Waarom drinken alleen oma's een advocaatje?

Josje Schiltmans uit Utrecht vraagt zich af waarom alleen oma’s advocaat drinken.

Echte advocaat, een mix van eidooiers, brandewijn en suiker, wordt niet gedronken, maar gelepeld. En dan niet als ontbijt uitgegoten boven twee kommen met fruit – zoals culinair historica Lizet Kruyff laatst hoorde over een onwetend echtpaar uit Toscane dat een fles cadeau had gekregen – maar „in een klein glaasje met een toefje slagroom erop.”

Dat lepelen verklaart volgens Kruyff de populariteit van advocaat bij oma’s. „Het is een typisch damesdrankje: ‘lekker jezelf verwennen’. Advocaat lepelt rustig weg, is voedzaam, zoet en lijkt onschuldig; net vla.” Hans Peter Korendijk, liquorist bij slijterij De Poort van Kleef in Deventer: „Je kunt er zelfs je kunstgebit bij uit houden.” De tongen komen er vanwege het alcoholpercentage (minstens 14 procent) ondertussen aardig van los.

Vroeger werd advocaat vooral gelepeld na het kerkbezoek. Oma aan de advocaat, opa aan de ‘jonge’. Ook bij verjaardagen, Pasen en Kerst was het van origine Nederlandse drankje in vele huiskamers te vinden. Met name op het platteland, vermoedt historica Kruyff. „Advocaat werd vaak zelf bereid. Dan moest je wel voldoende eieren voorhanden hebben.”

Tot tien jaar terug zette Korendijk met Pasen nog weleens een displaytje met zestig flessen advocaat in de winkel. Nu durft hij dat niet meer. „Advocaat is een vergrijsd product”, zegt Korendijk. Is de gemiddelde leeftijd van een advocaat-koper circa 72 jaar, „de meeste advocaat-drinkers liggen al op het kerkhof”.

In de jaren zeventig en tachtig is wel geprobeerd advocaat te ‘verhippen’. Kruyff: „Er werd gepoogd het drankje onderdeel te maken van nagerechten. Advocaat met cake, ijs, banaan en room. Vooralsnog heeft advocaat zich nog niet meer van zijn oubollige imago kunnen ontdoen.”

Ondertussen is de advocaat-verkoop de laatste jaren sterk teruggelopen. Advocaat zou onvoldoende ‘mixable’ zijn om aan de huidige drankmaatstaven te voldoen. Ook de salmonellahysterie die in de jaren negentig losbarstte, heeft het imago mogelijk beschadigd.

Bovendien, zegt Korendijk, geldt dat wat oma drinkt, niet stoer is. „Dat vinden hun kinderen, de oma’s van nu, ook.” Hetzelfde zag je volgens Korendijk bij Breezers: toen die ook bij ouderen populair werden hadden jongeren er plots genoeg van. „Maar er wordt zeker niet minder gedronken dan vroeger. Gelukkig niet. In plaats daarvan is heel Nederland nu aan de wijn. Ook opa en oma.”

Freek Schravesande