ik@nrc.nl

Vrijdagochtend. De studentikoze donderdagavond heb ik aan me voorbij laten gaan, en toch heb ik er genoeg van mee gekregen: mijn huisgenoot heeft het hele huis laten meegenieten van zijn beschonken toestand.

De woonkamer is een zooi, in de keuken ligt de inhoud van de koelkast in en naast het tosti-ijzer.

’s Middags meldt de bewuste huisgenoot zich. Hij was zó dronken, vertelt hij, en hij heeft iets heel doms gedaan.

In de daaropvolgende seconde vraag ik me af of ik iets over het hoofd heb gezien beneden. De alcohol heeft al vaker sloopsporen in het huis achtergelaten. Is het de tv? Of weer eens een we-wilden-kijken-of-dat-ook-mooi-zou-fikken-experiment?

Huisgenoot: „Ik heb vannacht de kat weggegeven.”