Niets zo gaaf als een wit scherm Hoe is het om tegenwoordig te debuteren? Twee jonge schrijvers over hun eerste roman. De ene is een rustige, bedachtzaam formulerende student die een klein verhaal schreef. De ander is een zelfverzekerde, uitgesproken jo

Debutant Joost de Vries werd vergeleken met Harry Mulisch.

Dat schept verwachtingen, maar verder gaat het goed met de auteur van Clausewitz.

Je zou als jonge schrijver maar de nieuwe Harry Mulisch worden genoemd. Dat schept torenhoge verwachtingen. Daar is Joost de Vries (27) zich bewust van, maar hij ligt er bepaald niet wakker van. Als redacteur van de Groene Amsterdammer weet hij hoe de media werken. Ze hebben een verhaal nodig, een gezicht en iedereen praat elkaar na. Niet dat hij niet blij was met de recensie van Elsbeth Etty in nrc.next, waarin zijn debuut Clausewitz werd geprezen als een roman die qua „stijl, spanning, taalgebruik, metaforiek, eruditie en humor De ontdekking van de hemel naar de kroon steekt”. Het artikel heeft voor veel aandacht gezorgd en de verkoop flink omhoog gestuwd.

Clausewitz is een ingenieuze roman over een jonge promovendus, die op zoek gaat naar een verdwenen schrijver. Om orde te scheppen in alle tegenstrijdige verhalen en geruchten komt hij terecht bij de Amsterdamse vriendenkring rond deze man, die sterk doet denken aan de Herenclub rond Mulisch. Met flair persifleert De Vries deze vreemde en losgeslagen academici, dichters en feministen. Het boek stikt van de literaire verwijzingen en metaforen, die wellicht aanwijzingen zijn in de zoektocht, maar die voor de doorsnee lezer moeilijk te begrijpen zijn.

Wilde je altijd al schrijver worden?

„Ja, dat wilde ik al als jongetje op de basisschool. In het gezin werd veel gelezen. Mijn oudere broer verslond boeken, zoals In de Ban van de Ring. Als hij een hoofdstuk uit had, vertelde hij het na aan mij. Op de middelbare school had ik een column in de schoolkrant en nu ben ik kunstredacteur bij de Groene Amsterdammer.”

Waarom wilde je dit boek schrijven?

„Ik wilde iets schrijven dat er qua vorm, humor en wereldbeeld nog niet was. Het moest een verhaal worden dat werkte op drie niveaus: een spannend, verrassend verhaal over een zoektocht naar een schrijver; de persoonlijke ontwikkeling van de hoofdpersoon, die gedwongen wordt verantwoordelijkheid te nemen en een botsing tussen wereldbeelden.

„Ik wilde schrijven over mijn generatie: de hoofdpersoon en zijn vrienden zijn mensen van mijn leeftijd. Die wilde ik afzetten tegen de schrijvers en kunstenaars uit de jaren zestig. Ik ben in de archieven van de Groene gaan zoeken en kwam bizarre dingen tegen. Hoe vergoelijkend Geert Mak destijds over de [Duitse terreurorganisatie, red.] RAF schreef, kun je je nu niet meer voorstellen. Ik schrijf nu zelf zulke verhalen, maar ik pretendeer helemaal niet zo’n uitgesproken beeld van goed en kwaad te hebben. Ik heb geprobeerd om die botsing van wereldbeelden niet te expliciet en met humor te beschrijven.”

Vond je het moeilijk om voor het eerst een roman te schrijven?

„Nee, geen moment. Maar het is wel veel werk. Het betekent dat je zaterdagavond tot drie uur achter je laptop zit, terwijl je vrienden in het casino zitten. Ik ben begonnen met een paar personages en toen ben ik scènes gaan uittesten. Vooral qua stijl was het zoeken. Na een jaar begon het op een boek te lijken. Uiteindelijk heb ik in twee en een half jaar vierhonderd pagina’s geschreven en daar is iets meer dan de helft van overgebleven. Er is niets gaver dan om te beginnen met een wit scherm. Fictie is totale vrijheid om je eigen wereld te scheppen. Ik heb mezelf voorgehouden: alles mag, gewoon proberen.”

Hoe heb je een uitgever gevonden?

„Als redacteur van de Groene heb ik veel contact met uitgevers en die zijn altijd op zoek naar nieuwe auteurs. Ik was al vaker benaderd, maar ik heb het altijd afgehouden. Pas toen ik tweederde van Clausewitz af had, ben ik met uitgeverijen gaan praten. Ik had een goed gesprek bij Prometheus, het klikte wel met uitgever Mai Spijkers, dus die werd het.”

Hoe zijn de reacties tot nu toe?

„Er stond een badinerend stukje in Parool, de Volkskrant had een oppervlakkige recensie en toen kwam het geweldige stuk van Etty. Ze heeft me bijna meteen gecanoniseerd.”

Wil je meer romans gaan schrijven?

„Ik denk al na over een volgend boek. Ik heb een onderwerp in gedachten. Maar eerst moet Clausewitz uit mijn systeem, want ik merkte dat ik in dezelfde stijl bleef hangen. Daarom geef ik mezelf opdrachten. Bijvoorbeeld iemand beschrijven die heel jaloers is, zonder dat het overduidelijk is. Die psychologie is niet mijn sterkste kant, dus dat wil ik verbeteren in aanloop naar mijn volgende roman. Maar over een oeuvre denk ik nog niet na. Dat zou bizar zijn.”

Joost de Vries: Clausewitz. Prometheus, 229 blz. € 17,95