Eerste Kamer toont meteen cruciale positie

De Eerste Kamer wil geen stempelmachine zijn. Dat liet een meerderheid van de senaat gisteren twee keer zien. De senaat heeft een cruciale positie en maakt er nadrukkelijk gebruik van.

Afschaffen die Eerste Kamer, luidde het voorstel van de PVV in haar verkiezingsprogramma. Het idee haalde het niet, maar het zou het kabinet-Rutte nu goed uitgekomen zijn.

De Eerste Kamer nam gisteren met de meerderheid van één stem een motie aan die het kabinet oproept „een integrale herziene visie op de woningmarkt” te ontwikkelen, waarin de hypotheekrenteaftrek grotendeels moet worden afgebouwd. Dat willen Rutte c.s. helemaal niet. De kans dat het kabinet de motie volgt is klein. „Ze zullen wel een visie maken, maar zonder de afschaffing van hypotheekrente-aftrek erin”, verwacht GroenLinks-fractieleider Thissen.

Veel meer dan over de inhoud ging deze motie over de macht van de senaat. Die heeft een cruciale positie gekregen, nu de regeringscoalitie geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer. VVD en CDA hebben samen slechts 35 van de 75 zetels, gedoogpartner PVV geen enkele. Met steun van de SGP zijn dat er 37, nog altijd één te weinig voor een meerderheid. En dus zijn andere partijen nodig om wetten door de Eerste Kamer te krijgen. Sinds 1918 is het niet voorgekomen dat een coalitie wel een meerderheid had in de Tweede Kamer, maar niet in de senaat.

Wordt de Eerste Kamer door staatsrechtgeleerden vaak gezien als chambre de réflexion, in de praktijk spelen politieke afwegingen een grote rol. Dat is lastig voor Rutte. Toch heeft hij zich tot dusver weinig moeite getroost om de senatoren voor zich te winnen. Sterker nog, in augustus klaagden ze in deze krant dat ze „geen stempelautomaat” zijn. Ze waarschuwden dat ze bij begrotingsbehandelingen dwars kunnen gaan liggen. Een paar dagen later schreven ze – op de senatoren van VVD en CDA na – een brief aan informateur Opstelten met de mededeling dat hij onvoldoende rekening hield met de opdracht om een kabinet te vormen dat kon rekenen op vruchtbare samenwerking met het héle parlement. Dus ook de Eerste Kamer.

Gisteren kreeg Rutte de rekening gepresenteerd. En niet eenmaal, maar tweemaal op dezelfde dag. Want na de woningmarktmotie werden ook wijzigingen van de Tracéwet, de Spoedwet wegverbreding en de Wet ruimtelijke ordering afgewezen. Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) nam de wijzigingen, bedoeld om fouten in een besluit over bijvoorbeeld de aanleg van een weg te herstellen, terug.

Volgens PvdA-fractievoorzitter Han Noten kijken senatoren nog altijd vooral naar de inhoud. „Maar de consequenties van ons handelen zijn politieker geworden. De betekenis is groter. Dat zit wel in mijn achterhoofd.”

Het probleem voor VVD en CDA duurt in elk geval nog tot 23 mei. Pas dan kiezen de nieuwe Provinciale Staten de nieuwe senaat. VVD, CDA en PVV moeten dan een meerderheid zien te halen om effectief verder te kunnen regeren.