Engagement nieuwe stijl

De VARA is 85 jaar en dat moest gevierd worden. Tussen de coryfeeën door werd nog even de geschiedenis van de socialistische omroep aangestipt. Compleet met kraaiende hanen, een reidans op de Paasheuvel en de zelfgebouwde radio – uitgevonden om de werkende mens te vormen. Met datzelfde motief werden in die jaren omroepen opgericht om de luisteraars met christelijke, katholieke, vrijzinnig-protestantse en algemene boodschappen te inspireren.

„Van pakweg 1880 tot 1980 bestond één grote consensus tussen alle partijen: het volk moest verheven worden”, zei socioloog Bram de Swaan (1942) in een interview, zaterdag in de Volkskrant. „Maar de mensen van Veronica en de rijke zakenjongens die hen financierden, vonden dat helemaal niet. Er viel niets te verheffen, zeiden zij, het volk was goed zoals het was. Zij hebben dat verregaand gewonnen. Wat je nu ziet, is de hoon van de triomferende machten tegenover een kleine culturele elite die het eigenlijk al heeft afgelegd.”

Ik dacht terug aan de honende manier waarop PowNed afscheid nam van Harry Mulisch: straatinterviews met volk dat nog nooit van de schrijver had gehoord. Even later zag ik premier Rutte in het Jeugdjournaal verklaren dat hij het liefst piano speelt en luistert naar klassieke muziek. Wie weet werd Rutte wel tot de muziek bekeerd door de Zaterdagmatinee, waarmee de VARA zijn aanhang muzikaal stichtte op die heroïsch veroverde vrije dag. Nu geeft hij leiding aan een kabinet dat een streep zet door het Muziekcentrum van de Omroep: drie vermaarde orkesten en een koor die jarenlang bijdroegen aan de VARA-matinee. Daarmee trekt dit kabinet een triomfantelijke lange neus naar De Swaans culturele elite: het volk zoekt zélf wel uit waar het naar luistert. Symbolischer einde van een tijdperk is niet denkbaar.

Maar uit een interview in NRC Handelsblad van zaterdag klonk weer ouderwetse bevlogenheid op. De schrijver David Van Reybrouck (1971) van Congo stelde dat de generatie die nu in politiek en media de dienst uitmaakt, bang is „om zich te branden aan een engagement dat fout kan uitpakken”. Kwaliteitskranten en linkse partijen beschouwen het publiek te veel als klant, zei hij, terwijl het niet behaagd maar serieus genomen wil worden. „Een bepaalde vorm van standvastigheid lijkt mij van groot belang in deze turbulente tijden.”

Gloort daar een nieuwe dageraad?

tom rooduijn