Weens hof buigt zich over moord op Tsjetsjeen

Vandaag begint in Wenen een proces tegen drie mannen die verdacht worden van de moord op een tegenstander van de Tsjetsjeense president.

Op papier lijkt de rechtszaak tegen drie Tsjetsjenen die vandaag in Wenen begint een misdaadroman. Een van de verdachten deed zich jaren voor als een suffe verzekeringsagent, maar zou uiteindelijk het kille brein zijn achter een moordcomplot. Een andere verdachte zou na het uitvoeren van die moord totaal in paniek zijn geraakt en verraadde zich klungelig door daarna het ene na het andere telefoontje te plegen met zijn mobieltje. En hun opdrachtgever zou een eenbenige ex-rebel zijn die naar de vijand was overgelopen.

Maar met fictie heeft deze zaak weinig te maken. De moord op Oemar Israilov, een voormalige bodyguard van de Tsjetsjeense president, is echt. En de zaak gaat niet alleen om een gewelddadige leider van een obscuur bergstaatje (president Kadyrov van Tsjetsjenië) die er nu zelfs niet meer voor zou terugdeinzen om zijn tegenstanders ook in het ‘beschaafde’ Westen het zwijgen op te leggen.

De zaak gaat ook om de Europese betrekkingen met Rusland. Want het Kremlin gedoogt Kadyrov, zolang hij de orde weet te bewaren in de Russische deelrepubliek. Een uitspraak in het nadeel van de verdachten en mogelijke saillante details die tijdens het proces naar boven komen, kunnen Moskou nog meer in verlegenheid brengen dan de moord zelf.

Israilov werd in januari 2009 door twee mannen aangesproken bij een supermarkt. Er volgde een confrontatie, waarna Israilov, destijds 27, de benen nam. Hij werd achtervolgd en iets verderop neergeschoten. De daders maakten zich uit de voeten, probeerden tevergeefs iemand uit een auto te sleuren om te vluchten, en pakten ten slotte een wagen van een derde handlanger, ondertussen het ene na het andere telefoontje plegend.

Vrijwel meteen werd het verband gelegd met Kadyrov. Israilov was een voormalige bodyguard van hem die zich tegen hem had gekeerd. In 2006 vluchtte hij naar Wenen waar hij Kadyrov voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens beschuldigde van het laten martelen, kidnappen en vermoorden van opstandelingen om de onrust in Tsjetsjenië te bedwingen. Kadyrov zelf ontkent dat.

Onmiddellijk na de moord begon de Oostenrijkse antiterreurdienst met een uitgebreid onderzoek waaruit bleek dat Kadyrov wel degelijk betrokken was. Volgens de dienst had Kadyrov opdracht gegeven tot de ontvoering, maar niet tot de moord. De onderzoekers kwamen onder meer tot die conclusie omdat Otto Kaltenbrunner, de verdachte verzekeringsagent die de moord uitdacht, vlak na de moord gebeld zou hebben met Sjaa Toerlajev, een eenbenige ex-rebel die nu een belangrijke adviseur is van Kadyrov. Toerlajev wordt in andere zaken genoemd als degene die het vuile werk opknapt voor Kadyrov. Hij zou 2,5 maand voor de moord met Kaltenbrunner hebben gesproken in Wenen, waar hij vermoedelijk de laatste instructies gaf.

In de aanklacht noemt de Oostenrijkse justitie echter Kadyrov niet als verdachte, wegens gebrek aan bewijs. In de aanklacht staat dat het onzeker is of Toerlajev de „drijvende kracht” was achter de moord of dat hij „slechts doorgeefluik was voor de bevelen van Kadyrov”. Het proces zal acht dagen duren, daarna volgt de uitspraak.