Politietraining liever door EU

Op de komende NAVO-top in Lissabon (19-20 nov.) zal Nederland over een politiemissie spreken. Maar Margriet Drent vindt dat Nederland zich hard moet maken voor de EU-missie.

Het kabinet kondigde in een brief aan dat er een onderzoek komt naar een politietrainingsmissie voor Afghanistan. Dit op verzoek van de NAVO.

De NATO Training Mission (NTM-A) is een door de Amerikanen gedomineerde, grootschalige missie, gericht op het zo snel mogelijk laten groeien van de omvang van de Afghaanse politie, opdat deze kan bijdragen aan de strijd tegen de Talibaan.

Maar de NAVO is niet de enige vragende partij. Ook de EU is bezig een politiemacht te trainen, EUPOL-Afghanistan. EUPOL is gestoeld op heel andere uitgangspunten dan de NTM-A. Deze EU-missie sluit veel beter aan bij de langetermijndoelstelling van Nederland om Afghanistan ‘perspectief op duurzame vooruitgang’ te bieden en is bovendien politiek gezien haalbaarder.

EUPOL is sinds 2007 actief in Afghanistan, met een mandaat om het ministerie van Binnenlandse Zaken te assisteren bij het ontwikkelen van het politieapparaat. De EU heeft voor een topdown- en geïntegreerde benadering gekozen, ter verbetering van de ambtelijke structuren en van de opleiding van het politiekader, maar ook van het functioneren van het Openbaar Ministerie. Zonder goede politieke en ambtelijke aansturing zou een grote politiemacht juist een gevaar voor Afghanistan kunnen vormen. Bij een haastig uit de grond gestampte politie zouden de Talibaan gemakkelijk kunnen infiltreren. Dit is ook waarvoor veiligheidsadviseur Philip Jol waarschuwde (Opiniepagina, 4 november).

Doordat EUPOL een strategisch mandaat heeft, is het trainen van politie meer een secundair doel. Europese experts trainen, begeleiden en adviseren in de vijf regionale hoofdkwartieren van de politie (Mazar-e-Sharif, Herat, Kandahar, Gardez en Kabul) en op het niveau van de 34 Afghaanse provincies. EUPOL is niet in staat om ook de 400 districten te bedienen. De trainingen hebben als doel om een civiele politie op te bouwen, die het vertrouwen van de bevolking geniet en functioneert binnen de standaarden van de rechtsstaat en met respect voor mensenrechten.

Maar EUPOL werd vanaf het begin geconfronteerd met grote problemen. De missie is ondergefinancierd, onderbemand en kan zich moeizaam bewegen in Afghanistan. EUPOL is maar een fractie van wat de NAVO aan middelen en mensen kan mobiliseren. In 2010 geven de 27 EU-lidstaten gezamenlijk 58 miljoen euro uit aan EUPOL. De Verenigde Staten besteedden 700 miljoen euro. (Overigens spendeerden de EU en de lidstaten tezamen de laatste acht jaar 8 miljard euro aan hulp voor Afghanistan.)

Bij een volledige bezetting bestaat EUPOL uit 400 personeelsleden, maar in juli 2010 hadden de EU-lidstaten er nog maar 287 bereid gesteld. Onder hen bevinden zich een kleine twintig Nederlanders, voornamelijk marechaussees, één genderexpert en één expert op het terrein van goed bestuur. In het gevaarlijke zuiden van Afghanistan functioneerden tot voor kort drie Nederlandse trainers van de marechaussees onder EUPOL-mandaat. Hun trainingswerk verrichtten zij binnen de door Nederland geleide NAVO-PRT in Uruzgan. Doordat Turkije een overeenkomst tussen EUPOL en ISAF ter bescherming van EUPOL-staf tegenhoudt (de kwestie Cyprus speelt hierin een rol), is de EU gedwongen om bilaterale overeenkomsten te sluiten. Ook het Pentagon weigert om militairen in te zetten ter bescherming van EUPOL-staf.

Al met al ligt het voor de hand om de Nederlandse bijdrage aan EUPOL op te schroeven. Dat de missie slecht functioneert, omdat de EU-lidstaten nauwelijks bereid zijn om veiligheidsdeskundigen en politietrainers te leveren, is juist een argument om deze missie te versterken. Dat dit personeel tevens dient te worden beveiligd, spreekt voor zich.

Een keuze voor EUPOL geeft het signaal af dat Nederland wil blijven meewerken aan een duurzame toekomst voor Afghanistan.

Dr. Margriet Drent is verbonden aan het Instituut voor Internationale Betrekkingen ‘Clingendael’.

    • Margriet Drent