Tussen sceptisch en alarmistisch

Klimaatsceptici – laten we ze maar weer even zo noemen – hebben sinds deze week hun eigen bijbel. Wetenschapsjournalist Marcel Crok laat in De staat van het klimaat zijn ‘koele blik op een verhit debat’ schijnen. Het is een degelijk en goed gedocumenteerd boek geworden, waarin de ruzies tussen de sceptici en de – laten

omslagomslag

Klimaatsceptici – laten we ze maar weer even zo noemen – hebben sinds deze week hun eigen bijbel. Wetenschapsjournalist Marcel Crok laat in De staat van het klimaat zijn ‘koele blik op een verhit debat’ schijnen. Het is een degelijk en goed gedocumenteerd boek geworden, waarin de ruzies tussen de sceptici en de – laten we die dan ook maar weer zo noemen – alarmisten breed wordt uitgemeten.

Nieuw zijn veel van zijn constateringen niet – in ieder geval niet voor wie het debat een beetje heeft gevolgd. We lezen weer uitgebreid over Climategate, de publicatie in november 2009 van duizenden gehackte e-mails van klimaatwetenschappers. ‘Een keerpunt in de klimaatdiscussie’, volgens Crok, en het moment waarop de klimaatwetenschap haar onschuld verloor. Daar zal hij wel gelijk in hebben, maar dan was het toch goed geweest als hij meer schandalen in de e-mails had beschreven (of had ontdekt) dan de meest bekende.

Ook de andere ‘gates’, zoals ze zijn gaan heten, passeren uitgebreid de revue – Himalayagate, Amazon-gate, Africa-gate. Al erkent Crok dat gate een te groot woord is voor de individuele foutjes in het IPCC-rapport. Interessanter zijn de passages waarin hij de ‘hockeystick’, de temperatuurgrafiek kritiseert, waarin hij ingaat op de invloed van wolken en zon, van luchtvervuiling, bodemuitputting, aerosols en andere gevolgen van menselijk handelen met grote gevolgen voor het klimaat.

Ook die zijn in de meeste gevallen overigens niet nieuw. Maar ze zijn interessant door de verbanden die Crok legt en door de veelheid aan details die hij (ook nog eens op een prettig leesbare manier) beschrijft.

Crok zegt dat hij heeft geprobeerd de feiten zo veel mogelijk voor zich te laten spreken. Maar dat is natuurlijk niet waar. Hij heeft vooral de feiten gezocht waarmee hij de laatste twee hoofdstukken in zijn boek (over de vraag of het IPCC nog te vertrouwen is en of het klimaatprobleem op te lossen is) kan onderbouwen.

Een goed voorbeeld daarvan is wat mij betreft te vinden in het gedeelte waarin Crok beschrijft dat iedereen uit het klimaat haalt wat hij erin wil zien. De voorbeelden die hij noemt gaan allemaal over mensen die zich grote zorgen maken over klimaat – daarmee toch een beetje suggererend dat degenen die dat niet doen objectiever zijn.

Crok beschrijft wel hoe de antikapitalisten op basis van ‘het klimaatprobleem’ eisen dat er een einde wordt gemaakt aan ongebreidelde economische groei, hoe ecologen wensen dat bossen beter beschermd worden en antiglobalisten hopen op een terugkeer naar de veilige wereld van voor de globalisering. Maar hij noemt niet de neoconservatieven, van wie er velen ontkennen dat er een klimaatprobleem alleen omdat ze geen zich hebben in overheidsbemoeienis.

Crok draagt zo bij aan een scheiding der geesten die hij juist zegt te willen bestrijden. Als je op de schaal tussen klimaatscepticus en klimaatgelovige vooral kritische sceptici aan het woord laat en die plaatst tegen over alarmistische gelovigen, blijft er weinig ruimte over voor het enorme, genuanceerde tussengebied waar juist het gros van de wetenschappers hun werk verrichten.

Die nuances komen af en toe overigens wel in het boek terug. ‘Het is aannemelijk dat broeikasgassen een deel van de recente opwarming veroorzaakt hebben’, schrijft Crok. En als hij zichzelf de vraag stelt of het rapport van Werkgroep 1 van het IPCC waardeloos is, antwoordt hij: ‘Natuurlijk niet, het is een uitputtend rapport met duizenden literatuurverwijzingen en diverse onderwerpen, zoals de zeespiegelstijging, zijn redelijk gebalanceerd beschreven.’ Ook schrijft hij: ‘Vrijwel geen enkele scepticus ziet het IPCC echter als een complot, maar meer als een zichzelf bevestigende en versterkende groep onderzoekers.’

De laatste hoofdstukken van De staat van het klimaat vind ik het interessantst. Hierin is Crok het meest opiniërend en komt hij met een aantal rake, soms verrassende observaties. Zijn belangrijkste conclusie is naar mijn gevoel dat het klimaatbeleid veel te veel gericht is op het reduceren van CO2 (om precies te zijn: het stabiliseren van de concentratie op een veilig niveau). En dat terwijl in de onzekerheden in het klimaatbeleid nog lang niet zijn verdwenen (als dat al ooit zal gebeuren).

‘Vermoedelijk tot ver in de volgende eeuw zullen we klimaatextremen niet kunnen toeschrijven aan broeikasgassen’, schrijft Crok. ‘Tot ver in de volgende eeuw (en daarna waarschijnlijk ook) is er veel meer klimaatschade te voorkomen door adaptatie dan mitigatie.’

Het klimaatprobleem is niet, zoals veel (andere) milieuproblemen, op te lossen met een simpele truc. Het lijkt daarin eerder op terrorisme of de drugsproblematiek: ‘Er valt veel tegen te doen, maar je bent nooit klaar. Het is een strijd die altijd doorgaat. Dit soort problemen zijn niet op te lossen, ze zijn hooguit goed te managen.’