Neanderthaler was al op zijn zestiende volwassen

De jeugd van Neanderthalers duurde waarschijnlijk een paar jaar korter dan de jeugd van mensen van nu. Dat blijkt uit onderzoek aan hun snelgroeiende tanden.

Kinderen van Neanderthalers rijpten sneller dan kinderen van huidige mensen en onze directe voorouders tot 160.000 jaar geleden. Mogelijk eindigde hun jeugd zo’n twee à drie jaar vroeger dan bij mensen, eerder rond het vijftiende, zestiende jaar, dan rond het achttiende, negentiende zoals bij ons.

Deze conclusie volgt uit nauwkeurige analyses in het synchroton in Grenoble van 90 tanden van 28 Neanderthalers, 39 tanden van negen vroege Homo sapiens en een flink aantal van moderne mensen. Een groot internationaal onderzoeksteam rapporteert de analyses deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences (early edition online).

Een synchrotron is een deeltjesversneller die een zeer gefocuste röntgenstraal kan opwekken. Met die röntgenlaser kunnen zeer kleine groeilijnen (soms per dag) van de tanden zichtbaar worden gemaakt. Omdat de tanden langzaam worden opgebouwd is bijvoorbeeld in de groeilijnen op de eerste kies (M1) goed het moment van geboorte te zien en bij kinderen ook de sterfteleeftijd. Deze onafhankelijke vaststelling van de leeftijd is nieuw, tot nu toe moest vanuit parallellen met andere primaten en vooral mensen worden gerekend.

De Neanderthaler leefde vanaf 200.000 jaar geleden in Europa en West-Azië en lijkt sterk op de moderne mens, met een groot lichaam en grote hersenen (gemiddeld zelfs groter dan bij moderne mensen). De Neanderthaler deelt met moderne mensen een gemeenschappelijke voorouder die ergens zo’n 400 tot 600.000 jaar geleden leefde. Zijn uitsterven ca. 25.000 jaar geleden is nog altijd niet goed verklaard, al werd mogelijk concurrentie met moderne mensen hem fataal.

De Neanderthaltanden groeiden duidelijk sneller dan de onze. Daarom is de sterfleeftijd van de Neanderkinderen op grond van andere anatomische kenmerken consequent overschat. Het bekende Oezbeekse Neanderthalkind (uit Obi-Rakhmat) van 75.000 jaar geleden blijkt bijvoorbeeld niet 9 tot 12 jaar, maar 6 tot 8 jaar. De kroon van de eerste kies (M1) blijkt bij Neanderthalers al met 3 jaar klaar, een half jaar voor H.sapiens.

En het doorkomen van de M1 is bij moderne mensen een belangrijk moment in de jeugd: de sterkste afhankelijkheid is dan beëindigd en een tijd van meer autonomie en ontdekkingen begint. Vroege doorkomst wijst bij alle primaten gemiddeld ook op eerdere geslachtsrijpheid. Bij moderne mensen breekt M1 ergens tussen 4 en 8 jaar door, maar de onderzochte Neanderthalkinderen kregen hun M1 alle voor het zesde jaar.

Een lange kindertijd geldt als een belangrijk kenmerk van de moderne mens, waarin wij ons sterk onderscheiden van de andere primaten.

Uit het nu gepubliceerde tandenonderzoek lijkt Homo sapiens al bijna vanaf het begin van deze soort (160.000 jaar geleden) het meest extreem in deze verlenging. De evolutionair zeer naburige Neanderthaler maakte duidelijk een iets snellere jeugd door, mogelijk twee jaar korter. En dat heeft weer belangrijke consequenties voor de levenswijze van de Neanderthaler. Want de lange kindertijd is waarschijnlijk ontstaan om de kinderen de tijd te geven om de rijke mensencultuur te leren: taal, jachttechnieken, omgevingskenmerken en sociale gewoonten.