Een andere blik onder de Haagse kaasstolp

De pers moet de macht controleren. Maar hoe? Vandaag de aftrap van een serie over de verstrengelingen van de Haagse macht.

Den Haag:11.4.7 Hoorzitting Hedge-fondsen. Nout Wellink. © foto Roel Rozenburg

Zelf spreken ze van ‘de Haagse kaasstolp’, en van ‘de vierkante kilometer rond het Binnenhof’.

De politici, journalisten, voorlichters en lobbyisten die samen het beeld van de landelijke politiek vormen en bepalen, opereren in een hoogst aparte biotoop. Het is een wereldje met eigen taboes, codes en hiërarchieën, maar bovenal een wereldje waarvan de insiders bewust of onbewust lijken te hebben afgesproken: van wat hier gebeurt komt maar een deel naar buiten, de rest houden we voor onszelf.

Zo ontstaat een kloof tussen wat de buitenwereld denkt dat er rond het Binnenhof gebeurt, en wat er werkelijk plaatsvindt. Dit artikel is het begin van een serie om hier iets aan te doen. De kloof dichten zal niet gaan, maar we proberen een paar bruggen te slaan, onder de werktitel Hoe Den Haag Werkt.

We gaan op ongebruikelijke plekken op zoek naar informatie, stellen daar ongebruikelijke vragen, en vertellen hierover ongebruikelijke verhalen. We schrijven in de ‘wij’-vorm omdat we zo veel meer kwijt kunnen.

Ons doel is meer helderheid te krijgen wie in ons land macht heeft, en hoe die wordt uitgeoefend. Het gaat ons er dus niet zozeer om wat er vandaag in Den Haag is gebeurd, maar wat er iedere dag in Den Haag gebeurt. Niet de uitzondering van het nieuws, maar de regel van de macht. We hopen dat lezers willen helpen, niet alleen met feedback over de juistheid, volledigheid, leesbaarheid en relevantie van de verhalen, maar ook met tips en informatie.

De Nederlandse ministeries zijn bijvoorbeeld zo gesloten als oesters, terwijl volgens lobbyisten en activisten juist daar veel belangrijke besluiten vallen – besluiten die politici daarna mogen presenteren als hun eigen beleid. We vermoeden dat sommige lezers van deze krant dicht op het ambtelijke vuur zitten, en ons kunnen vertellen waar we moeten kijken en wat we dan moeten vragen of zullen horen. Alle verhalen zijn op nrcnext.nl/nextfiles terug te lezen en te becommentariëren.

Het idee voor deze serie ontstond toen een van ons, Joris Luyendijk, een maand mocht rondlopen op het Binnenhof. Pratend met lobbyisten, voorlichters, journalisten en politici stuitte hij op allerlei ongerijmdheden die iedereen in ‘het Haagse’ als vanzelfsprekend lijkt te accepteren, maar die grote vragen oproepen. Vragen over de macht in Nederland, en over hoe de media over die macht berichten. En niet berichten.

Zo is daar de minimale ondersteuning van bewindslieden. Een minister wordt in Nederland doorgaans op het allerlaatste moment gevraagd, en heeft vaak nauwelijks of geen vakkennis van het terrein dat zijn ministerie bestrijkt. Zo’n minister mag welgeteld één persoon meenemen naar zijn departement, de zogeheten Politiek Assistent/Adviseur. Zo’n minister gaat niet over het personeelsbeleid, en kan ieder moment vervangen worden; omdat het kabinet valt, of omdat hij politiek verantwoordelijk is voor alles dat er op zo’n ministerie gebeurt.

Onze vraag: zijn ministers in ons land echt de makers van het beleid, of vooral het gezicht ervan?

Bij Tweede Kamerleden is de zogeheten ‘informatiepositie’ niet anders. In het Nederlandse systeem heeft een Kamerlid welgeteld één fractiemedewerker. Zo’n Kamerlid heeft een waaier aan onderwerpen in zijn portefeuille, en moet daarnaast ook nog zichtbaar zijn in de eigen Kamerfractie, de partij en de media – tijdrovende activiteiten.

De media op hun beurt zeggen de macht te controleren. Maar in werkelijkheid controleert de Haagse pers vooral dat gedeelte van de macht dat binnen het vizier van de Kamerleden en ministers valt. Waarbij ‘macht controleren’ vaak wordt opgevat als de analyse van het spel tussen de poppetjes en de partijen. Wij zeggen niet dat de politici er niet toe doen. Dat is onzin. Maar te doen alsof alleen de politici ertoe doen, is ook onzin.

