Gemartelde Britten krijgen vergoeding

Photo reviewed by US military officials shows Camp VI in Guantanamo Bay where 70 prisonners are detained October 23, 2010, on Guantanamo. Trial proceedings were set to resume October 25, 2010 for Canadian inmate Omar Khadr, the last Westerner at the US prison at Guantanamo, amid a flurry of activity that could lead to a plea agreement. The trial for 24-year-old Canadian, appearing before the revamped military tribunal set up by US President Barack Obama, resumes after a suspension in August when military defense lawyer Jon Jackson collapsed. The proceedings at the detention center on the US naval base located in Cuba were resuming even though another defense lawyer said talks on a plea deal were ongoing. AFP PHOTO / Virginie MONTET

De Britse regering betaalt een tiental Britten een schadevergoeding van in totaal enkele miljoenen voor martelingen die zij hebben ondergaan door of met medeweten van de Britse veiligheidsdienst.

Zeker zes mannen hebben verklaard gemarteld te zijn door medewerkers van de Britse veiligheidsdienst voordat ze naar Guantánamo Bay werden gevlogen. Ook drie andere overheidsdiensten zouden weet hebben gehad van de marteling en niet ingegrepen hebben. De dure, langdurige processen (er waren nu al naar schatting 60 overheidsadvocaten bezig met deze zaak) die in het verschiet lagen zijn afgekocht.

Daarmee wil de regering voorkomen dat er geheime informatie naar buiten komt over de handelswijze van de Britse geheime diensten MI5 en MI6, zegt NRC-correspondent in Londen Titia Ketelaar. “Wat de Britse regering heeft bereikt is dat geheime documenten niet in een openbaar proces terechtkomen. Het betekent niet dat het onderzoek van premier David Cameron naar de inlichtingendienst, dat parallel loopt aan deze zaak, ook stopt. Maar dat is achter gesloten deur.”

Dat dit een schuldbekentenis is, is helder, stelt Ketelaar. “De Britse rechter had al geoordeeld dat wat deze jongens is overkomen, los nog van de martelingen, indruist tegen het Britse recht. Je mag mensen niet onschuldig vastzetten. Dat was een schending van een fundamenteel recht. En de Britse regering wist ervan.”

Ketelaar sprak in 2004 en 2005 onder andere met de ‘Tipton Three’, drie van de voormalige terreurverdachten - vernoemd naar de Britse plaats waar ze woonden. Ze schreef over de vernederingen die er plaats vonden, “hoewel ze moeite hadden om daar met een vrouw over te spreken,” aldus Ketelaar.

Premier Cameron zei in juli dat de geheime diensten “verlamd waren door het papierwerk” dat de rechtszaken met zich meebracht. De nu overeengekomen schikking zou ruim baan moeten geven aan de voorbereiding van het officiële onderzoek naar de geheime diensten.