Potter-verhalen: We leven in duistere tijden

Schrijfster J.K. Rowling heeft in interviews de boze tovenaar Voldemort vergeleken met uiteenlopende dictators, van Hitler tot Saddam Hussein. De rechtse Amerikaanse politieke commentator Bill O’Reilly sloeg op tilt toen hij vernam dat professor Perkamentus homoseksueel was. Activisten tegen de uitbuiting van werknemers door het Amerikaanse supermarktconcern Walmart kozen Dobby de huiself als hun mascotte. In het grimmige Harry Potter en de relieken van de dood 1 vat Minister van Toverkunst Rufus Schobbejak het alvast even samen: „Dit zijn duistere tijden.”

Regisseur David Yates heeft voor dit deel de Britse filmgeschiedenis geplunderd om de boodschap over het voetlicht te brengen dat Harry Potter 7 meer is dan een spectaculair sprookje. Hij verwijst naar de bende van Alex en zijn ‘droogs’ uit A Clockwork Orange (1971) van Stanley Kubrick, een film over het verlies van ‘menselijkheid’. Het beeld van Hermelien die het woord ‘modderbloedje’ in haar arm gekerfd krijgt, is een harde verwijzing naar de Holocaust.

Rowling heeft er nooit een geheim van gemaakt: Harry Potter was voor haar een manier om thema’s als discriminatie, racisme en gelijke rechten aan te kaarten. De filmregisseurs stelden zich terughoudend op. Behalve de Mexicaanse filmer Alfonso Cuarón. Hij vergeleek de tovenaarsgevangenis in Harry Potter en de gevangene van Azkaban (2004) met de terroristengevangenis Guantánamo Bay.

Ook de boeken werden steeds zwarter, wat culmineerde in het verschrikkelijk toekomstbeeld van Relieken van de dood. Alles is één grote waarschuwing aan lezers en filmkijkers om de wereld niet te laten ontsporen. Geen vrolijk perspectief. Gelukkig weten de lezers al dat Rowling in het slotdeel niet alleen maatschappelijk geëngageerd is, maar ook christelijke verlossingsgedachten over dood en wederopstanding koestert.