Nederland en IJsland dicht bij akkoord

De Nederlandse overheid is dicht bij een nieuwe overeenkomst met IJsland over de terugbetaling van 1,3 miljard euro. Sinds september onderhandelt Nederland in Den Haag samen met Groot-Brittannië over de terugbetaling van 3,8 miljard euro die beide landen voorschoten toen de IJslandse bank Landsbanki en haar dochterbedrijf Icesave twee jaar geleden allebei failliet gingen.

Minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) zei gisteren in Brussel dat de contouren van een nieuw akkoord over terugbetaling er zijn. Al eerder sloot het Nederlandse ministerie van Financiën hierover een overeenkomst met de IJslandse autoriteiten in Reykjavik, maar die afspraak werd verworpen in een referendum op het eiland.

De eerste overeenkomst ging uit van een rentetarief van 5,5 procent. Dat vond de regering in Reykjavik te hoog. Ook andere betalingscondities werden als te streng ervaren.

De verwachting is dat bij een nieuwe terugbetalingsregeling een lagere vergoeding wordt gehanteerd. De Tweede Kamer stemde er eerder mee in dat de overheid niet op de lening hoeft te verdienen. De Nederlandse Staat kan op dit moment tegen 2,8 procent voor tien jaar en tegen 1 procent voor drie maanden op de kapitaalmarkt lenen.

De schuld van IJsland ontstond toen de Nederlandse overheid twee jaar geleden de bedragen voorschoot waarop gedupeerde spaarders in Nederland volgens het deposito-garantiestelsel recht hadden.

Sindsdien steggelen Nederland en IJsland over terugbetaling. Er lijkt in de boedel van Landsbanki meer achtergebleven dan verwacht, waardoor de overheid minder zou hoeven bijspringen voor de terugbetaling van 3,8 miljard euro.

Een akkoord is voor IJsland belangrijk, omdat de betrouwbaarheid van het land op het spel staat. De Britten en de Nederlanders kunnen daarnaast het streven van IJsland om lid te worden van de Europese Unie bemoeilijken.