We presteren om gezien te worden

Iemand die een goed leven wil leiden kan niet zonder een dosis ijdelheid, zegt Meester.

Nee, zeggen anderen. „Ik denk dat juist onzichtbare mensen de samenleving bij elkaar houden.”

Matt Davis and his son Blaize join the crowd of 1,580 costumed superheroes during the successful attempt to break the Guinness World Record for the largest gathering of superheroes outside the Staples Center in Los Angeles on October 2, 2010. The feat was judged by official Guinness World Records Adjudicator and Spokesperson Stuart Claxton and they required a minimum of 1,501 superheroes to break the current world record. AFP PHOTO/Mark RALSTON AFP

Als je met de auto door het platteland van de Verenigde Staten rijdt is de kans aanwezig dat je op rariteiten als de grootste kruiwagen, de langste werphengel of de grootste jojo ter wereld stuit. Zo’n alledaags voorwerp staat dan op reusachtige schaal sprookjesachtig langs de toegangsweg tot een stoffig stadje tentoongesteld. Zo weet de automobilist dat hij niet zomaar een willekeurig plattelandsgat passeert, maar bijvoorbeeld Alma, Arkansas, spinaziehoofdstad van de wereld en thuishaven van het grootste blik spinazie op aarde. Of Port Isabel in Texas, waar – inderdaad – de grootste werphengel ter wereld prijkt.

Het zijn voorbeelden die op de lachspieren werken en eerder benadrukken wat ze proberen te verhullen, namelijk dat er waarschijnlijk weinig te beleven valt. Desondanks doet men een verwoede poging om zichzelf boven de grauwe middelmaat te verheffen. Dat is grappig maar ook herkenbaar. IJdelheid zit immers in ons allemaal. De drang om je te onderscheiden en door anderen gezien en gewaardeerd te worden is een universele behoefte. Het internettijdperk biedt meer dan ooit tevoren de gelegenheid om die behoefte tot in het kleinste detail te bevredigen. Online tonen we onze mooiste foto’s, delen onze diepste gedachtes en etaleren onze kennis en prestaties naar hartelust. In onze maatschappij van vandaag viert ijdelheid hoogtij. En wij vieren het feestje vrolijk mee.

Deze ‘verijdeling’ van de samenleving is in zekere zin een product van de ontkerkelijking, zegt Burcht Pranger, emeritus hoogleraar geschiedenis van het christendom aan de Universiteit van Amsterdam. Het idee van ijdelheid als zonde stamt per slot van rekening in eerste instantie uit het christendom. „In de middeleeuwen behoorde ijdelheid nog tot de ondeugden”, zegt Pranger. „Dus de codes waarin men zich manifesteerde waren die van nederigheid.” Die codes lijken ver weg te staan van onze huidige samenleving, maar volgens Pranger integreren ze soms heel harmonieus. „Neem de VS. Amerikanen geloven erg in de maakbaarheid van de samenleving. Tegelijkertijd komt hun hele moraliteit uit het protestantisme voort, waar een sterk nederigheidsideaal geldt. Dat kan heel goed samengaan.”

Volgens filosoof Frank Meester is er echter niets mis met ijdelheid. Vorige maand verscheen van hem het boek Zie Mij, filosofie van de ijdelheid waarin hij de stelling poneert dat ijdelheid in feite een deugd is. Volgens Meester is ijdelheid de drijfveer achter alle grote kunst. Die maken mensen namelijk omdat ze er heimelijk naar streven iets groots na te laten, waardoor hun naam generaties lang wordt onthouden en zij in hun werken kunnen voortleven. IJdelheid spoort talentvolle jonge kunstenaars, musici en sporters aan om hard en gedisciplineerd te blijven oefenen, zodat ze later roem en eer kunnen behalen. Maar ijdelheid is ook de benzine van de gewone man en vrouw, stelt Meester, omdat het al op kleine schaal zijn werk doet. „Onze ijdelheid maakt onze kleinste succesjes tot een reden om door te gaan. We zijn blij met ieder complimentje en putten daar kracht uit.”

