Europese machtsstrijd

Terwijl de eurozone in zijn voegen kraakt door de schuldenlasten van Ierland, Portugal en wederom Griekenland, heeft de Europese Unie zich in een bestuurlijke impasse gestort. De Europese Commissie heeft financieel nu geen speelruimte meer.

Aanleiding is een conflict tussen het Europees Parlement en de lidstaten over de begroting voor 2011. Het Parlement wil zich niet neerleggen bij de weigering van het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Zweden om het Parlement meer zeggenschap te geven over het budget, zeker niet nadat het eerder onder druk wel had ingestemd met een beperktere groei van 2,9 procent.

Op de achtergrond sluimert ook het idee de begroting minder afhankelijk te maken van nationale afdrachten, bijvoorbeeld door Europese belastingen te heffen. Het Parlement meent dat de politieke macht over de uitgaven alleen vorm kan krijgen als Europa directe inkomsten heeft. Kortom, een omkering van het adagium no taxation without representation waarmee de Amerikaanse onafhankelijkheid ooit werd bevochten.

Volgens staatssecretaris Knapen (Europese Zaken, CDA) zetten de volksvertegenwoordigers in Brussel met deze eisen „een voet tussen de deur” om bevoegdheden te krijgen die ze niet hebben.

Maar het valt te bezien of dat verwijt hout snijdt. Moreel is het Parlement niets te verwijten. Het conflict tussen Europees Parlement, Europese Raad en Europese Commissie gaat er niet om wie wat doet, maar draait om beslismacht. In het Verdrag van Lissabon, dat sinds dit jaar van kracht is, zijn de posities niet exact afgebakend. Er is wel vastgelegd dat het ‘financiële perspectief’, de meerjarenbegroting, een zaak is van Raad, Parlement en Commissie.

Het Parlement eist nu dat de lidstaten zich naar de geest van het Verdrag van Lissabon voegen. Nederland op zijn beurt wenst geen millimeter prijs te geven. Die houding is niet consequent. Als het om Griekenland gaat, wil de regering juist wel een voet tussen de deur. Maar dat doet er in dit gevecht niet toe.

In het verleden konden landelijke parlementen de strijd om het ‘budgetrecht’ alleen winnen door de uitvoerende macht af te knijpen van zijn financiële middelen. Die methode past het Europees Parlement nu toe. Maar het is de vraag of het daar verstandig aan doet. Het idee voor Europese belastingen alleen al mist hoogstwaarschijnlijk een electorale basis in de meeste lidstaten. Het Parlement heeft gelijk dat het zijn macht opeist en daarbij geëigende middelen inzet om Commissie en Raad op de knieën te krijgen. Maar de volksvertegenwoordiging moet er een verhaal bij hebben dat de burger politiek kan mobiliseren.