Dan liever gelijk een republiek

Heeft de Koning te veel privileges? Schaf dan ook de Gouden Koets af, betoogt Daniela Hooghiemstra.

Dat de Koning eigenlijk een gewoon mens is, was een eeuw geleden nog een goed bewaard geheim, maar inmiddels weet iedereen het. Koningen hebben óók huwelijksproblemen en zijn niet nobeler dan anderen. Het was niet God die hun deze positie gaf, maar politiek vernuft, doorzettingsvermogen of moed van voorouders, in combinatie met historisch toeval.

Democratisering en individualisering, voortgestuwd door moderne media, hebben het gezag van autoriteiten en daarmee dat van de Koning minder vanzelfsprekend gemaakt. Kon koningin Juliana zestig jaar geleden nog koketteren met de mededeling dat zij eigenlijk maar ‘gewoon’ was, inmiddels is de gewoonheid van de koninklijke familie een serieuze bedreiging geworden voor de bijzondere status die zij geniet. Als de familie zo gewoon is, waarom heeft zij dan al die privileges?

Als gevolg hiervan doen zich allerlei problemen voor: de ene keer gaat het over geld (de begroting van het Koninklijk Huis, de belastingroutes, de vliegkosten), de andere keer over privéproblemen (Margarita, Mabel) of over een vakantiehuis op een verkeerde plek. De bron voor alle wrevel is steeds die ene vraag, die Juliana ooit zelf stelde toen zij de troon besteeg, maar die nu als een boemerang wordt teruggeslingerd: wie zijn de Oranjes dat zij dit doen mogen?

Door het sluimerende onbehagen over de legitimiteit van het koninklijke gezag hebben ministers en Kamerleden veel werk aan het Koninklijk Huis, want zij dragen er de politieke verantwoordelijkheid voor. Daarom zoeken zij naar manieren om het archaïsche eiland een modern gezicht te geven, er een ‘partner’ van te maken die in het moderne staatsbestel voor iedereen acceptabel is. Juridische procedures en vijandig getwitter van de zijde van de aanstaande Koning doen voor de toekomst het ergste vrezen. Kamerleden willen dat iedere (schijn van) machtsuitoefening door de Koning een halt wordt toe geroepen.

Een Kamermeerderheid lijkt te ontstaan voor het plan om het wekelijkse gesprek tussen Koning en minister-president af te schaffen. Daarmee zal de maatschappelijke wrevel niet verdwijnen, eerder groter worden. Algemeen wordt aangenomen dat het wel de Koning zal zijn die de premier beïnvloedt. Zou niet eerder het omgekeerde het geval zijn? Gezien de politieke verhoudingen in Nederland, waar de Tweede Kamer toch de baas is, ligt dat voor de hand. De premier kan in het wekelijkse gesprek de Koning confronteren met de politieke werkelijkheid. „Dat vakantiehuis lijkt mij niet verstandig”, „die kosten zult u toch privé moeten betalen”, etcetera.

Om de Koning in een moderne democratie goed te laten functioneren, moet de premier op de hoogte zijn van, en vat houden op, zijn doen en laten. Het nut van het wekelijkse gesprek hangt af van de houding van de deelnemers eraan. Zit er een premier die zich de oren laat wassen en een Koning die zijn zin doordrijft, bewijst het gesprek de democratie geen dienst. Met een premier die niet bang is en een Koning die mede daardoor zijn boekje niet te buiten gaat, is het gesprek nuttig en in de toekomst – met de grote bewegingsruimte die Willem-Alexander voor zichzelf lijkt op te eisen – zelfs hard nodig.

Een meerderheid van de Kamer heeft ook moeite met de rol van de Koning bij de kabinetsformatie, al wordt die invloed niet werkelijk gevoeld. Tijdens de jongste formatie, toen de koninklijke ‘bemoeienis’ veel kritiek kreeg, werd juist weer bewezen dat het toch een Kamermeerderheid is die de doorslag geeft. Als de Kamer bij de formatie voortaan het voortouw krijgt, zal dit aan de uitslag dus niets veranderen.

De Koning „uit de regering halen”, zoals Wilders wil, lijkt een kloeke daad, maar lost niets op. De bron van de maatschappelijke onvrede is niet de invloed van de Koning op de politiek. De burger ergert zich eraan dat hij alles steeds meer zelf moet uitzoeken, terwijl er nog altijd een familie is wier status en welvaart van wieg tot graf is verzekerd. Dankzij de burger, die haar met paleizen, lakeien, boten en vliegtuigen op de been houdt. De Koning uit de regering halen zou daar niets aan veranderen, net zomin trouwens als het ceremoniële koningschap. Dat zou van de Koning een losgeslagen entiteit maken, wiens luxe leven alleen nog maar meer ergernis zou wekken en het maatschappelijke evenwicht eerder zou verstoren dan bevorderen.

Het feit dat het erfelijke koningschap principieel botst met onze opvattingen over zelfredzaamheid en verantwoording, is in het politieke debat over het koningshuis de elephant in the room: het vraagstuk dat iedereen ziet, maar angstvallig met rust laat. Geen enkele partij – ook die van Wilders niet – durft te zeggen dat de monarchie moet worden afgeschaft omdat het principe uit de tijd is, want de meeste Nederlanders, blijkt steeds weer uit enquêtes, houden van hun monarchie. Daarom proberen partijen de groeiende wrevel weg te nemen, zonder dat het koningschap zelf in het geding komt.

Als Nederlanders hun monarchie willen behouden, zullen zij de Oranjes hun privileges moeten gunnen en hun gevoelens van ressentiment moeten inslikken over die ene familie die alles in de schoot geworpen lijkt te krijgen. Wie enthousiast ‘oh’ en ‘ah’ roept als de Gouden Koets voorbij komt, moet daarna niet klagen over ‘poppenkast’ of dure kleren. Net als een huwelijk is de monarchie een totaalpakket. Met de glamour, de nostalgie en het saamhorigheidsgevoel tekenen we ook voor de hofcultuur die de Oranjes om zich heen verspreiden.

De premier moet een ingewikkeld spel spelen om de familie enerzijds te beschermen en anderzijds aan haar invloed het hoofd te bieden. Dit vergt veel tijd en energie, maar geen aanpassing van het systeem. Dat biedt namelijk al alle democratische waarborgen die je in deze hybride situatie kunt wensen.

Als Kamerleden de samenwerking tussen Koning en politiek desondanks niet meer vertrouwen, rest nog maar één conclusie: dat zij met het erfelijke koningschap niet meer uit de voeten kunnen. Dan moeten ze niet met schijnoplossingen komen, maar zullen ze zo dapper moeten zijn om Koninginnedag, Gouden Koets en kersttoespraak vaarwel te zeggen. Alles wat zij tussen dát en de voortzetting van het huidige systeem ondernemen, is in stoere taal vermomde schuchterheid.

Daniela Hooghiemstra is historicus en journalist. Zij schreef samen met Dorine Hermans over het hofleven en werkt nu aan de biografie van de pacifistische onderwijshervormer Kees Boeke.