Splijtzwam

De visclub van Dodewaard was in alle staten. In 1965 had de regering het Gelderse dorpje uitgekozen als vestigingsplaats voor Nederlands eerste kerncentrale. Hierdoor zou het goede, Dodewaardse viswater worden afgesloten van de Waal. De hengelaars protesteerden hevig tegen de komst van de centrale naast hun favoriete visstekje, maar tot hun verdriet vonden zij geen enkele steun.

Logisch, want in de jaren vijftig en zestig werd kernenergie gezien als dé oplossing voor het toekomstige energieprobleem (niet voor niets was uraniumsplitsing ooit door Einstein „de weg naar het paradijs” genoemd). De vrees bestond om in de toekomst volledig afhankelijk te worden van olie uit het Midden-Oosten; de enorme omvang van de gasbel van Slochteren was immers nog niet bekend. Over mogelijke gevaren van kernenergie maakte niemand zich druk. Een bericht in Vrij Nederland over ‘wanstaltige kikkers’ in de sloot naast het Instituut voor Kernphysisch Onderzoek werd simpelweg afgedaan als ‘toeval’.

Pas in de gepolariseerde jaren zeventig sloeg bij sommigen de twijfel toe. Uit het buitenland sijpelden langzaam berichten door over grote risico’s van nucleaire energie. Tegenstanders richtten pressiegroepen op om de komst van nieuwe centrales in Borssele en Kalkar (net over de grens in Duitsland) tegen te houden. Kernenergie werd een maatschappelijke splijtzwam.

De lobby had succes: in 1977 besloot het vooruitstrevende kabinet-Den Uyl geen nieuwe kerncentrales meer te bouwen. Vervolgens probeerde de anti-kernenergiebeweging met grote demonstraties zelfs sluiting van de al bestaande kerncentrales te bewerkstelligen. De ramp in Tsjernobyl in 1986 leek de genadeklap te geven. Dodewaard sloot inderdaad, en de centrale van Kalkar werd omgevormd tot familie- en attractiepark Wunderland Kalkar (‘Het leukste dagje uit’). De verwachting was dat ook Borssele niet lang meer zou bestaan.

Maar de laatste tijd stijgt de populariteit van kernenergie weer. Het nieuwste type kerncentrale schijnt veel veiliger te zijn dan de vorige generatie, en radioactief afval kan diep onder de grond worden opgeslagen. Het kabinet Rutte heeft in zijn regeerakkoord dan ook opgenomen dat er ‘meer kernenergie nodig is’.

Bijna vijfentwintig jaar na Tsjernobyl loopt het anti-kamp – van plaatselijke visclubs tot linkse politieke partijen en grote milieuorganisaties – zich weer warm om tot grootschalige actie over te gaan.

jaap cohen