Olé! voor het werelderfgoed !

Flamenco. De Franse keuken. De Peking Opera. Wat staat er op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed?

Het gaat uitdrukkelijk niet om een schoonheidswedstrijd, met landen die roepen: ik heb het mooiste erfgoed! De gisteren aangevulde lijst van UNESCO voor de bescherming van immaterieel cultureel erfgoed moet „een palet van het erfgoed in de wereld” zijn. Dat zegt Vincent Wintermans, beleidscoördinator van de Nederlandse UNESCO. „Zodat een burger geïnspireerd kan raken door de enorme verscheidenheid aan wat er op de aardkloot zoal aan gebruiken verzonnen is.”

Toch barstte er gisteren een trots „Olé!” los in de kamer van de Spaanse delegatie in Nairobi, toen UNESCO, de cultuurorganisatie van de Verenigde Naties, de flamenco op de lijst van immaterieel erfgoed zette. En in Rome organiseerde een Italiaanse boerenbond een groot spaghettifeest in het bijzijn van de burgemeester – zo werd de toevoeging van de mediterrane keuken gevierd. In totaal werden 51 voordrachten uit 22 landen goedgekeurd. Andere bekende gebruiken die een beschermde status hebben zijn het ritueel van de Franse maaltijd, de Chinese acupunctuur, de Peking-opera en de processie van Echternach in Luxemburg.

De meeste toevoegingen waren nog niet wereldwijd bekend. Wie heeft bijvoorbeeld weet van de Peruaanse scharendans? Het Mongoolse Khöömei-gezang, waarbij de zanger twee klanken tegelijk uitstoot is in kleine kring bekend.Aan chinese en Kroatische gebruiken is de status puur toegekend bij wijze van bescherming.

En welke bescherming biedt een plaats op de lijst eigenlijk? Om immaterieel erfgoed kun je geen hek zetten, zoals dat wel kan bij de gebouwen en natuurgebieden op de ‘gewone’ Werelderfgoedlijst. „Het is natuurlijk symboolpolitiek”, zegt ook Wintermans. „UNESCO heeft geen snelle reactiemacht die in Boekarest had kunnen optreden tegen Ceausescu, toen die de Hongaarse minderheid in Transsylvanië uit hun dorpen haalde en dwong om in flats te gaan wonen.” Het kan leiders wel aansporen tot goed gedrag, denkt hij. „Ze moeten in elk geval dóén alsof ze deugen.”

En door een plaats op de lijst kan er makkelijker een beroep gedaan worden op subsidies. UNESCO zelf heeft daarvoor een klein budget.

Maar het gaat vooral om erkenning van gebruiken die een volk wil doorgeven aan volgende generaties. Van de waarde van rituelen die verloren kunnen gaan door de globalisering . Wintermans: „Nederlanders vinden het allemaal leuk als er een Elfstedentocht is en het bruggetje van Bartlehiem op CNN en Al-Jazeera te zien is. We hebben allemaal behoefte aan een zekere stabiliteit.” In dat licht moet ook de toevoeging van de Franse maaltijd worden gezien. Dat gaat niet zozeer om de receptuur, maar om het ritueel van het warm onthaal: een familie die bij elkaar komt en de tijd neemt om eens echt goed te eten.

Maar er kleven ook gevaren aan plaatsing op de lijst. Een ontwikkelingsland kan bijvoorbeeld besluiten om een danstraditie op de lijst toeristisch te exploiteren. „Als zo’n land dat gebruik van de uitvoerders afpakt, het honderd kilometer verderop langs de snelweg plaatst en het laat doen door mensen uit de hoofdstad, dan is het gemold”, zegt Wintermans. Een land moet om die reden toestemming vragen aan de ‘dragers’, al is dat in autoritaire regimes weinig waard.

En een plaats op de lijst betekent een risico dat een gebruik „fossiliseert”, zoals Wintermans het uitdrukt. Mede om die reden ontbreken er Nederlandse bijdragen. De regering-Balkenende II heeft het in 2003 aangenomen Verdrag voor de bescherming van Immaterieel Cultureel Erfgoed niet geratificeerd en kan daarom geen Nederlandse gebruiken aandragen. Wintermans: „Nederland zit niet te wachten op een controle bij de Elfstedentocht of er nog wel ‘It giet oan’ (Het gaat door) geroepen wordt. Een gebruik ontwikkelt zich. Sinterklaas bijvoorbeeld raakt langzamerhand zijn angstwekkende kanten, zoals roe en zak, kwijt.”

In de praktijk blijkt dat de landen die de bescherming het beste kunnen gebruiken, de weg naar de lijst nog niet weten te vinden. Dit jaar waren er geen Afrikaanse toevoegingen. Wintermans vermoedt dat daar de ministeries van Cultuur onvoldoende zijn toegerust om de aanvragen in te dienen.

    • Hanneke Chin-A-Fo