Niet goed te praten. Maar zand erover

PVV’er Lucassen mag blijven, ondanks dat hij werd veroordeeld om ontucht.

Wilders verdedigde hem met een beroep op de rechterlijke macht. Een macht die hij normaal verfoeit.

Zou Geert Wilders ooit hebben gedacht dat hij voor een batterij microfoons moest uitleggen dat een veroordeling wegens „het misdrijf ontucht” minder erg is dan het lijkt?

Het door hem geselecteerde PVV-Kamerlid Eric Lucassen bleek daarvoor te zijn veroordeeld. Gisteren stond de PVV-leider de verzamelde journalisten te vertellen dat het „niet is wat de gemiddelde Nederlander er onder verstaat, seks met een minderjarige tegen de zin in.” Nee, „er was sprake van een onhandig, en ook fout, gebruik van een relatie in een gezagsverhouding.”

En het bedreigen en intimideren van zijn buren, waarvan Lucassen ook wordt beschuldigd? Daar was het Kamerlid nooit voor veroordeeld, benadrukte Wilders. Wel voor de overtredingen „baldadigheid” en „meelopen met iemand op straat”, zoals de PVV-leider het formuleerde. Daar had Lucassen boetes voor gekregen, en betaald.

Het waren opmerkelijk genuanceerde woorden voor de altijd zo meedogenloos formulerende PVV-leider. „Ik zit het natuurlijk niet goed te praten”, zei hij er nog maar bij.

Wilders zit gevangen in een merkwaardige situatie. Zijn partij ageert graag tegen de traditionele politieke partijen. Die zitten in de ogen van Wilders vol foute pluchepakkers, die profiteren van de macht en het gebrek aan zelfreinigend vermogen van hun organisaties, en daardoor ongestraft van alles kunnen uithalen. Van Nederlandse rechters moet de PVV ook niet veel hebben, zeker niet bij hun aanpak van openbare ordeproblemen. Om bij de PVV-taal te blijven: rechters delen laffe boetes en taakstraffen uit, en laten zich bedotten door zielige verhalen van de daders.

Nu ziet Wilders zich gedwongen het aanblijven van Lucassen te verdedigen met een beroep op de wijsheid van diezelfde rechterlijke macht. Het Kamerlid is gestraft en hij heeft zijn verontschuldigingen aangeboden. Zand erover. En met het zelfreinigend vermogen van de PVV is ook niets mis, vindt Wilders. Lucassen heeft tenslotte zijn woordvoerderschappen Wijken en Defensie moeten inleveren. Wonen mag hij houden. Een „forse sanctie”, noemde Wilders het. „Ik hoop ook zo te laten zien dat we dit niet zomaar accepteren.”

Hoewel Wilders zich van zijn meest flexibele kant liet zien, zat het de PVV-leider niet helemaal lekker. Hij doorspekte zijn verdediging van het aanblijven van Lucassen met argumenten die hij ook had kunnen gebruiken om het Kamerlid uit de fractie te zetten. Lucassen had dingen gedaan „die niet deugen”, had erover tegen Wilders gelogen – „helemaal schandelijk”. Hij heeft de partij grote imagoschade berokkend, en kan „niet meer geloofwaardig de veiligheid van wijken verkondigen” – toch een corebusiness van de PVV.

De door Wilders zo vermaledijde oude politieke partijen hebben wel voor minder mensen laten vallen.

Maar Lucassen stapte niet uit zichzelf op. Wilders heeft hem dat misschien wel gevraagd, maar hem daartoe na dagen en nachten gesprekken

niet gedwongen. Hier speelt ongetwijfeld het voortbestaan van het net aangetreden kabinet een rol. Voor de minderheidscoalitie VVD-CDA is elke zetel van gedoogpartij PVV cruciaal. Valt er ééntje af, dan heeft de coalitie geen meerderheid meer. Was Lucassen uit de fractie gestapt maar in de Tweede Kamer gebleven, dan was de basis van het kabinet wankel geworden. ChristenUnie-leider André Rouvoet spreekt dan ook over „een machteloze fractieleider Wilders. Een heel andere fractieleider dan we de afgelopen jaren hebben gezien en tekeer hebben horen gaan.”

De VVD en CDA deden de kwestie de afgelopen dagen af als een „interne kwestie”. Maar bezorgdheid is er zeker. Zoals een CDA’er gisteren zei: „Je coalitie zal maar van dit soort types afhankelijk zijn.”

Oppositiepartijen lieten gisteren hun terughoudendheid varen. PvdA, GroenLinks en D66 eisen een spoeddebat met premier Mark Rutte (VVD) en vicepremier Maxime Verhagen (CDA) over „de stabiliteit en geloofwaardigheid” van de regering. De oppositie beschuldigt Wilders van „een dubbele moraal”. Wel zelf zero tolerance en een harde aanpak prediken, maar als het om de eigen fractie gaat niet doorbijten. „Het maakt blijkbaar niet uit wat je doet binnen de PVV, je mag altijd blijven zitten”, zegt PvdA-Kamerlid Martijn van Dam. „Je houdt hetzelfde salaris, je hoeft er alleen minder voor te doen.”

De ChristenUnie en de SP zien niets in het spoeddebat. Dat lost het probleem van de PVV toch niet op. Hun idee: laat Wilders de gang van zaken maar uitleggen aan de kiezers.

Die zijn mogelijk niet erg blij, wilde Wilders wel toegeven. Afgaande op reacties op sites als De Telegraaf en GeenStijl lijkt hij daarin gelijk te krijgen. Veel zelfverklaarde PVV-aanhangers daar hadden weinig goeds te melden over Lucassen en diens aanblijven. Degenen die Wilders’ besluit steunden, vielen terug op een wel erg magere verdedigingslinie: andere partijen pakten hun politici ook niet aan. Om vervolgens met voorbeelden te komen van CDA’ers, PvdA’ers en GroenLinksers die wél wegens vermeende misstanden opstapten.

Misschien is de hele gang van zaken wel een puntje voor de vergadering van de PVV-fractie, vanochtend. Daar zouden de democratiseringsplannen van PVV’er Hero Brinkman worden besproken. Die wil de alleenheerschappij van Wilders binnen de partij doorbreken. Door zelf alles in de hand te houden, hoopte Wilders altijd „LPF-achtige toestanden te voorkomen”. Met de teller op drie Kamerleden die in aanraking zijn geweest met justitie, lijkt deze opzet niet geslaagd. Over Lucassen zei Wilders: „Dat verwijt ik mezelf. Ik heb mijn huiswerk niet goed gedaan bij de kandidatenselectie.”