Geert Wilders biedt excuses aan voor zijn fractiegenoten

Het venijn waarover Geert Wilders vaak over anderen sprak, keerde zich gisteren tegen hem. De Kamer debatteerde over twee in opspraak geraakte PVV’ers. „Welke moraal hanteert u?”

Halverwege het debat komen de alarmberichten binnen. Opnieuw zijn de beurskoersen in New York weggezakt. Aziatische economieën groeien niet hard genoeg. De financiële stabiliteit van Ierland brengt het voortbestaan van de eurozone is in gevaar. Maar het onderwerp van het spoeddebat in de Tweede Kamer is iets beperkter.

Daar verontschuldigde PVV-leider Geert Wilders zich gisteren voor het verleden van twee van zijn Kamerleden, Eric Lucassen en James Sharpe. De eerste bleek een veroordeling wegens ontucht en boetes voor overtredingen tijdens een langlopende burenruzie te hebben verzwegen. Sharpe was, en ook dat wist Wilders niet, directeur van een Hongaars internetdatingbedrijf dat twee keer is beboet wegens het misleiden van klanten.

De categorische ontkenningen van Sharpe („niets aan het handje”) hielden niet meer dan een paar uur stand. In de woorden van zijn fractievoorzitter: „Als het gaat om dat bedrijf, is het natuurlijk onzin om te zeggen dat er niets aan het handje is; laten we eerlijk zijn.”

Wilders – die boosheid over de bejegening van zijn fractiegenoten afwisselde met excuses voor hun gedrag – had geen goede avond. Het venijn waarmee hij misstappen van andere politici altijd heeft aangegrepen om zijn boodschap van een foute politieke elite met een zwakke moraal te verkondigen, werd hem terug in het gezicht geslingerd.

GroenLinks-leider Femke Halsema begon haar betoog – onderbroken door verongelijkt geroep vanuit de PVV-fractie – met een opsomming van de zeven PVV-Kamerleden die de afgelopen jaren in opspraak waren geraakt. „De PVV behaalt nieuwe records.” Haar eigen partij, zei ze erbij, had er de afgelopen twintig jaar drie gehad. En die Kamerleden waren, zei ze er „met nadruk” bij, allemaal opgestapt.

Wilders protesteerde tegen, in zijn ogen, zoveel onheuse bejegening: „U weet dat bijna iedereen die u noemt, niet is vervolgd en niet is veroordeeld.” Halsema weer: „Laat ik dan tegen u zeggen: ik zou willen dat u de afgelopen jaren wat minder verdachtmakingen had geuit over de loyaliteit van bijvoorbeeld Albayrak en Aboutaleb. Waarom hebt u mevrouw Arib verdacht gemaakt zonder dat sprake was van strafrechtelijke veroordeling? Welke moraal hanteert u ten opzichte van uw eigen Kamerleden? Die moraal hanteert u geenszins voor andere Kamerleden, laat staan voor andere burgers.”

Zo werd Wilders verplicht uitgebreid uit te leggen hoe erg de fouten van zijn fractiegenoten al dan niet waren geweest. Lucassen hoorde het onbeweeglijk aan, op enig deemoedig knikken na op de momenten dat Wilders het over hem had. Sharpe was er niet.

Wilders trok een conclusie: „Wij betalen er de prijs voor, het is niet anders.” Maar met het imago van de PVV liep ook het hele politieke bedrijf schade op. „De integriteit van een politiek systeem hangt af van de individuen die binnen dit systeem functioneren”, zo zei D66-leider Alexander Pechtold. „Als ik deze gang van zaken gewoon ga vinden, zoals kennelijk geldt voor de VVD en het CDA, hebben wij allemaal meer verloren dan alleen ons gevoel voor fatsoen.”

Premier Mark Rutte (VVD) zat ook bij het debat, maar probeerde uit alle macht erbuiten te blijven. Hij ging niet over het functioneren van Kamerleden, zei de premier eerst goedlachs. Al snel stond Rutte dezelfde verwijten te incasseren die de VVD-leider zijn voorganger Balkenende altijd maakte: dat hij met het vluchten in formele redeneringen een gebrek aan maatschappelijk leiderschap probeerde te camoufleren.

Wilders bood nog maar eens excuses aan. En: „Vrolijk word ik er allemaal niet van, iedere dag wanneer ik opsta, moet ik eerlijk bekennen.” De oogst van vanochtend zal dat gevoel niet hebben veranderd. PVV’er Richard de Mos heeft gelogen over zijn cv. Schooldirecteur was hij nooit geweest. En ook over Sharpe was er nieuws: in zijn tijd als atleet had hij een collega aangevallen met spikes (schoenen met spijkertjes in de zolen).

Na woede en excuses restte Wilders alleen nog een poging tot humor: „Ik hoop er een hoop meer dan twee over te houden, moet ik u bekennen, maar ook dat zullen wij moeten afwachten.”