Titanengevecht op de bouwmarkt

Het Spaanse bouwbedrijf ACS aast op zijn Duitse branchegenoot Hochtief. De beoogde overname valt slecht bij Hochtief én in Duitsland.

Joost van der Vaart

Het heeft veel weg van een laatste vertwijfelde poging, het beroep dat de bestuursvoorzitter van Duitslands grootste bouwbedrijf, Hochtief, op zijn aandeelhouders doet. Met verkopen, saneringen en extra dividend „proberen we onze aandeelhouders ervan te overtuigen dat het voor hen rendabel is om Hochtief trouw te blijven”, zegt Herbert Lütkestratkötter bij de presentatie van de kwartaalcijfers.

Het is donderdag 11 november en de tijd dringt voor Lütkestratkötter. Zijn bedrijf is sinds enkele maanden overnameprooi. Het net rond Hochtief lijkt zich te sluiten, ondanks het tegenstribbelen van zijn bestuurders. Mogelijk nog deze week valt de beslissing.

Lütkestratkötter, een jong ogende zestiger, weet niet van opgeven. Hij is bergbeklimmer en marathonloper. „Je houdt pas op als je de finishlijn hebt overschreden”, zegt hij als hij in Düsseldorf de kwartaalcijfers toelicht.

Hochtief is een bouwconcern dat zijn wortels in het Ruhrgebied heeft. Het is sinds zijn oprichting in 1875 altijd Duits geweest en is nauw betrokken bij de geschiedenis van een land dat in de twintigste eeuw noodgedwongen veel aan wederopbouw heeft moeten doen. Hochtief boorde schachten voor steenkoolmijnen, bouwde huizen en fabrieken na de Tweede Wereldoorlog en verzette letterlijk bergen na de Duitse hereniging na de val van de Muur in 1989.

Nu moet Hochtief voor zijn zelfstandigheid als Duitse Traditionsunternehmen vrezen. Het beursfonds wordt bedreigd door een vijandige overname vanuit het buitenland. De Spaanse bouwonderneming Actividades de Construcción y Servicios (ACS) probeert de meerderheid van de aandelen Hochtief in handen te krijgen.

Nu al heeft ACS, geleid door de flamboyante Florentino Pérez Rodríguez, een belang van bijna dertig procent in Hochtief. Maar ACS wil meer en is er vermoedelijk op uit om stap voor stap het hele Duitse concern op te kopen.

Zoiets veroorzaakt in Standort Duitsland, met zijn vele bedrijven die gezamenlijk aan het onverwoestbare imago van Made in Germany werken, altijd meer dan een onverschillig schouderophalen. Wat Duits is, moet het liefst Duits blijven. Dit oude adagium zet bij dreigende buitenlandse overnames meestal een mechaniek in werking dat tot in de hoogste maatschappelijke en politieke regionen reikt.

Zo ook dit keer. Zowel bondskanselier Angela Merkel als de sociaal-democratische oppositieleiders Frank-Walter Steinmeier en Sigmar Gabriel hebben zich voor het zelfstandig blijven van ‘hun’ Hochtief ingezet.

Duizenden werknemers kwamen twee weken geleden naar Berlijn om tegen de overname te protesteren. Ze vrezen voor hun baan. „ACS gaat ons opsplitsen en per onderdeel verkopen om aan geld te komen. Ze moeten schulden afbetalen. Voor ons kan van deze overname alleen maar ellende komen”, zei een werknemer van Hochtief desgevraagd.

Temidden van zijn lotgenoten stond hij met een bord en een fluitje te protesteren voor het Kanzleramt, het kantoor van Angela Merkel. De voorzitter van de ondernemingsraad, Siegfried Müller, vatte het werknemersprotest in één snedige zin samen: „We laten ons niet leegplunderen”.

Bestuursvoorzitter Lütkestratkötter was op vakantie toen hij half september met de dreigende overname werd geconfronteerd. „Ik kwam in mijn hotel terug van een beklimming in het Dachsteinmassief en controleerde m’n Blackberry. Die stond vol met gemiste oproepen en sms’jes over de plannen van ACS.” Zijn bergtocht was voorbij, hij moest onverwijld terug.

In het Duitse economische tijdschrift Wirtschaftswoche maakte hij duidelijk waarom Hochtief een overname door de Spanjaarden vreest. ACS heeft schulden ter waarde van ongeveer tien miljard euro „en wij zijn schuldenvrij”, aldus Lütkestratkötter. Opsplitsing en verkoop per onderdeel liggen volgens hem voor de hand.

Het is een scenario dat de Hochtiefleiding strikt afwijst. ACS heeft bezworen níet uit te zijn op opsplitsing. De Madrilenen willen Hochtief, omdat ze van mening zijn dat beide ondernemingen elkaar goed aanvullen, met hun totaal verschillende geografische werkterreinen (zie beide inzetjes).

