De Portugezen trekken weer naar Angola

Jonge Portugezen ontvluchten de crisis door te emigreren naar ex-koloniën als Angola en Brazilië. Hoe globalisering de oude Derde Wereld tot eerste keuze maakt.

People walk past an empty shop in downtown Lisbon Friday, Nov. 12, 2010. Portugal, Western Europe's poorest country, is one of the most financially vulnerable members of the 16-nation euro zone and its borrowing costs have risen steadily during Europe's debt crisis. (AP Photo/Armando Franca) AP

Wanneer Sérgio Canas zijn leraren op school vroeger hoorde vertellen over Angola, dacht hij aan misère en armoede. Nu associeert de 24-jarige Portugees het Afrikaanse land met avontuur, maar vooral met geld. Eind deze maand verhuist Canas naar Angola voor een riant betaalde baan bij een evenementenbureau in de hoofdstad Luanda.

Toen zijn vader enkele jaren terug overleed, werd Canas kostwinner waardoor hij na zijn middelbare niet verder kon leren. „Ik had nooit gedacht mijn land te verlaten. Maar ik realiseerde me dat het nodig is, wil ik goed werk vinden”, vertelt hij op een terrasje in Estoril, een voorstad van Lissabon, waar hij bij zijn moeder inwoont.

Canas maakt deel uit van een aanzwellende golf voornamelijk jonge Portugezen die naar de voormalige Portugese kolonie emigreren. Al ruim voor het uitbreken van de kredietcrisis verkeerde de Portugese economie in slechte staat. Zo groeide de economie van Portugal (11 miljoen inwoners) het afgelopen decennium amper: gemiddeld een half procent per jaar. De werkloosheid bedraagt 11 procent, en het dubbele onder jongeren. Het grondstofrijke Angola daarentegen groeit onstuimig en biedt volop werk.

Tussen 2000 en 2008 zochten al jaarlijks circa 70.000 Portugezen een beter leven in het buitenland. Door de crisis is dit aantal de afgelopen twee jaar gehalveerd, schat socioloog Rui Pena. In voorheen populaire Westerse emigratielanden is nu weinig werk.

Maar de emigratie naar delen van de wereld die niet zo hard zijn getroffen door de crisis, bleef op peil of steeg zelfs. „Verhoudingsgewijs komt hierdoor een steeds groter deel van Portugese emigranten in niet-Westerse landen terecht”, aldus Pena, die het Observatório da Emigraçao leidt, een onderzoeksinstituut dat verbonden is aan het ministerie voor Buitenlandse Zaken.

Dat de voormalige Derde Wereld onder jonge Portugezen nu eerste keuze is geworden, toont hoe verhoudingen tussen landen en werelddelen razendsnel kunnen veranderen. Maar ook hoe de globalisering de verschillen in landen zelf vergroot. „Angola is nog steeds een arm land, maar ik kan er deel uitmaken van een kleine elite die goed boert”, zegt toekomstig emigrant Sérgio Canas, die vorig jaar al een maand in Angola was.

Canas gaat in Luanda 3.000 dollar (ruim 2.200 euro) per maand verdienen, het drievoudige van wat hij in Portugal nu met soortgelijk werk verdient. „En ze betalen mijn mobiele telefoon, huis en eten.” De helft van zijn salaris zal hij automatisch laten overboeken naar zijn moeder. Hij is niet de enige die hiervoor kiest. Eerder dit jaar verzonden migranten in Portugeestalig Afrika voor het eerst meer geld naar Portugal dan Afrikaanse migranten in Portugal geld opstuurden naar hun familie in Afrika.

Emigreren zit Portugezen in het bloed: naar schatting 2,5 miljoen wonen er in het buitenland. Het is onzeker of de huidige generatie emigranten ooit terugkeert. Socioloog Pena: „Veel jongeren zien emigreren vooralsnog als een tijdelijke ontsnapping aan de crisis in eigen land en in de rest van Europa. De grote vraag is of ze blijven.” Arbeidsmigranten, zegt hij, hebben doorgaans de neiging langer te blijven dan ze vooraf dachten. „Belangrijk is altijd de komst van kinderen: dat is een klassiek punt waarna geen terugkeer meer mogelijk is.”

Angola is echter geen erg prettig land om een gezin te stichten, zegt Pena. „Leven in Luanda is nogal een jungle.” Er zijn grote inkomensverschillen: of je behoort tot de elite of je bent arm, een middenklasse is er niet. „Dit maakt het erg lastig een leuk restaurant te vinden: het is of zeer chique of je zit in een cafetaria.”

Ook Canas ervoer dat vorig jaar. „Natuurlijk ga ik mijn leven hier missen. Ik moest in Luanda met een lijfwacht over straat. Maar gelukkig kostte me die ook amper wat”, lacht hij. „Je moet daar tegen de chaos kunnen, er bijna van houden. Ik doe dat.”

Een andere voormalige Portugese kolonie met een florerende economie is Brazilië. De emigratie naar dit land is niet zo omvangrijk als die naar Angola. Maar Brazilië, zegt Pena, heeft naast de taal en de groeiende economie „alle voorwaarden om ook populair te worden”. Zo kent Brazilië wel een middenklasse, hebben Portugezen er al wijdverbreide familieconnecties door emigratiegolven in de vorige eeuw en zijn er veel Portugese bedrijven gevestigd. „Als een golf op gang zou komen, zou het hard kunnen gaan”, voorspelt Pena.

De 27-jarige Andreia Domingues woont en werkt sinds drie maanden in São Paulo. De grootste metropool op het zuidelijke halfrond is de motor van de onstuimig groeiende Braziliaanse economie en het financiële centrum van Zuid-Amerika.

Voor de Portugese Domingues waren niet alleen het gebrek aan werkgelegenheid of de lage lonen reden te emigreren. Ze noemt ook de onder jongeren veelgehoorde klacht dat de Portugese maatschappij hen niet beoordeelt op hun merites. „Hoe hard je ook werkt in Portugal, promoveren of je ontwikkelen ‘binnen je baan’ zal altijd afhankelijk zijn van andere factoren”, schrijft ze per e-mail. „Er is altijd de leeftijdsfactor – ‘zij is te jong voor die functie’ – en het gebrek aan leidinggevende posities dat vrijkomt.”

Domingues had in Lissabon een goede baan, maar „omdat Portugal een klein land is” zag ze niet veel mogelijkheden carrière te maken. In de paar maanden dat ze in São Paulo woont, heeft ze het idee gekregen dat de kansen er voor het oprapen liggen. „Je moet hier gewoon hard werken. Men gelooft dan in je, of je nu 27 bent of 40.”

Werkgevers, zegt ze, „zijn bereid in je te investeren als ze zien dat je het waard bent om in te investeren”. Het verhoogt de druk om te presteren, zeker in zakenstad São Paulo. „Als je niet hard werkt, kun je er zeker van zijn dat je je baan kwijtraakt. Er is altijd iemand anders die twee keer zo hard wil werken als jij, voor de helft van het geld.”