'Je leert iemand niet zwemmen in woestijnzand'

Vijftig jaar geleden begon de dekolonisatie van Afrika. Een van de grootste Afrikaanse schrijvers Chinua Achebe, vandaag tachtig jaar, blikt terug.

Chinua Achebe, volgens velen de grootste nog levende Afrikaanse schrijver, woont in de Verenigde Staten. Liever had hij in Afrika willen wonen. Maar door een auto-ongeluk in 1990 is hij gekluisterd aan een rolstoel. Sindsdien moet hij iedere dag zware medicijnen slikken. In Afrika, waar veel nepmedicijnen in omloop zijn, vertrouwt hij de geneesmiddelen niet. Intussen steunt hij de bouw van een modern ziekenhuis vlakbij zijn geboortedorp, in de hoop ooit naar zijn ‘verloren continent’ te kunnen terugkeren. Achebe oogt fragiel.

Hoe ziet u terug op een halve eeuw onafhankelijkheid in Afrika?

„Ik was vol verwachtingen, als een kind dat op Kerstmis wacht, maar ik werd teleurgesteld. We hadden nooit aan onafhankelijkheid geproefd. Niet sinds de Britten aan onze kusten verschenen en verklaarden dat we geen Nigerianen waren, zoals we dachten, maar door Britten beschermde onderdanen.”

In de decennia rondom Achebes geboortejaar, 1930, werden Afrikanen op zijn best gezien als ‘onafgemaakte Europeanen’. Afrikanen zelf hadden nog geen geschreven literatuur voortgebracht. Blanke schrijvers bepaalden de visie op Afrika. Het Amerikaanse blad Time riep in 1952 het boek Mister Johnson van Joyce Cary uit tot „de beste roman ooit over Afrika geschreven”: een boek dat Afrikanen typeert als „jaloerse wilden die als muizen en ratten leven”.

Wat is uw sterkste herinnering aan de jaren rond de onafhankelijkheidsverklaring?

Achebe begint te zingen: ‘Ghana is the name we should proclaim.’ „Ik zong het op de Onafhankelijkheidsdag van Ghana, in 1957. . Ik woonde in Lagos (de grootste stad van Nigeria, red.). Er was niets feestelijks georganiseerd, maar spontaan bleven we allemaal op om rond middernacht het moment te vieren dat Afrika’s eerste staat onafhankelijk werd.

„Ghana is ons voorgegaan. Nigeria moest nog drie jaar wachten, hoe graag wij ook de beweging voor vrijheid in Afrika hadden willen leiden. In Nigeria bestonden meningsverschillen tussen de verscheidene delen van het land. Het noorden zei nog niet klaar te zijn voor onafhankelijkheid. Ik denk niet dat er ooit landen zijn geweest die vrijheid kregen aangeboden maar die weigerden. Dat waren voortekenen van Nigeria’s onzekere toekomst.”

Optimisme na de onafhankelijkheid in 1960 kreeg in 1963 al een flinke deuk door de eerste staatsgreep: een militaire coup in het kleine West-Afrikaanse staatje Togo, waarbij president Sylvanos Olympio werd vermoord. „Als je één keer een coup tolereert, zullen nieuwe volgen. Dat is wat de geschiedenis heel duidelijk aantoont.”

Hoe los je instabiliteit op?

„Met een goed opgeleide elite, hoewel dat tegenwoordig een vies woord is. President Olympio van Togo was niet zomaar een leider. Hij sprak Engels, Frans en Duits. Elites zijn noodzakelijk om de staat, het leger en bedrijven te leiden. De vraag is niet: zijn elites nodig, de kwestie is: zijn ze eerlijk of oneerlijk? Het heeft Afrika de afgelopen vijftig jaar aan goed leiderschap ontbroken. Afrika kweekt geen goede leiders. Het laat slechte leiders hun wil opleggen.”

Nigeria viel uiteen in 1967 door de oorlog in Biafra. Het was de eerste grote oorlog op het continent na de onafhankelijkheid. De Ibo’s, met twintig miljoen zielen een van de drie grootste bevolkingsgroepen van Nigeria, probeerden zich af te scheiden. Het regeringsleger vocht terug en maakte geen onderscheid tussen burgers en strijders. Tussen de één en twee miljoen mensen kwamen om het leven.

De koloniale erfenis was niet bestand tegen de chaos die na de dekolonisatie volgde in het Afrikaanse continent. In de jaren zeventig en tachtig volgde coup na coup. De één partijstaten deden hun intrede. De Afrikaanse staten hadden de bestuursvormen van de voormalige blanke heersers overgenomen, inclusief symbolen als Britse pruiken en toga’s en Franse cavalerietenues. Wat ontbrak, was een sterke overheid, een geschoolde bevolking, een middenklasse, een vrije pers, een onafhankelijke rechterlijke macht en democratische partijen.

Achebe: „Brits kolonialisme was geen democratie maar een onopgesmukte dictatuur. De Britten beweren dat ze ons het Westminster-model van parlementaire democratie hadden geleerd en dat wij het hebben verprutst. Hoe absurd! Je kunt ook zeggen dat je iemand leert zwemmen door hem in het woestijnzand te laten rollen.”

Waarom leven veel van de nieuwe lichting Afrikaanse schrijvers in het Westen?

„We wonen in het buitenland en preken over thuis. Ik ken Nigerianen die hun taal niet kunnen spreken. Iedereen uit de klas van mijn zoon, destijds in Nigeria, woont nu in Amerika of Engeland. Er is duidelijk iets heel erg mis in Afrika.”

Eerdere artikelen uit de serie over een halve eeuw onafhankelijkheid in Afrika zijn te lezen op nrc.nl/afrika50.