Monniken verslaan de blingbling

Scene uit de film Des Hommes et des Dieux (2010) Foto: Benelux Film Distributors

Des hommes et des dieux. Regie: Xavier Beauvois. Met: Lambert Wilson, Michael Lonsdale, Abdelhafid Metalsi. In: 21 bioscopen ****

Frankrijk is het enige land ter wereld met een groot en trouw publiek voor artistieke films. Maar zelfs daar was het enorme succes van Des hommes et des dieux van regisseur Xavier Beauvois de afgelopen maanden nieuws. De film, een traag, gelaagd drama over een groep monniken in Algerije die steeds verder in het nauw wordt gedreven door de burgeroorlog die om hen heen woedt, was wekenlang de best bezochte film in de bioscopen. De teller staat inmiddels op drie miljoen bezoekers. Verbluffend voor een film die in veel opzichten is geïnspireerd op de cinema van Robert Bresson – in stijl en katholieke thematiek. Diens films werden altijd geprezen door de kritiek en genegeerd door het publiek.

‘Un succès miraculeux’ kopten Franse kranten, geheel in de sfeer van de film, en ‘Staat van genade voor Des hommes et des dieux’. Achteraf zijn er toch wel een paar verklaringen voor het succes te bedenken. In een tijd die in het teken staat van het snelle geld, de grote waffel en de onvermijdelijke blingbling, groeit de behoefte aan tegenwicht: aan films waarin stilte, aandacht en rust centraal staan, zo verklaarde filosoof Luc Ferry op de Franse televisie. Het monastieke leven trekt in de werkelijkheid nauwelijks nog mensen aan, maar als thema in film en andere kunstvormen gaat het klooster een grote toekomst tegemoet, voorspelt hij.

De film raakt voorts aan een open zenuw in de samenleving: het terrorisme in naam van de islam. Des hommes et des dieux vertelt de waargebeurde geschiedenis van acht broeders (allemaal Franse topacteurs, onder wie Michael Lonsdale en Lambert Wilson) die lid zijn van de orde van Cisterciënzers en leven in het Atlasgebergte in Algerije. Regeringstroepen en rebellen staan elkaar midden jaren negentig naar het leven en sluiten de monniken steeds verder in. Ze krijgen herhaalde waarschuwingen te vertrekken. Maar voor de monniken is dat een dilemma; ze hebben een gelofte afgelegd toen ze het klooster betrokken, en ze willen de plaatselijke bevolking die geen uitwijkmogelijkheid heeft, niet in de steek te laten.

Staat God of de mens voorop bij hun keuze? Als ze besluiten te blijven, doen ze dat dan vooral wegens hun religieuze roeping, of op humanitaire gronden, uit solidariteit met de dorpelingen? Op het het eerste gezicht is de film van Beauvois een diep religieus, katholiek kunstwerk – en veel religieuze kunst is voor mensen pas verteerbaar als die ten minste een paar eeuwen oud is. De film volgt de rituelen en het dagritme van de monniken nauwgezet, terwijl ze samen eten, bidden, overleggen over hun precaire situatie en theologische argumenten uitwisselen. Maar evengoed is een humanistische lezing van Des hommes et des dieux mogelijk. Veelzeggend: in Engelstalige landen is de film uitgebracht als Of Gods and Men, in de omgekeerde volgorde. De tegenstelling tussen God en mens is vals, arbitrair. Tegenover de bloeddorstige religieuze beleving van de ruigbehaarde rebellen staat de religiositeit van de monniken, die niet minder radicaal is, maar het tegenovergestelde beoogt.

Of de film zelf ook een religieuze, of pseudoreligieuze, ervaring kan oproepen, een toegangspoort kan zijn tot het hogere – waarvan vele filmmakers, van Bresson tot Tarkovsky hebben gedroomd – hangt af van de toeschouwer, die de ruimte die Beauvois openlaat zelf kan invullen. Met de mens, met God, of met beide.