Boskalis trapt in de klassieke overnameval

De waterkant is stakersland. Werkers in de Rotterdamse haven hebben een historie als actievoerders. De 400 gulden loongolf in 1970. De wilde havenstaking van 1979. De eerste werkonderbreking tegen afschaffing van vervroegd uittreden in 2004. Drie jaar geleden staakten havenslepers van Smit Internationale.

En nu?

Nu worden de pensioenen van ruim 2.100 belanghebbenden bij het Smit-pensioenfonds op 1 januari met 13 procent verlaagd. Zij zijn de dupe van de rampzalige positie van hun pensioenfonds. Het fonds verzekert het (gepensioneerde) kantoorpersoneel van Smit en kampt met een dubbel vergrijzingstekort. Niet genoeg vermogen en onvoldoende pensioenpremies tegenover de lopende pensioenuitkeringen.

Nu blijkt dat de pijn onnodig is. Personeel en ouderen van Smit mogen zich bekocht voelen. Toen Boskalis begin dit jaar zijn finale overnamebod deed op Smit, had de baggeraar 25 miljoen euro over voor de redding van het Smit-pensioenfonds, zei Boskalis-topman Peter Berdowski zaterdag. Maar de top van Smit bestemde dat geld voor de portemonnee van de aandeelhouders.

Was dat nodig? Kwamen beleggers tekort? Boskalis had Smit drie jaar op de hielen gezeten. Eerst met een overnamebod op een divisie. Toen dat niet lukte, volgde een totaalbod op Smit à 62,50 euro per aandeel. Dat kwam op 15 september 2008. De ochtend dat de zakenbank Lehman bankroet ging en de kredietcrisis een fel uitslaande bankenbrand werd. Boskalis begon prompt aandelen-Smit te kopen en verzamelde 25 procent. Smit bleef zich verzetten. Boskalis liet los. Maar bleef de grootste aandeelhouder. Een sterke onderhandelingspositie. Een jaar later ging Smit toch akkoord: 60 euro per aandeel. Diverse beleggers bleven klagen. Ook twee van de vijf commissarissen van Smit vonden het niet genoeg.

Om de beleggers over de streep te trekken, betaalde Boskalis op verzoek van Smit ook het dividend over 2009. Zo kwam het bod op 62,75 euro, een kwartje meer dan in 2008. Nu zegt Berdowski dat het extraatje tot drie maal was aangeboden om het Smit-pensioenfonds te redden.

Begin 2009 was al duidelijk dat het fonds er dramatisch voorstond. Alle genomen maatregelen (maximale premie, geen prijscompensatie, bijgestelde beleggingen) zijn onvoldoende om uit het dal te komen, schrijft het bestuur van het fonds in het jaarverslag over 2008. Werkgever Smit is niet verplicht meer te betalen. Lagere pensioenen zijn de laatste optie, tenzij de beurzen de reddende engel zijn.

Helaas.

Het fonds moet ook extra geld reserveren voor de gestegen levensverwachtingen. En in de nazomer velt De Nederlandsche Bank het vonnis over de ‘zombiefondsen’. Geen zicht op herstel? Door de zure appel heen bijten.

De vraag is of het bestuur van Smit met zijn keuze voor het aandeelhoudersextraatje de belangen van alle betrokkenen wel adequaat heeft afgewogen, zoals de wet eist. Hadden de werknemers niet ook iets verdiend? Datzelfde geldt voor de werkgeversdelegatie in het pensioenfondsbestuur. Heeft zij voor de belangen van het fonds gevochten?

Veelbelovende juridische acties van bijvoorbeeld gepensioneerden liggen in het verschiet. Al is het maar als actiemiddel.

Maar ook Boskalis kan bij zichzelf te rade gaan. Gretigheid won, nuchterheid verloor. Boskalis trapte in de klassieke overnameklem. De top van Smit is na de overname uitgespeeld of weg, de beleggers zijn voldaan vertrokken. Maar wie blijven? De werknemers. Zij kijken naar Boskalis, dat is nu hun werkgever. De baggeraar kan straks nogmaals dokken, maar nu om hun pensioenen te repareren.

MENNO TAMMINGA