Vervang Sint toch door de Kerstman

Erfgoedfundamentalisten vinden dat Sint en Piet bij elkaar horen.

Maar over welke Piet hebben ze het dan? Over die domme met die grote lippen?

Het debat over de rol van Zwarte Piet in de sinterklaastraditie speelt zich af tussen de erfgoedfundamentalisten, zoals enkele Kamerleden van de PVV en Rita Verdonk, en antiracisten als Kamerlid Harry van Bommel (SP). De erfgoedfundamentalisten vinden dat Sinterklaas en Zwarte Piet bij elkaar horen en een wezenlijk onderdeel zijn van de Nederlandse traditie. Sinterklaas zonder Zwarte Piet? Dat kan toch niet! De antiracisten vinden dat Zwarte Piet niet meer past in de hedendaagse multiculturele samenleving. Zwarte Piet zou racistisch zijn en hij zou uit de traditie moeten verdwijnen. Beide kampen vergeten dat tradities altijd aan verandering onderhevig zijn. Een Koninklijke oplossing lijkt me om de Amerikaanse Santa Claus te omarmen en op die manier afscheid te nemen van Zwarte Piet.

Laten we eerst de geschiedenis van Sinterklaas bekijken. De meeste historici gaan ervan uit dat de heilige Nicolaas afkomstig is uit de landstreek Lycië in Klein-Azië. Nicolaas werd bisschop van Myra nadat zijn voorganger op 6 december 342 was overleden. Dat Sinterklaas ‘eigenlijk Turks’ is, is een misverstand. Anatolië, waar Myra ligt, was Grieks-Byzantijns. Pas eeuwen later werd dat gebied veroverd door Turkse stammen. Sinterklaas was geen Turk, maar een Byzantijn.

Nicolaas werd vereerd door het volk om zijn aandacht voor de armen en zijn liefde voor kinderen. Deze populariteit verspreidde zich snel buiten de grenzen van Klein-Azië. Er werden kerken naar hem vernoemd (St. Nicolaaskerken) en hij werd vereerd als beschermheilige van talloze beroepsgroepen en gilden, zoals die van de bakkers, juristen en kooplieden. In oude afbeeldingen heeft hij ook een duidelijk mediterraan getinte huidskleur.

Aanvankelijk was hij vooral in Rusland en Griekenland populair, maar dan als bisschop en heilige. De kleding van Sinterklaas is tot op de dag van vandaag duidelijk afgeleid van die van een bisschop.

Maar kwam Sinterklaas niet uit Spanje? Dat idee heeft te maken met de handelsschepen die in de zestiende eeuw uit Spanje naar Nederland kwamen. Deze schepen brachten allerlei kostbare geschenken en lekkernijen mee, waaronder ‘suikergoed’ uit India. Spanje was een tussenstop voor VOC-schepen. In Spanje zelf werd Sint-Nicolaas later vereerd als de beschermer van de zeevaart.

Zwarte Piet is niet zo oud als Sinterklaas. Waarschijnlijk deed hij pas ergens in de negentiende eeuw zijn intrede. Voor die tijd zijn er wel verwijzingen naar een knecht van Sinterklaas, maar die was minder zwart. Door de vermenging van heidense volkscultuur en christelijke cultuur werd St. Nicolaas in de zeventiende en achttiende eeuw ook wel afgebeeld met de duivel. Er zijn verwijzingen bekend die een relatie leggen tussen de helpers van Wodan en de helpers van Sinterklaas. Wodan wordt vaak afgebeeld op een witte schimmel (!), Sleipnir genaamd. Hij beweegt zich voort door de lucht. Wodan wordt begeleid door twee zwarte raven, die net als Zwarte Piet aan de schoorsteen luisteren of de mensen goed of kwaad over elkaar spreken. In Oostenrijk en in sommige Scandinavische landen wordt de helper van Sinterklaas nog steeds afgebeeld als Duivel, Krampus genaamd.

