Intimidatiecampagne tegen advocaten in Iran

In Teheran is gisteren het proces begonnen tegen de prominente Iraanse mensenrechtenadvocaat Nasrin Sotoudeh op beschuldiging van het in gevaar brengen van de nationale veiligheid. De rechtszaak is onderdeel van een groeiende intimidatiecampagne tegen advocaten die invloedrijke oppositieleden verdedigen, zeggen andere advocaten.

Vlak voor haar arrestatie in september probeerde Sotoudeh (47) de verdediging van de Iraans-Nederlandse Zahra Bahrami op zich te nemen. Bahrami wordt sinds december 2009 in Teheran vastgehouden op verdenking van staatsgevaarlijke activiteiten.

De rechtszaak valt samen met de arrestatie van vijf advocaten die net als Sotoudeh worden beschuldigd van bedreiging van de nationale veiligheid. In totaal zijn de afgelopen maanden zeker tien mensenrechtenadvocaten gearresteerd of voor langere tijd gevangen gezet. Daarnaast zijn verscheidene advocaten het land ontvlucht.

In oktober werd de advocaat Mohammad Seifzadeh veroordeeld tot negen jaar. Ook kreeg hij een beroepsverbod van tien jaar. Hij werd onder andere beschuldigd van „het opzetten van het centrum voor verdediging van mensenrechten”. Deze organisatie, die nu is verboden, werd geleid door mensenrechtenadvocaat Shirin Ebadi, die in 2003 de Nobelprijs voor de Vrede won. Zij verliet Iran tijdens de arrestatiegolf na de betwiste verkiezingszege van president Ahmadinejad in juni 2009.

„Onze onafhankelijkheid wordt ondermijnd, obstakels worden gecreëerd die moeten voorkomen dat we ons werk doen”, zegt advocaat Farideh Gheyrat. „Alle wetten die ons als advocaten beschermen, worden overtreden.”

President Ahmadinejad waarschuwde gisteren juist westerse landen om te stoppen met het schenden van mensenrechten. „Het zou in het voordeel zijn van westerse landen om gerechtigheid toe te passen, in plaats van geweld te gebruiken tegen hun bevolking”, zei Ahmadinejad volgens het persbureau Fars in een reactie op recente onlusten in Frankrijk.

Twee Duitse journalisten, die in oktober werden gearresteerd terwijl ze zonder perskaart de zoon van de ter dood door steniging veroordeelde Sakineh Mohammadi Ashtiani interviewden, worden beschuldigd van spionage. Dat heeft Justitie meegedeeld. De twee zeiden gisteren op de Iraanse staatstelevisie dat ze in de val waren gelokt door Iraanse oppositieleden in het buitenland.