Dan zijn er nog de lobbyisten, die betaald worden om de macht te volgen en te beïnvloeden. Als je hun vraagt waar ze hun geld, tijd en energie in steken, zeggen ze: driekwart in Brussel en de ambtenarij, en een kwart in de politiek. ‘Wie pas wakker wordt als een wet in de Tweede Kamer ligt, is echt te laat.’

Onze vraag: wanneer je als kwaliteitsmedium de macht wil controleren, en die macht ligt voor zo’n groot deel bij de ambtenarij, moet je dan die ambtenarij niet betrekken in je berichtgeving? En hoe doe je dat dan?

Ons antwoord: door die ministeries en het veld van lobbyisten en belanghebbenden eromheen in kaart te brengen, en de machinaties daar te reconstrueren. Morgen verschijnt de eerste casus, over het rookverbod.

De ministeries in ons land worden permanent gevolgd en bewerkt door hele legers lobbyisten en activisten. Die lobbyisten en activisten zijn effectiever naarmate ze beter weten wat er op zo’n ministerie gaande is. Op deze informatie wordt dus constant gejaagd, en dat gebeurt via de vele informele kanalen die een geavanceerde samenleving als de onze kent.

Denk aan de sociëteiten rond het Binnenhof, het receptiecircuit, de wereld van de bijbanen en nevenfuncties en zo verder. Het gaat erom wie je kent, en wie jou terugbelt als het ertoe doet.

Onze vraag: als je vindt dat de kwaliteitspers de macht moet controleren, moet je dus ook die informele kanalen in beeld halen. Maar hoe leg je de netwerken bloot waar cruciale informatie wordt gedeeld, gegund en geruild?

Ons oorspronkelijke plan was om alle lobbyisten, voorlichters, Haagse journalisten en politici en ex-politici in kaart te brengen, en deze gegevens te analyseren: wat zijn de verhoudingen man/vrouw, blank/allochtoon, moslim/niet-moslim, Randstad/erbuiten, alfa/beta/gamma-opgeleiden?

Door zo’n databank uit te breiden met cv-informatie kun je erachter komen waar alumni van bijvoorbeeld het Leidse studentencorps terechtkomen, of van de linkse Amsterdamse studentenvakbond ASVA. Je kunt ook in kaart brengen waar in Den Haag (oud-)werknemers van Shell allemaal zitten, of van het Nederlandse leger.

We wilden vervolgens de bij- en vervolgbanen van Eerste en Tweede Kamerleden erbij halen, en die combineren met hun voting records of stemgedrag. Hoe lopen de lijnen, bijvoorbeeld tussen de alcoholindustrie en de VVD, en de ontwikkelingsbranche en GroenLinks? Van welke partij krijgen oud-Kamerleden de mooiste vervolgbanen, en wie valt er buiten de boot?

We wisten dat dit een hels karwei zou worden. Maar wat we niet hadden verwacht, was dat in Nederland vrijwel al deze informatie onder de pet wordt gehouden. Anders dan in de Verenigde Staten en bij de Europese Unie zijn hier geen eenvoudig te raadplegen sites over stemgedrag van partijen. De ledenlijst van sociëteit Nieuwspoort, naar eigen zeggen gelegen ‘in het hart van de macht’, is geheim. De lijst van de Parlementaire Persvereniging: geheim. En anders dan Brussel en Washington kent Nederland ook geen verplichte registratie voor lobbyisten, dus wie dat allemaal zijn, weet niemand. Maar de Beroepsvereniging voor Public Affairs, zeg maar de lobbyclub voor lobbyisten, zet wel zijn ledenlijst online.

We zijn nu bijna drie maanden bezig met het verzamelen van gegevens, en al op tal van voorbeelden van verstrengeling gestuit. Deze verstrengeling is (meestal) legaal en menselijk bovendien. Mensen hebben nu eenmaal allemaal hun eigen carrières, contacten en persoonlijke belangen, Alleen, je wilt er meer over weten. En dat blijkt lastig, doordat cruciale informatie slecht of niet beschikbaar is. Dat is dan ook alvast een eerste, belangrijke ontdekking: je kunt de mate van verstrengeling onder de Haagse kaasstolp moeilijk achterhalen, want die stolp zelf is beslagen.

We willen het tot in detail uitzoeken. Onze hypothese luidt op dit moment: in vrijwel geen enkele democratie weet de overheid zoveel over haar burgers als in Nederland. En in vrijwel geen enkele democratie weten die burgers zo weinig over hun overheid als in Nederland.

De komende tijd gaan we ontdekken of er iets aan deze ondoorzichtigheid is te doen, en of lezers hier belangstelling voor hebben.