In de loop van de negentiende eeuw werd Piet steeds zwarter en ging hij steeds meer lijken op een West-Afrikaan. Tot ver in de tweede helft van de twintigste eeuw was Piet, in lijn met ingesleten koloniale tradities, een niet zo slimme helper en een drager van de last (zak). Soms werd hij afgebeeld met dikke rode lippen en met kroeshaar. Hij behield de Afrikaanse stereotypen – dom, gemeen, onberekenbaar en fysiek lenig. Hij was de kinderschrik die jou mee kon nemen in zijn zak. Hij was letterlijk de ‘boe’-man. Iemand die de taal niet correct sprak, maar een eigen mengtaal produceerde.

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd deze domme Piet nauwelijks ter discussie gesteld, maar met de komst van migranten uit de voormalige koloniën raakten we steeds meer gewend aan ‘anderen’. Piet werd langzaam maar zeker slimmer. Hij ontwikkelde zich tot een respectabele assistent van een vaak verstrooide Sinterklaas. Ook is hij steeds minder de boeman. Tegenwoordig schrikken we kinderen niet meer af met het verhaal dat ze met de roe krijgen en mee moeten naar Spanje als ze stout zijn geweest. Dat wordt gezien als pedagogisch onverantwoord.

In antiracistische kringen geldt Zwarte Piet als een symbool van de onderdrukking van de Derde Wereld door het westerse imperialisme. Pleidooien om Piet om te vormen tot een vrolijke clown met een niet nader omschreven achtergrond zijn echter nooit in brede kring aangeslagen. Zwarte Piet is de laatste tijd wel onderhevig aan verandering. Hij wordt steeds minder zwart en niet zelden verschijnt hij in andere kleuren (rood, oranje, blauw, roze).

Al deze veranderingen zijn een gruwel voor de erfgoedfundamentalisten. Maar zij zijn zelf niet erg precies over welke Zwarte Piet moet blijven bestaan. De domme Zwarte Piet, met grote rode lippen en kroeshaar, die kinderen met de roe slaat en hen bedreigt met deportatie naar Spanje als ze niet lief zijn?

Waarschijnlijk niet, maar welke Piet wel? De traditie van Sinterklaas met vele helpers bestaat pas sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen de Canadezen in Amsterdam voor Zwarte Piet gingen spelen. Voor de oorlog had Sinterklaas in de regel maar één of twee pieten. Vinden zij dat die vooroorlogse traditie moet blijven bestaan, of juist de naoorlogse?

In mijn visie heeft Zwarte Piet in de huidige samenleving zijn langste tijd gehad. Misschien komt de oplossing uit onverwachte hoek. Behalve in Nederland en Vlaanderen is Sinterklaas overal verdrongen door de Amerikaanse Santa Claus. Dat is een afgeleide van de ‘Hollandse’ Sinterklaas, die met Nederlandse migranten aankwam in New York. Deze migranten hadden geen boeman, duivel of Zwarte Piet meegenomen als knecht. Via de Amerikanen kwam ‘Santa Claus’ weer naar Europa. Eerst werd hij populair in Groot-Brittannië, later ook in Duitsland en de Alpenlanden en in toenemende mate ook in Nederland, waar Sinterklaas de concurrentie aangaat met zichzelf, in de vorm van Kerstman. Het ziet ernaar uit dat de Kerstman – commercieel gezien – aan de winnende hand is. Hierover hoeven beide kampen zich geen zorgen te maken. De Kerstman heeft immers sterke historische banden met Nederland. In feite is de Kerstman dezelfde figuur als Sinterklaas, maar dan zonder Zwarte Piet en op een andere datum.

Kerkhervormer Maarten Luther verzette zich tegen het destijds oprukkende sinterklaasfeest. Het geven van geschenken zou meer passen bij Kerst. Onder invloed van de middenstand, de commercie en de verdere globalisering doet Santa Claus die gedachte eer aan. Welkom terug, ‘vreemdeling’.

Gijsbert Oonk is universitair hoofddocent niet-westerse geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.