Andere Duitse beursfondsen volgen de zaak-Hochtief met grote aandacht. Beursgenoteerde bedrijven zijn in Duitsland wettelijk slecht beschermd tegen vijandige overnames. Als ondernemingsbelangen in het geding zijn, worden niet zelden de zaken in typisch Duits overleg geregeld, soms met hulp van de politiek. Zo werkt het veelgeprezen Rijnlandse model.

Experts waarschuwen ervoor dat met het aantrekken van de economie gevallen als Hochtief vaker zullen voorkomen. Hoogleraar Uwe H. Schneider, gespecialiseerd in overnamerecht, pleit voor aanpassing van de regelgeving.

De kans daarop is echter klein. De christelijk-liberale coalitie in de Bondsdag, het Duitse parlement, wil de betreffende wet ongemoeid laten. De politieke opwinding over Hochtief doet denken aan de strijd om automaker Opel, die anderhalf jaar lang een topthema voor de Duitse politiek was.

Wat intussen opmerkelijk weinig aandacht krijgt, is het feit dat het de Duitsers zélf zijn geweest die Hochtief rijp voor overname en opsplitsing hebben gemaakt. In 2004 werd het bouwconcern betrekkelijk achteloos en volgens beursexperts voor te weinig geld van de hand gedaan door zijn toenmalige grootaandeelhouder, het energiebedrijf RWE in Essen.

Twee jaar later kocht de Duitse investeerder en oud-bankier August von Finck ruim 25 procent van de aandelen Hochtief; een pakket dat hij in maart 2007 met flinke winst doorverkocht aan ACS, de branchegenoot en internationale concurrent in Madrid.

ACS is daarna begonnen met het geleidelijk via de beurs opkopen van nog meer aandelen Hochtief. Het bestuur in Madrid maakte eind vorige week bekend dat het de aandeelhouders van Hochtief acht aandelen ACS biedt voor vijf aandelen Hochtief. Bij de huidige koers zou dit neerkomen op een koopsom van 4,2 miljard euro.

De pogingen van Hochtief-topman Lütkestratkötter om de koers van de aandelen Hochtief tijdens de presentatie van de kwartaalcijfers omhoog te praten – met de bedoeling de koper af te schrikken – hebben nauwelijks effect gehad. De overname komt elke dag een stukje dichterbij.

Ook een afweerconstructie via Hochtiefs Australische dochter Leighton, op papier een obstakel voor ACS, is als mogelijkheid nagenoeg verdampt door een negatieve reactie van de Australische overnameautoriteiten. Alleen hoger beroep zou voor Hochtief wellicht nog soelaas kunnen bieden.

Hoewel de tijd van het ongeremde marktliberalisme voorbij is, bestaat bij Hochtief grote vrees voor „toestanden zoals bij Mannesmann”, zoals een lid van de ondernemingsraad het uitdrukt. Het Duitse industrieconcern Mannesmann werd ruim tien jaar geleden na een spectaculaire en vijandige overnamestrijd gekocht door het Britse telecombedrijf Vodafone, en conform de tijdgeest per onderdeel doorverkocht.

Daardoor is van het ooit zo gerenommeerde Mannesmann vrijwel niets overgebleven. Ook veel Duitse ondernemingen profiteerden van deze uitverkoop, die desondanks zware littekens heeft achtergelaten bij politiek en bedrijfsleven in de Bondsrepubliek.

Nog is Hochtief een Duits beursfonds. Nog is van een draaiboek à la Mannesmann geen sprake. Maar de geschiedenis van het bouwconcern toont aan dat niets voor eeuwig is. Grondleggers Philipp en Balthasar Helfmann, metselaar en slotenmaker, raakten nadat hun firmaatje in 1896 omgedoopt was in AG Hoch- und Tiefbauten, de greep op hun bezit definitief kwijt toen grootondernemer Hugo Stinnes z’n oog op Hochtief had laten vallen.

Stinnes was een kolen- en staalbaron die aan het begin van de twintigste eeuw een industrieel imperium in het Ruhrgebied opbouwde. Hij kocht Hochtief, dat de schachten van zijn mijnen moest aanleggen, en voegde het later bij zijn elektriciteitsbedrijf RWE, de Rheinisch-Westfälische Elektrizitätswerke. Zes jaar geleden ontdeed dit concern zich van zijn bouwdochter Hochtief, die in toenemende mate een Fremdkörper was geworden.

Wat volgde stond geheel in het teken van de globalisering. Hochtief heeft daar als internationale bouwer de laatste jaren volop van geprofiteerd. En lijkt er nu het slachtoffer van te worden.