Het gebrek aan memoires is het eerste probleem

Memoires van politieke leiders vertellen veel over politieke mores. Althans in het buitenland, in

Nederland worden ze nauwelijks geschreven.

Als je wil weten hoe de politiek werkt, zou je kunnen beginnen met de memoires van politieke hoofdrolspelers. Dus, dachten we: laten we de memoires van de belangrijkste leiders van ons land van de afgelopen decennia lezen. Die bieden vast de eerste aanknopingspunten hoe macht in ons land wordt uitgeoefend.

Maar toen realiseerden we ons: Nederlandse premiers schrijven geen memoires.

We wilden weten hoe uitzonderlijk dat was. In het presidentieel archief van de Amerikaanse president Ronald Reagan kwamen we een groepsfoto tegen uit 1986, van een bijeenkomst van de G7. We zien onze eigen premier Lubbers, de Italiaanse premier Craxi, de Britse premier Thatcher, de Duitse kanselier Kohl en de Franse president Mitterrand, de Fransman Delors (namens de EU), de Japanse premier Nakasone, de Amerikaanse president Reagan en de Canadese premier Mulroney.

Vierentwintig jaar later heeft ieder van deze leiders zijn memoires gepubliceerd, op twee na. De eerste uitzondering is Craxi, die na een corruptieschandaal naar Tunesië verdween en daar in het jaar 2000 stierf. De tweede zonder memoires is Ruud Lubbers. Hij schreef ze wel, of liet dat doen, maar bracht ze nooit uit.

Lubbers had het manuscript aan een aantal mensen in zijn omgeving laten lezen, en die vonden, in Lubbers’ woorden, ‘dat het net als vlees beter eerst wat verder kon besterven. Het boek ligt nu ergens ‘veilig opgeborgen’ en rust tot er een complete biografie uitkomt’.

Spoel dertien jaar vooruit, naar een bijeenkomst van de Raad van Europa met de Europese Commissie, in april 1999. Op die foto staan zestien Europese premiers en presidenten. Zes van hen zijn nu nog actief in politiek of bedrijfsleven. Ex-premier van België Jean-Luc Dehaene heeft zijn memoires aangekondigd, terwijl de leiders van Griekenland, Spanje, Zweden, Duitsland en Frankrijk en de premier van Finland ze reeds hebben gepubliceerd.

Slechts twee mannen van deze groep gingen met pensioen zonder memoires achter te laten. De eerste is oud-president van de Europese Commissie Jacques Santer, die opstapte na een corruptieschandaal. De ander is Wim Kok.

Er is wel geopperd dat Nederlandse leiders geen memoires schrijven omdat de notulen uit de ministerraad 25 jaar geheim blijven – wie daaruit citeert, gaat de gevangenis in. Maar Nederlandse leiders houden hun archieven ook vaak gesloten voor biografen – anders dan Amerikaanse presidenten, die na hun ambtstermijn heel veel beschikbaar maken in een eigen ‘presidentiële bibliotheek’.

Dan wordt wel vergoelijkend gezegd dat Nederland te klein is om memoires de financiële moeite waard te maken. Maar de Belgische markt is nog veel kleiner, en oud-premier Wilfried Martens schreef wel zijn Luctor et Emergo.

Het vrijwel compleet ontbreken van memoires bevestigt het beeld dat Nederland een van de meest gesloten politieke culturen van het Westen heeft.

Gerrit Zalm, oud-vicepremier, schreef een boek, dat uiterst zuinigjes werd besproken. Ed van Thijn, PvdA-onderhandelaar tijdens de (mislukte) kabinetsformatie eind jaren zeventig, deed het en verder nog wat spelers van kleiner formaat.

Maar onze leiders?

Dries van Agt heeft weliswaar geen memoires geschreven, maar hij heeft zijn archief ter beschikking gesteld aan biografen, Van Agt las mee tijdens de totstandkoming van de biografie. Oud-premier Piet de Jong zwijgt nog altijd. Joop den Uyl en Barend Biesheuvel stierven zonder memoires na te laten, en die van Lubbers liggen dus in de kast. Zelfs de zelfbenoemde koning van de openheid en nieuwe politiek Hans van Mierlo nam zijn herinneringen mee het graf in. Hij was een begenadigd schrijver die de politiek dichter bij de burger wilde brengen. Maar memoires?

Als je ziet hoe in andere landen de publicatie van zulke boeken kan leiden tot inspirerende discussies over zo’n premier- of presidentschap, besef je: hier mist Nederland een kans op een nationale conversatie over een afgesloten tijdperk.

En hier ontgaat gewone Nederlanders een kans om erachter te komen hoe de Haagse politiek werkt. Niet het nieuws voor de schermen, maar de machtsuitoefening erachter.