluiten bij Fortuna Sittard. „Jonge Turkse spelers in Nederland kiezen veel te snel voor Turkije”, zegt Usta. „De verschillen worden enorm onderschat. Je kunt beter eerst een basis leggen in Nederland.”

Ali Topsan, die via een stichting tientallen Turkse voetballers in Nederland en Turkije begeleidde, beaamt de woorden van Usta. Topsan wil jonge profs behoeden voor de ellende die hij zelf heeft ondervonden. Zo wijst de pedagoog uit Eindhoven op de dominante rol die Turkse ouders vaak vervullen. Ook Topsans vader was een fanatiek voetbalfan en droomde van een succesvolle carrière voor zijn zoon. School was van ondergeschikt. Het beoogde contract bij Boluspor, de favoriete club van zijn vader, bleek echter niet haalbaar. Een blessure brak zijn carrière in de dop. „Een goede begeleiding van Turkse spelers is zo belangrijk”, zegt Topsan. „Er komt zoveel bij kijken om door te breken als voetballer. Ouders denken al snel dat hun zoon het zal gaan maken als die in de jeugd van Ajax of PSV speelt. Alleen de grootste clubs in Turkije zijn dan goed genoeg.”

Salih Yildiz geldt in de jaren negentig als tiener als een van de grote beloften van het Amsterdamse Ajax. Als een doorbraak echter uitblijft kiest de voetballer voor een overgang naar Vitesse waar Leo Beenhakker dan werkzaam is. Als voormalige coach van het Turkse Istanbulspor weet hij de juiste snaar bij Yildiz te raken. „Beenhakker begreep me, maar ik kreeg in Arnhem te maken met trainer Edward Sturing. Het is misschien vreemd om te horen, maar in mijn ogen had hij een hekel aan me. Ik kreeg geen kans”, zegt Yildiz.

Als het Turkse Denizlispor bij een bekerduel tussen het tweede van Vitesse en het eerste van FC Twente op de tribune zit speelt Yildiz zich in de kijker. De voetballer twijfelt geen moment als de Turkse club hem een zeer lucratief contract aanbiedt. „Als een club uit je vaderland komt, dan ben je heel blij. In Turkije wordt ook nog eens veel beter betaald dan in Nederland. Daarnaast is de sfeer in de stadions waanzinnig. Ik ging er met hoge verwachtingen heen.”

Al snel loopt de geboren Amsterdammer in Turkije tegen de geijkte problemen aan. Yildiz wordt in het land van zijn ouders als een buitenlander beschouwd. „De mensen bij club keken me aan en zeiden: ‘daar heb je weer zo’n nep-Turk’. Pas toen merkte ik dat er een enorm mentaliteitsverschil tussen mij en de Turken was. Het Turkse dat ik sprak was sterk verouderd. Dat klonk voor de Turken heel grof in de oren. Ze dachten dat ik heel arrogant was. Bovendien was het voetbal totaal anders dan ik in Nederland gewend was. Je komt er dan achter dat je eigenlijk tussen twee culturen in zit. Je bent overal een buitenlander.”

Yildiz weet zich op eigen kracht staande te houden en groeit in tien seizoenen samen met Mustafa Yücedag uit tot een van de succesvolste Nederlandse Turken. Als hij in februari 2009 aan boord van het bij Schiphol gecrashte toestel van Turkish Airlines zijn bovenbeen breekt, is zijn profloopbaan in één klap voorbij. „Ik had nog wel vijf seizoenen door willen spelen”, zegt de 31-jarige voetballer. „Op geld van een verzekering hoef ik niet te rekenen. In Turkije krijg je alleen betaald als je speelt.”

Usta, Topsan en Yildiz mogen in Nederland zijn opgegroeid, maar vanavond juichen ze voor Turkije. Ze begrijpen er niets van dat de Nederlandse Marokkaan Afellay voor Oranje speelt. „Zou ik nooit hebben gedaan. Er stroomt rood Turks bloed door mijn aderen”, stelt Usta. „Ik ben en blijf een Turk. Voor altijd.”

    • Koen Greven