'Een echt krantje vind ik nog steeds het lekkerste'

Wekelijks vertelt een Bekende Nederlander over zijn mediagebruik. Vandaag tv-maker Johnny de Mol: „Ook koekhappen moet je vol overgave doen.”

„Ik ben niet zo van de nieuwste gadgets”, zegt televisiemaker en acteur Johnny de Mol, „een echt krantje vind ik nog steeds het lekkerste wat er is. Op een terras, kopje koffie, broodje. De Telegraaf, een Metrootje of de Spits. En ’s avonds natuurlijk Het Parool. Ik ben met kranten opgevoed. Bij mijn vader thuis lezen we NRC en next, bij mijn moeder De Telegraaf.”

Johnny de Mol is momenteel op televisie te zien in de serie Beat De Mol, geproduceerd door zijn vader John de Mol, waarin hij geestige wedstrijdjes doet met andere bekende Nederlanders. Zo rende hij gisteren verkleed als konijn door een bos bij Oldenzaal, terwijl een legertje paintballers hem beschoot: „Het programma is helemaal op mij gecostumized. Je moet mij niet in een strakke vorm zetten waarin ik teksten moet voorlezen van autocue. Je moet mij een beetje laten rennen en vliegen en doen. Dan kan ik mezelf zijn. Belangrijk in dit format is dat ik mijzelf voor lul durf te zetten. Naakt op een paard rondrijden, in een Speedootje het koude water in. Ook koekhappen moet je vol overgave doen.” De Mol is nu bezig aan de opnames van de comedyserie Walhalla, vanaf januari te zien bij BNN, over een groepje vrienden dat op de Wallen woont.

Wat kijkt u op televisie?

„Niet zoveel. Eigenlijk alleen voetbal. Alle Champions League wedstrijden, Studio Sport. Ik ben natuurlijk Ajacied; mijn opa, Willy Alberti, was erelid. Ik wilde vroeger ook prof worden. Ik heb op mijn zestiende meegedaan met regionale selectiewedstrijden, maar ik werd onder de voet gelopen. Nu ben ik langzaam tot de conclusie gekomen dat ik het Nederlands elftal wel op mijn buik kan schrijven. Hoger dan de eerste klasse Zuidvogels ben ik nooit gekomen.”

Volgt u ook de programma’s van uw familieleden?

„De eerste keer kijk ik altijd wel. Maar ik volg niet alles, nee. Dat zou te veel zijn.”

Wat voor telefoon heeft u?

„Onlangs ben ik gezwicht en heb ik een Blackberry gekocht. Nee, niet voor zaken. Ik hoef niet mijn mail te checken voor werk. Belangrijkste is dat ik kan bellen.”

Wat doet u op internet?

„Niet zoveel. Ik reis veel, dan is het leuk om via Facebook contact te houden met buitenlandse vrienden. En op de ochtend na een programma kijk ik altijd even op www.kijkonderzoek.nl voor de kijkcijfers.”

U had vorige week 560.000 kijkers. Dat zijn er 200.000 minder dan uw vader wil.

„Dat klopt niet, we hadden er bijna 600.000, en de laatste drie kwartier 780.000. Veel meer dan ik ooit had gehoopt. Als ik met de opnames bezig ben, denk ik niet aan kijkcijfers. Maar uiteindelijk zijn ze wel belangrijk. Als je met z’n allen iets maakt en er veel liefde en energie in steekt, wil je ook dat zo veel mogelijk mensen het zien. En je wordt er ook op afgerekend.”