Volgens Meester is ijdelheid de perfecte balans tussen de extremen van egoïsme of narcisme aan de ene kant en slaafse volgzaamheid aan de andere. Als je ijdel bent, denk je aan jezelf, maar omdat je goed wil overkomen houd je tegelijkertijd rekening met de mening van anderen. „Iemand die een goed leven wil leiden kan niet zonder een dosis ijdelheid”, concludeert Meester.

Een klein beetje ijdelheid is niet erg, zegt filosoof Jan Bor, maar het blijft in grote proporties wel een probleem. „IJdele mensen zijn voortdurend bezig met een beeld van zichzelf”, zegt Bor. „Maar dat beeld dat ben je niet. Daarom zeg ik juist: in ijdelheid zit een enorm zelfbedrog. Het staat jezelf in de weg, want je bent voortdurend bezig om energie te stoppen in dat beeld dat je niet bent. De grote filosofen zoals Kierkegaard en Socrates wijzen naar iets dat voorbij dat beeld ligt.” Wat dat precies is, kun je volgens Bor niet definiëren. „Je kunt het wel voelen. Net zoals je voelt of iemand eerlijk is. Uiteindelijk gaat het niet om ijdelheid, maar om een soort eerlijkheid. Eerlijkheid is waarachtigheid en dat is voor mij hetzelfde als waarheid.”

Hoe zit het dan met kunst en andere grote werken? Is ijdelheid werkelijk de drijfveer van de kunstenaar of wetenschapper? Soms misschien. Van Newton is bekend dat hij erg ijdel was. Wellicht dat roemzucht hem heeft gedreven tot zijn grote ontdekkingen. Maar het is moeilijk vol te houden dat een schilder als Van Gogh werd bewogen door ijdelheid. Hij verkocht tijdens zijn leven slechts één schilderij. Het moest hem toch al vroeg duidelijk zijn dat de wereld niet stond te springen om zijn kunst. Toch bleef hij tot aan zijn dood onvermoeid doorwerken. Jan Bor: „Grote kunstenaars zoals Samuel Beckett, Van Gogh, Mondriaan of Rembrandt breken door dat schijnbeeld van ijdelheid heen, omdat ze juist iets willen laten zien wat verder gaat. Ze suggereren met beelden een werkelijkheid waarover je niet kunt spreken.”

Ook liefde kan aanzetten tot grote kunst. Zo gaf de Indiase mogolheerser Shah Jahan in de 17e eeuw opdracht tot het bouwen van de Taj Mahal, uit liefde voor zijn vrouw die stervende was. Het bouwwerk symboliseert daarom nog altijd wat ware liefde tussen twee mensen vermag.

Toch is er voor ijdelheid als deugd ook wel iets te zeggen, zoals Meester betoogt. De Van Dale definieert ijdelheid immers als „de zucht om door anderen bewonderd en geprezen te worden”. En om jezelf geliefd te maken bij anderen is het verstandig om sociaal, vriendelijk en voorkomend te zijn. Zo schreef de Franse schrijver François de la Rochefoucauld in de 17e eeuw al: ‘De deugd zou niet zo ver gaan, indien de ijdelheid haar geen gezelschap hield.’

Jan Bor houdt echter vol dat je er als mens naar zou moeten blijven streven om voorbij de ijdelheid te gaan. „Ik vind dat ijdelheid leegte is. Al dat bevestigd willen worden door anderen, dat is toch kinderachtig? Ik geloof dat mededogen pas ontstaat als je jezelf kunt vergeten. Zoals Franciscus of Moeder Theresa, die waren niet ijdel.” Maar is dat niet het stadium van heiligheid? „Ja, maar dan maken we daar weer een plaatje van en dat moet je niet doen. Ik denk dat er heel veel heiligen rondlopen zonder dat wij merken dat ze er zijn. Dat zijn de bijzondere mensen. Ik denk dat juist al die onzichtbare mensen de samenleving bij elkaar houden. Die mensen zijn helemaal niet met ijdelheid bezig.”