Sarcasme na falen onderhandelingen

„Willen sommige landen wel een Europese begroting”, vraagt de Belgische minister Wathelet zich af.

Kunnen de nieuwe Europese toezichthouders voor banken en verzekeraars wel worden betaald? Waar moet het geld voor de nieuwe Europese diplomatieke dienst vanaf januari vandaan komen? Deze vragen worden acuut, nu vannacht de onderhandelingen over de Europese begroting tussen de 27 EU-regeringen en het Europees parlement zijn afgeketst.

De onderhandelingen liepen stuk op machtskwesties, niet op geld. Maar het directe gevolg is hetzelfde: er is nu géén begroting voor 2011. Zolang dat zo blijft, geldt een ‘stoplapregel’, waarbij de EU maandelijks één twaalfde van de oude begroting (2010) kan uitgeven. Nieuwe kostenposten zoals die van buitenlandcoördinator Lady Ashton, waar lidstaten zelf om gevraagd hebben, kunnen niet of veel pijn en moeite betaald worden. Ook landbouwuitgaven, die maandelijks fluctueren, worden doorkruist. Elke poging tot ‘bijplussen’ uit andere potjes moet door een gekwalificeerde meerderheid van lidstaten en parlement worden goedgekeurd.

Aanvankelijk wilde het parlement meer geld voor 2011 dan de lidstaten. Maar die kwestie was vorige week al opgelost. Vooral Noord-Europese landen als Nederland en Groot-Brittannië wilden deze zomer, wegens hun eigen bezuinigingsprogramma’s en de anti-Europese dynamiek onder de kiezers, de Europese begroting bevriezen. Maar ook zij accepteerden in oktober dat dit niet kon. Ze hadden zelf gekozen voor de buitenlandse dienst en de toezichthouders. Vandaar dat de Britten eind oktober een verhoging van maximaal 2,91 procent voorstelden. Zo kwam het totaalbedrag op 126,5 miljard euro. Het parlement, dat eigenlijk 5,9 procent extra wilde, accepteerde dat vorige week.

Het probleem was dat het parlement in ruil voor deze financiële concessie een stevige vinger in de pap eiste bij alle toekomstige begrotingsbesluiten – over het bestedingspatroon, het heffen van eigen EU-inkomsten, het aanspreken van reserves, enzovoort. Het Lissabonverdrag, de nieuwe Europese ‘grondwet’, geeft het parlement meer invloed. Maar enkele bepalingen van het verdrag zijn vaag en moeten nog worden opgelost in onderhandelingen tussen parlement en lidstaten.

Volgens parlementsvoorzitter Jerzy Buzek staat het parlement volledig in zijn recht als het nu eist dat die bepalingen in het verdrag worden verankerd. „Wij vragen geen cent meer voor 2011”, zei hij. „Ik ben premier geweest en weet hoe zwaar de crisis op landen drukt. We vragen alleen dat regeringen hun belofte honoreren ons over belangrijke begrotingskwesties te laten meebeslissen.” Eén struikelblok vannacht was de vraag of het parlement medezeggenschap krijgt (zoals het vroeger had) over een uitgavenreserve van 0,03 procent – die sowieso vrijwel onmogelijk te regelen is omdat eerst alle lidstaten het unaniem moeten goedkeuren. Ook wil Buzek directe Europese belastingen aan de orde stellen, die de EU-begroting minder afhankelijk maken van nationale begrotingen.

Die macht wilden regeringen het parlement niet geven. Of liever: twéé regeringen. Vorige week keurden tien ministers Buzeks verlanglijstje af. Dat groepje was vannacht geslonken tot de Brit en de Nederlander, met enige Zweedse steun. De Nederlandse staatssecretaris Ben Knapen (Buitenlandse Zaken, CDA) zei dat Nederland al een flinke concessie had gedaan door de budgettaire nulgroei los te laten. Dat europarlementariërs „een voet tussen de deur” willen met meer bevoegdheden, vond hij te ver gaan.

„Ik vind het jammer dat zo’n klein aantal lidstaten niet bereid is te handelen in de Europese geest”, zei voorzitter Barroso van de Europese Commissie vanmorgen. Ook de Belgische minister Melchior Wathelet verpakte zijn ergernis vannacht in sarcasme: „Ik hoop dat iedereen deze begroting wel écht wil.”