Licht in 't donker

Van vrouwen hoor ik nogal eens de klacht dat hun man in de bioscoop, de schouwburg of de concertzaal in diepe slaap valt, zodra de voorstelling een kwartiertje bezig is. Sissen, porren, aanstoten, het helpt vaak maar even, want de oogleden zijn ondraaglijk zwaar geworden. Het omgekeerde – vrouwen die naast wakende mannen wegdoezelen – komt minder voor, is mijn indruk.

Mij overkomt het ook wel eens dat ik even bezwijk, maar na een minuut of vijf herstel ik me doorgaans meesterlijk. Ik veer vitaal op en hoest kort, maar fel, als iemand die nog steeds volledig bij de les is. Als het tegenzit, heb ik net het begin van een nieuwe verhaallijn gemist, een handicap die je de hele voorstelling kan blijven achtervolgen. Mijn advies: laat dit na afloop nooit blijken, ook niet als je vrouw vraagt: „Was je toen misschien even weggesudderd?”

De moderne techniek heeft ons inmiddels interessante varianten op dit slaapgedrag gebracht.

Deze week zat ik in de bioscoop te kijken naar Another Year, de nieuwe film van Mike Leigh. Een mooie, maar zware film (veel ouderdom en eenzaamheid) die enig geduld vergt omdat sommige scènes lang duren en er geen sprake is van een echte plot. Leigh is een sociaal-realist die het alledaagse leven opdient als rauwe schijven werkelijkheid. Hij moet voor zijn acteurs een droomregisseur zijn. Ze krijgen alle ruimte hun personages op te bouwen, alsof ze op een toneelpodium staan. Lesley Manville verdient een Oscar voor de manier waarop ze een alleenstaande alcoholiste uitbeeldt.

De zaal waarin ik zat, was warm en vol. Je kon merken dat de film het publiek aangreep. Er werd amper gekucht en bewogen, het was zelfs zo stil dat ik het moment om mijn Bounty van zijn knisperende papiertje te bevrijden steeds weer uitstelde.

Ik had de zaal zien volstromen en schatte de gemiddelde leeftijd op minstens vijftig jaar. Naast mij – eerst de vrouw, dan de man – zat een wat jonger paartje, dertigers nog. De film was nog niet over de helft toen er links van mij een lichtje opflakkerde – het mobieltje van de man. We zaten net midden in een tragikomische scène: de alcoholiste hengelt naar de genegenheid van de veel jongere zoon van het echtpaar dat haar zoveel steun biedt.

Kennelijk moest de man de nodige sms’jes lezen, want het lichtje bleef zeker een minuut of drie branden. Zijn vrouw zei er niets van. Ik vroeg me af of zij er net zoveel last van had als ik. Het lichtje was voor mij een stoorzender aan de rand van mijn blikveld.

Die man verstoorde de illusie van Leighs gefilmde werkelijkheid. Het was alsof hij zei: „Flauwekul allemaal, moet dit mij ontroeren? Bedenk een beter verhaaltje.”

Wat hij deed was erger dan slapen. Dat slapen heeft iets onschuldigs, het is sterker dan jezelf. Deze man sliep niet, hij saboteerde.

Twintig minuten voor het einde van de film herhaalde zich dit tafereel. Floep, lichtje, is er nog nieuws? De scène waarbij dat gebeurde was van nog tragischer gehalte dan de eerste. Het was inmiddels duidelijk dat de alcoholiste het in haar eentje niet ging redden. Iedereen begon zich van haar af te keren.

Toen de film was afgelopen, moesten wij op de achterste rij het langst blijven zitten – tot de zaal was leeggelopen. Ik pakte mijn jas van de grond en brak eindelijk mijn Bounty aan. Al die tijd hoorde ik de man en de vrouw niets tegen elkaar zeggen.