Kaczynski's bokkesprongen verdelen oppositie

Jaroslaw Kaczynski staat bekend om zijn omstreden acties. Maar nu lijkt hij te ver te gaan. Partijgenoten verlaten hem, terwijl Polen een goed functionerende oppositie hard nodig heeft.

Opposition leader and twin brother of the late President Lech Kaczynski, killed in the April 10 plane crash, Jaroslaw Kaczynski, right, with supporters takes part in an evening prayer in front of the presidential palace, in Warsaw Poland, Thursday, Sept. 16, 2010. Polish officials quietly moved on Thursday a makeshift memorial cross honoring the late President Lech Kaczynski to the presidential palace chapel, in an attempt to end a lengthy dispute that divided the nation. (AP Photo/Alik Keplicz) AP

Waldemar Fydrych is de clown van de Poolse politiek. Zijn ludieke Partij van Kabouters en Uilskuikens (Krasnoludki i Gamonie) levert al jaren de vrolijke noten voor het doorgaans humorloze debat in Warschau. Maar aan de vooravond van de regionale verkiezingen, zondag, vergaat zelfs de Poolse Roel van Duijn het lachen. „Absurdisme is mijn domein”, zegt Fydrych (57), die zijn ‘kiezers’ onder meer zonnig weer belooft. „Maar wat nu gebeurt is onnavolgbaar.”

U wist het misschien nog niet, maar Polen wordt geregeerd door landverraders, die naar het pijpen van Moskou en Berlijn dansen en de oppositie fysiek willen uitroeien. Althans, dat zegt oppositieleider Jaroslaw Kaczynski, tweelingbroer van de in april bij een vliegramp in Rusland omgekomen president Lech Kaczynski. Met giftige retoriek zaait hij al weken onrust, niet in de laatste plaats binnen zijn eigen Recht en Rechtvaardigheid (PiS). Tientallen prominenten hebben de partij boos verlaten.

Goed nieuws voor regeringspartij Burgerplatform (PO), zou je zeggen. Maar is het dat ook voor Polen? De regering van Donald Tusk staat te boek als passief: de staatsschuld groeit te hard, grote hervormingen worden gemeden, de wegenbouw voor het EK Voetbal in 2012 is vertraagd. Een intern verdeelde oppositie werkt die luiheid alleen maar in de hand. Zelfs Rzeczpospolita, een Kaczynski doorgaans welgezinde krant, noemde de oppositieleider onlangs „een gevaar voor de democratie”.

Ook voor Opperkabouter Fydrych is de maat vol. Hij protesteert met een puntmuts op bij een druk metrostationtegen de verbale donderwolken boven Polen. Handlangers rollen een meterslange, van karton gemaakte tong uit, knalroze, met op het puntje een hart. „Dit is de taal der liefde”, roept Fydrych. „U weet wel, die met uitsterven bedreigde taal.” Er klinkt gelach, maar ook: „Rot op!”

De taal der liefde. Kaczynski werd er, paradoxaal genoeg, zelf bijna president mee. Tijdens de na de dood van zijn broer vervroegde presidentsverkiezingen riep hij op tot nationale verzoening. Hij nam zelfs een aan aartsvijand Rusland gerichte videoboodschap op, waarin hij de hoop uitsprak dat de vliegramp beide volkeren nader tot elkaar zou brengen. De querulant werd staatsman en kwam in de slotronde van de verkiezingen in juli slechts een beetje tekort voor een overwinning.

Onlangs bekende Kaczynski opeens dat hij na de ramp niet zichzelf was geweest. „Ik verkeerde in zo’n schok dat de campagne, eerlijk gezegd, voor mij werd verzonnen.” Hij zat onder „zware kalmeringsmiddelen” en kon daardoor geen weerstand bieden aan de door spindoctors bekokstoofde imagoverandering. Zonder pillen zou het anders zijn gegaan, verzekerde hij. Hij zou meteen van de vliegramp een halszaak hebben gemaakt. Niets geen verzoening.

Sterker nog: de vliegramp rook naar „een aanslag”, beraamd door Tusk, Poetin en Merkel. Polen zucht immers onder „een Duits-Russisch condominium”. Ook de recente moord op een lokale partijmedewerker – doodgeschoten door een verwarde man – werd erbij gehaald. Een politieke moord, concludeerde Kaczynski meteen. „Elk hatelijk woord dat nu nog aan ons wordt gericht, komt neer op een oproep tot moorden.” Zijn rechterhand, Zbigniew Ziobro, sprak – echt waar – over genocide.

Alsof Polen geen democratie is. „Bespottelijk”, zegt Fydrych. „Het nieuwe Polen is niet perfect, maar zonder meer vrij. Wie het tegendeel beweert, is niet lekker.”

President Bronislaw Komorowski deed de afgelopen weken meerdere pogingen om de politieke gemoederen tot bedaren te brengen. Maar Kaczynski weigert de opvolger van zijn dode broer te ontmoeten of zelfs maar de hand te schudden en spreekt in toespraken steevast over „meneer Komorowski”, een belediging in het zeer formele Polen. Volgens politicoloog Ireneusz Krzeminski knaagt hij daarmee aan de fundamenten van de staat. „Kaczynski trekt de democratische procedures in twijfel.”

Politieke hysterie is gangbaar in Polen, een jonge democratie met een overvloed aan historische trauma’s, maar kennelijk is een grens bereikt. Verschillende kopstukken binnen PiS zijn de woordenbrij van hun leider zat. Kaczynski, zeggen zij, zou de wil om verkiezingen te winnen hebben verloren en alleen nog maar uit zijn op persoonlijke eerwraak. Een nieuwe partij is in de maak. Pikant is dat menige rebel voorheen tot de club vertrouwelingen rondom wijlen Lech Kaczynski behoorde.

PiS beschikt, vooral in ultrakatholieke kringen, over een trouw en stabiel electoraat, dat de ogen voor de vele bokkesprongen van Kaczynski doorgaans sluit. Maar de uittocht van politici – vijftien tot nu toe – schaadt de partij in de peilingen. En daarmee zijn de regioverkiezingen zondag volgens dagblad Gazeta Wyborcza een referendum over het politieke leiderschap van Kaczynski geworden.

Opperkabouter Fydrych is in die verkiezingen ook kandidaat – kansloos – voor het burgemeesterschap van Warschau. „Wij zijn niet te beroerd om tegenstanders te prijzen”, kakelt hij door zijn megafoon. „Maar vergeet u niet: wij zijn de enige partij die mooi weer belooft. Nooit meer regen, nooit meer koude handen!” De kartonnen taal der liefde is intussen door de motregen gaan scheuren.