Koningin krijgt meer invloed dan nodig is

Het vergt geen hogere scholing in de rekenkunde om te kunnen vaststellen dat in de Tweede Kamer weliswaar in toenemende mate vraagtekens worden geplaatst bij de rol van het staatshoofd, maar dat dit voorlopig aan de praktijk weinig zal veranderen. De politieke steun voor de constitutionele monarchie, ook voor de rol die de Koning daarin heeft, is nog dusdanig dat Nederland nog ver verwijderd is van een ander model.

In de Grondwet is gemarkeerd wat de positie is van het staatshoofd, en dus van koningin Beatrix en haar opvolger. De Koning wordt erfelijk opgevolgd, maakt deel uit van de regering, ondertekent alle wetten en Koninklijke Besluiten en is voorzitter van de Raad van State, waarin zijn vermoedelijke opvolger vanaf zijn achttiende jaar eveneens zitting heeft. Wijzigingen zijn pas mogelijk nadat in eerste instantie een parlementaire meerderheid zich daarvoor heeft uitgesproken, en er na de verkiezingen die dan nog eerst moeten worden gehouden, tweederde meerderheid in zowel de Tweede als de Eerste Kamer voorstemt.

Niettemin zal de discussie over de taak en functie van het staatshoofd opnieuw oplaaien. En niet eens wegens een affaire rond een villa in Mozambique of een andere kwestie waarmee het Huis van Oranje lastige publiciteit genereert. Maar bijvoorbeeld omdat de PVV een initiatiefwet heeft aangekondigd met als doel de koningin uit de regering te verwijderen.

De politieke steun voor het toekomstige voorstel van de PVV kan overigens wel substantieel zijn. Partijen als SP, D66 en GroenLinks menen dat het staatshoofd slechts een ceremoniële rol dient te spelen en ook de PvdA, principieel voorstander van een gekozen staatshoofd, vindt dat de politieke verantwoordelijkheid van de Koning moet worden verminderd. Als de PVV haar initiatief op verstandige wijze weet voort te zetten en als andere partijen over hun weerzin weten heen te stappen dat uitgerekend deze partij met zo’n voorstel komt, is er dus een royale meerderheid in de Tweede Kamer te vinden. Royaal – maar geen tweederde. De confessionele partijen steunen als vanouds de monarchie in de huidige vorm. Dat geldt ook voor de VVD, zoals blijkt uit haar beginselprogramma, dat premier Mark Rutte heeft opgesteld.

De politici hebben macht bij consensus en die ontbreekt al zo’n veertig jaar als het gaat om de aanwijzing van de formateur bij kabinetsformaties. De Tweede Kamer heeft juist die bevoegdheid wel, maar een meerderheid achtte het kennelijk al die tijd strategisch beter dat de koningin de benoeming voor haar rekening neemt. Dat maakt pleidooien voor een minder politieke rol van de koningin er niet geloofwaardiger op. Terwijl daar wel alles voor te zeggen is: juist in een moderne monarchie komt de macht toe aan de gekozen volksvertegenwoordigers.