Overnamegolfje teken herstel VS

Een overname door Caterpillar, fabrikant van graafmachines, wijst er op dat de Amerikaanse markt voor overnames aantrekt.

De Amerikaanse machinemaker Caterpillar zoekt toegang tot de lucratieve markt voor grondstoffen met de overname van Bucyrus, ontwerper en maker van machines voor de mijnindustrie. Caterpillar betaalt 7,6 miljard dollar (5,6 miljard euro) voor het veel kleinere Bucyrus. De overname is goed nieuws voor de aandeelhouders van Bucyrus, want Caterpillar betaalt een opslag van 32 procent ten opzichte van de slotkoers op vrijdag. Het aandeel Bucyrus schoot gisteren na het overnamenieuws omhoog om vlak onder het overnamebedrag van 92 dollar per aandeel te sluiten.

Ook beleggers in Caterpillar reageerden opgetogen. Met de overname wil het bedrijf twee doelen bereiken. In de eerste plaats koopt het bedrijf toegang tot de opkomende economieën van India, China en Brazilië, waar Bucyrus een belangrijke speler is. Bovendien profiteert het via Bucyrus van de sterk gestegen grondstoffenprijzen. Mede gevoed door de sterke vraag uit de opkomende markten, is de prijs van steenkool, koper- en ijzererts flink gestegen en wordt er weer druk gegraven in de mijnbouwgebieden rond de wereld. Dat verhoogt weer de vraag naar mijnbouwmaterieel.

Ook buiten de wereld van bulldozers en graafmachines is de overname positief onthaald. De miljardendeal is een bevestiging dat de al jarenlang kwakkelende markt voor fusies en overnames aan de beterende hand is. De deal van Caterpillar past in een reeks van overnames in het Amerikaanse bedrijfsleven. Vorige week kocht oliemaatschappij Chevron gasproducent Atlas Energy, voor 4,3 miljard dollar. Daarvoor waren er acquisities van ondermeer Unilever (overname van shampoofabrikant Alberto-Culver, voor 3,7 miljard dollar), de farmaceutische gigant Pfizer (King Pharmaceuticals voor 3,6 miljard dollar) en South-West Airlines (AirTran Holindings, 1,4 miljard dollar).

Het overnamegolfje wordt mede veroorzaakt door de enorme kapitaalreserve die de bedrijven tijdens de recessie hebben opgebouwd – zo’n 1.800 miljard dollar. Volgens de Amerikaanse Centrale Bank was dat 18 procent meer dan vorig jaar. Nu de Amerikaanse economie weer sputterend op gang komt, komt het opgepotte geld vrij. Maar volgens analisten is de situatie anders dan tijdens de ‘super overnames’ van de jaren negentig en het begin van deze eeuw. Toen werden ambitieuze plannen voor expansie soms louter en alleen ingegeven door het grote ego van de bestuursvoorzitter en de wil om de grootste te worden.

Nu, zo zeggen analisten, maken Amerikaanse bedrijven strategische, conservatieve keuzes. Technologiegigant IBM deed het afgelopen jaar 15 overnames (tegenover 8 in 2009). Maar elke aankoop is weloverwogen gedaan, zo zei directeur Steve Mills tegen persbureau AP. „We kiezen bedrijven waarmee we de gaten in onze portfolio kunnen opvullen, en uitbreiden wat we al hebben.”

Maar de temperatuur op de overnamemarkt stijgt. Autofabrikant BMW en US Bancorp lieten weten dat wat hen betreft het jachtseizoen op de Amerikaanse markt geopend is.

„Dit is het moment om jezelf in positie te kopen voor de economische take off”, zei Thomas Lys, hoogleraar overnames en fusies aan de North West University. „Zelf als lopen we het risico op een dubbele dip in de economie.”