'Ik heb echt geen film nodig om politiek punt te maken'

Doug Liman maakte naam met spektakelfilms. In zijn film over het schandaal rond CIA-agente Valerie Plame kiest hij voor een serieuzere aanpak.

Director Doug Liman and actress Naomi Watts attend a Cinema Society screening of "Fair Game" at the Museum of Modern Art, in New York, on Wednesday, Oct. 6, 2010. (AP Photo/Peter Kramer) AP

Achteraf vraagt regisseur Doug Liman zich af waarom hij het niet eerder heeft gedaan: films maken die onderhoudend zijn, maar ook nog ergens over gaan. Liman is vooral bekend van actietrillers zoals The Bourne Identity (2002) en actiekomedies zoals Mr. & Mrs. Smith (2005). Zijn laatste spektakelfilm Jumper (2008) was een flop; tijd om het roer eens om te gooien.

Dat deed hij met Fair Game, die in première ging op het filmfestival van Cannes. De film gaat over het huwelijk van CIA-agente Valerie Plame (Naomi Watts) en oud-ambassadeur Joe Wilson (Sean Penn), dat onder onmenselijke politieke druk komt te staan. Reden: Wilson beschuldigde in 2003 de regering-Bush ervan leugens te verspreiden over pogingen van Saddam Hussein om in Afrika uranium te bemachtigen, in de aanloop naar de oorlog tegen Irak. Dat riep de toorn van de staat over het echtpaar af. Medewerkers van de regering-Bush gingen nog verder: ze brachten naar buiten dat Plame in dienst was van de CIA, wat zelfs haar naaste vrienden niet wisten. Een stap zonder precedent.

„Kijk, ik kan hier met een ernstig gezicht een betoog houden welke betekenislagen ik allemaal in Mr. en Mrs. Smith en in The Bourne Identity heb gestopt”, zegt Liman in Cannes. „Dat heb ik ook echt geprobeerd. Maar bij deze film was de betekenis er al vanzelf, zonder dat ik iets hoefde te forceren.” Een politieke film, laat staan een aanklacht, wil hij Fair Game desondanks niet noemen. Dat zou ook onverstandig zijn, want dergelijke films floppen vrijwel altijd, zeker als het om de oorlog in Irak gaat.

Liman: „Aan films over Irak met een duidelijke politieke boodschap bestond de afgelopen jaren geen gebrek. Films zoals Fair Game zijn daar eigenlijk een reactie op. Ik heb mijn eigen politieke opvattingen volledig buiten beschouwing gelaten tijdens het maken van de film. Ik ben steeds uitgegaan van de personages en van het verhaal, en niets anders. Ik heb campagnespots gemaakt voor president Obama. Daar kan ik mijn politieke energie al genoeg in kwijt, daar heb ik echt deze film niet voor nodig.”

Liman heeft de film ook niet gemaakt vanuit een gevoel van verontwaardiging. „Ik heb de zaak toentertijd gevolgd in de media. Daarna ben ik gewoon Mr. & Mrs.Smith gaan maken en ben ik het weer vergeten. Pas jaren later liep ik tegen dit scenario aan. Ik zie de film heel simpel als een verhaal over persoonlijke moed, maar dan wel tegen een brede politieke achtergrond. Ik wil de personages ook niet op een voetstuk plaatsen. Zeker Joe Wilson heb ik proberen af te schilderen als een antiheld, iemand met een grote mond die altijd overal meteen een mening over klaar heeft.”

Toch ziet Liman de film ook als een eerbetoon aan zijn overleden vader, de jurist Arthur Liman. Hij was de hoofdonderzoeker van de Amerikaanse Senaat tijdens de Iran-Contra-affaire onder de Amerikaanse president Reagan. „Dat was zijn onderzoek naar grootschalig machtsmisbruik door de Amerikaanse overheid; met deze film heb ik nu zelf een klein onderzoek gedaan naar machtsmisbruik van de staat.”

Films zoals Fair Game smaken naar meer. „Ik denk dat ik vanaf nu om en om ga werken: films zoals deze, en spektakels waarbij je de problemen van de wereld even kunt vergeten.”