Gun de Oranjes hun privileges

Een meerderheid van de Kamer heeft moeite met de rol van de Koning bij de formatie.

Niemand die durft te zeggen dat de monarchie niet meer van deze tijd is.

Dat de Koning eigenlijk een gewoon mens is, was een eeuw geleden nog een goed bewaard geheim. Maar inmiddels weet iedereen het. Koningen hebben óók huwelijksproblemen en zijn niet nobeler dan anderen. Het was niet God die hun hun positie gaf, maar politiek vernuft, doorzettingsvermogen of moed van voorouders, in combinatie met historisch toeval. Democratisering en individualisering, voortgestuwd door moderne media, hebben het gezag van autoriteiten en daarmee dat van de Koning minder vanzelfsprekend gemaakt. Kon Juliana zestig jaar geleden nog koketteren met de mededeling dat zij eigenlijk maar ‘gewoon’ was, inmiddels is de gewoonheid van de koninklijke familie een serieuze bedreiging geworden voor de bijzondere status die zij geniet. Want als de familie zo gewoon is, waarom heeft zij dan al die privileges? Als gevolg hiervan doen zich allerlei problemen voor: de ene keer gaat het over geld (de begroting van het Koninklijk Huis, de belastingroutes, de vliegkosten), de andere keer over privéproblemen (Margarita, Mabel) en dan weer over een vakantiehuis op een verkeerde plek. Maar de bron voor alle wrevel is steeds die ene vraag, die Juliana ooit zelf al stelde toen zij de troon besteeg en die nu als een boemerang terugkaatst: wie zijn de Oranjes, dat zij dit doen mogen?

Als gevolg van het sluimerende onbehagen over de legitimiteit van het koninklijke gezag hebben ministers en Kamerleden veel werk aan het Koninklijk Huis, want zij dragen er de politieke verantwoordelijkheid voor. En dus wordt naar manieren gezocht om er een ‘partner’ van te maken die in het moderne staatsbestel voor iedereen acceptabel is. Een Kamermeerderheid lijkt te ontstaan voor het plan om het wekelijkse gesprek tussen Koning en minister-president af te schaffen. Maar daarmee zal de maatschappelijke wrevel niet verdwijnen, eerder groter worden. Algemeen wordt namelijk aangenomen dat als Koning en premier contact hebben, het wel de Koning zal zijn die de premier beïnvloedt. Maar zou niet het omgekeerde het geval zijn? Gezien de verhoudingen in Nederland, waar de Tweede Kamer toch de baas is, ligt dat voor de hand. De premier kan in het gesprek de Koning confronteren met de politieke werkelijkheid. ‘Dat vakantiehuis lijkt mij niet verstandig’, ‘die kosten zult u toch privé moeten betalen’ etc. Om de Koning in een moderne democratie goed te laten functioneren, moet de premier op de hoogte zijn van, en vat houden op, zijn doen en laten. Het nut van het gesprek hangt af van de houding van de deelnemers. Zit er een premier die zich de oren laat wassen en een Koning die zijn zin doordrijft, dan bewijst het gesprek de democratie geen dienst. Maar zit er een premier die niet bang is en een Koning die (mede daardoor) zijn boekje niet te buiten gaat, dan is het nuttig en in de toekomst, met de bewegingsruimte die Willem-Alexander voor zichzelf lijkt op te eisen, zelfs hard nodig.

Een meerderheid van de Kamer heeft ook moeite met de rol van de Koning bij de kabinetsformatie. Al wordt die invloed niet werkelijk gevoeld, want tijdens de laatste formatie, toen er veel kritiek was op de koninklijke ‘bemoeienis’, werd juist weer bewezen dat het toch de Kamermeerderheid is, die de doorslag geeft. Als de Kamer bij de formatie voortaan het voortouw krijgt, zal dit aan de uitslag dus niets veranderen. De Koning ‘uit de regering halen’, zoals Wilders wil, lijkt een kloeke daad, maar lost niets op. De bron van de maatschappelijke onvrede is namelijk niet de invloed van de Koning op de politiek, maar het feit dat terwijl burgers alles steeds meer zelf moeten uitzoeken, er nog altijd een familie is wier status en welvaart van wieg tot graf verzekerd is. Dankzij de burger, die haar met paleizen, boten en vliegtuigen op de been houdt. De Koning uit de regering halen, verandert daar niets aan, net zomin als het ‘ceremoniële koningschap’. Dat zou van de Koning een losgeslagen entiteit maken, wiens luxe leven alleen nog maar meer ergernis zou wekken en het maatschappelijke evenwicht eerder zou verstoren dan bevorderen. Het feit dat het erfelijke koningschap principieel botst met moderne opvattingen over zelfredzaamheid en verantwoording, is in het huidige politieke debat over het koningshuis de ‘elephant in the room’: het vraagstuk dat iedereen ziet, maar angstvallig met rust laat. Geen enkele partij – ook de PVV niet – durft te zeggen dat de monarchie moet worden afgeschaft omdat het principe uit de tijd is. Want de meeste Nederlanders, zo blijkt steeds uit enquêtes, houden van hun monarchie. En dus wordt geprobeerd om met aanpassingen de groeiende wrevel toch een beetje weg te nemen, zonder dat het koningschap in het geding komt. Maar als Nederlanders hun monarchie willen behouden, zullen zij de Oranjes hun privileges moeten gunnen. Wie enthousiast ‘oh’ en ‘ah’ roept als de gouden koets voorbijkomt, moet niet klagen over ‘poppenkast’ of dure kleren. Net als een huwelijk is de monarchie een totaalpakket. Met de glamour, de nostalgie en het saamhorigheidsgevoel, tekenen we ook voor de hofcultuur die de Koning om zich heen verspreidt. De premier moet een ingewikkeld spel spelen om de familie enerzijds te beschermen en anderzijds aan haar invloed het hoofd te bieden. Dit vergt veel tijd en energie, maar geen aanpassing van het systeem. Dat biedt namelijk al alle democratische waarborgen die je in deze hybride situatie kunt wensen. Als vertrouwen in de samenwerking tussen Koning en politiek desondanks ontbreekt, rest maar een conclusie: dat wij met het erfelijke koningschap niet meer uit de voeten kunnen. In dat geval moet de Kamer niet met schijnoplossingen komen, maar zo dapper zijn om Koninginnedag, gouden koets en kersttoespraak vaarwel te zeggen. Alles wat tussen dát en de voortzetting van het huidige systeem wordt ondernomen, is in stoere taal vermomde schuchterheid.

Daniela Hooghiemstra is historicus en journalist. Zij schreef samen met Dorine Hermans over het hofleven en werkt thans aan de biografie van de pacifistische onderwijshervormer Kees Boeke.