Goed idee, oud-spelers in ledenraad

Johan Cruijff wil dat oud-topvoetballers zich beschikbaar stellen voor de ledenraad van Ajax en deed een oproep aan oud-spelers.

Een goed plan?

Johan Cruijff deed gisteren een „oproep aan alle Ajacieden” in zijn column in De Telegraaf. Hij wil dat oud-topvoetballers zich beschikbaar stellen voor de ledenraad – de verkiezing is op 14 december – om een omwenteling bij Ajax te bewerkstelligen.

„Nu zit je met de kromme situatie dat de commissarissen en het bestuur geen topvoetbal-achtergrond hebben, maar toch moeten beslissen wie er geschikt is om trainer of directeur te worden. Juist in zo’n geval zou de ledenraad de leiding moeten adviseren. Nu heeft dan geen zin, omdat ook in de ledenraad geen topvoetbalverstand zit”, vindt Cruijff. Als voorbeelden van geschikte kandidaten noemt hij Marc Overmars, Tscheu La Ling, Edo Ophof, Peter Boeve en Keje Molenaar. Het idee kreeg veel positieve reacties.

Arend de Roever, voorzitter van de ledenraad: „Ik zou het fantastisch vinden als er meer oud-topvoetballers in de ledenraad komen die een positieve bijdrage kunnen leveren. Zij zijn van harte welkom. Maar voetbalkennis is er nu ook wel aanwezig. Al zijn het spelers van de amateurafdeling, zij hebben echt wel verstand van het spelletje. Het gaat alleen niet om aansprekende namen. De ledenraad benoemt bestuursleden en kan ze ook elk moment weer wegsturen. Van de 24 leden zijn er elk jaar 8 aftredend of herkiesbaar. Zij worden dus voor drie jaar gekozen door zo’n 200 man. Kandidaten moeten door twee leden worden voorgesteld. Over de directie en de NV heeft mijn college echter niets te vertellen. Het is de vraag of Ajax er nu mee geholpen wordt een nieuw bestuur samen te stellen. Met Leo van Wijk [vicevoorzitter raad van commissarissen Air France-KLM], ook een oud-voetballer van Ajax, en oud-minister Roger van Boxtel onder anderen, zit er voldoende kwaliteit in de ledenraad.”

Piet Keizer, oud-topvoetballer, erelid en vriend van Johan Cruijff: „De opmerkingen van Cruijff over de jeugdopleiding bij Ajax spreken mij erg aan. Ajax heeft behoefte aan nieuwe impulsen. In de top ontbreekt veel voetbalkennis en -ervaring. Binnen de club leeft de nodige kritiek. Er is veel steun en sympathie voor de ideeën en standpunten van Cruijff. Die worden breed gedragen. Als voorzitter Uri Coronel geen behoefte heeft met Johan te praten, is dat zijn persoonlijke opvatting. Niet het belang van de club Ajax, die hij toch vertegenwoordigt.”

Klaas Nuninga, voormalig voetballer en oud-bestuurslid van Ajax: „Het is sowieso goed als er meer oud-topvoetballers in de ledenraad zitten. Dat geldt ook voor de directie en het bestuur. Toen ik in 2005 vertrok is er nooit meer een oud-topvoetballer voor teruggekomen. ‘Lucky Ajax’ [bestaande uit spelers die meer dan honderd wedstrijden in het eerste hebben gespeeld] zou zich sterk moeten maken om alle leden op te roepen te gaan stemmen. Bij de procedure kun je vraagtekens zetten. Ook de amateurafdeling stemt op gelijke basis mee. In het verleden kwamen er weinig oud-topvoetballers naar de stemming. Je moet naar een jongere generatie van oud-spelers. Een groot deel van Lucky Ajax valt al af omdat leden vanaf zeventig jaar niet meer in aanmerking komen. Ik blijf het wel van belang vinden dat er in de ledenraad ook mensen zitten die verstand hebben van merchandising, marketing en sponsoring. Verder is het ook absoluut noodzakelijk dat Ajax een technisch directeur aantrekt om de langetermijnvisie te bewaken.”

Maarten Fontein, oud-directeur van Ajax: „Er moet een goede mix zijn tussen specifieke expertise en voetbalkennis van oud-spelers. Niet alleen in de ledenraad, ook in andere geledingen van Ajax. De club is aan de ene kant een bedrijf, aan de andere te afhankelijk van goedwillende vrijwilligers. Ik ging regelmatig naar Barcelona om met Cruijff te praten. Dat deden we met alle ereleden. Ook met oud-bestuurders als Michael van Praag en Arie van Os was er contact. Cruijff heeft een noodkreet laten horen. Hij doet dat niet uit persoonlijk belang, maar heeft het beste voor met Ajax. Zo’n legende mag je niet negeren.”