De koningin aanpakken, dat moet je durven

De populariteit van de Oranjes slinkt, de roep om een moderner koningschap klinkt luider: maatschappelijker, minder politiek. Morgen praat de Kamer over het Koninklijk Huis.

Is er dan niets meer wat het was voor het koningshuis? Zelfs het Reformatorisch Dagblad, altijd een stabiele steunpilaar van de monarchie, had onlangs kritiek. „De zondagsheiliging is voor het prinselijk paar duidelijk geen groot thema”, schreef de krant nadat prinses Máxima op een zondag, 3 oktober, de Edison-muziekprijzen had uitgereikt.

De stemming rond het koningshuis is de laatste jaren sterk veranderd, constateren de Tweede Kamerleden die morgen de begroting van het Koninklijk Huis gaan behandelen. „Er is weinig heiligs meer aan”, zegt Ineke van Gent (GroenLinks). Volgens PVV-Kamerlid André Elissen is er nog een breed draagvlak voor de Oranjes, „maar er is veel kritiek op de privileges die zij hebben”. André Rouvoet, fractieleider van de ChristenUnie, ziet „een kritische ondertoon.”

Vorig jaar leverde vrijwel de hele Tweede Kamer kritiek op de kroonprinselijke deelname aan een vastgoedproject op het Mozambikaanse schiereiland Machangulo. Linkse partijen en de PVV hadden commentaar op de – in hun ogen – geringe financiële offers die het koningshuis bracht in tijden van economische tegenspoed en noodzakelijke bezuinigingen. De argumentatie maakte deel uit van een breed sentiment dat vraagtekens zet bij de uitzonderingspositie van de monarchie. Ineke van Gent: „Gelijke monniken, gelijke kappen. Aanbieden om zelf de kosten voor bijvoorbeeld het koninklijk schip De Groene Draeck te betalen, is dan niet genoeg.” En het VVD-Kamerlid Brigitte van der Burg stelt: „De inkomstenbelasting voor het Koninklijk Huis kan nog wat transparanter worden ingevuld, en beter aansluiten op hoe dit voor andere mensen is geregeld.”

Door de incidenten en kritische kanttekeningen in de Kamer zakten de immer hoge populariteitscijfers voor het koningshuis de afgelopen jaren van gemiddeld 80 naar rond de 70 procent. In de tussentijd ontplooiden de Oranjes niet veel initiatieven om met nieuwe dynamiek het tij te keren. Algemeen wordt dat toegeschreven aan de naderende troonsafstand door koningin Beatrix – voorzien voor uiterlijk 2012.

Intussen verhardde de sfeer, mede door verscherpte concurrentie tussen media en onder invloed van internet. Daar wordt elke stap van celebrities, met wie prinsen en prinsessen steeds meer gelijkgeschakeld worden, op de voet gevolgd en becommentarieerd. Illustratief voor het gure klimaat is de strijd die de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) uitvecht met de Volkskrant. Naar aanleiding van enkele kritische publicaties in het dagblad over de kroonprins twitterde de doorgaans deftige en afstandelijke RVD begin vorige week: „Zou de Volkskrant een keer ophouden met publiceren onjuiste info?”

Op het politieke toneel maakte het koningshuis kennis met de groeiende kracht van het rechts-populisme. Voor veel kiezers van de PVV is de monarchie geen onaantastbaar instituut, maar vooral onderdeel van het bestuurlijke establishment dat allerlei steken laat vallen. Vorig jaar bleek uit een peiling van Maurice de Hond dat de helft van de aanhangers van de PVV voorstander is van een republiek. De PVV-fractie is dat overigens niet. „Wij zijn absoluut pro-koningshuis”, zegt Kamerlid Elissen. „Maar de rol van de koning is wel aan modernisering toe.”

Die modernisering lijkt te moeten bestaan uit een minder bestuurlijke en meer maatschappelijke invulling van het koningschap. De PVV, die daarbij de toon zet, heeft een initiatiefwetsvoorstel aangekondigd om het staatshoofd formeel uit de regering te zetten en van diens functie een louter ceremoniële te maken. Vooralsnog is hiervoor geen meerderheid.

Wel schuift de PvdA, altijd warm voorstander van de manier waarop Beatrix het koningschap invulde, langzamerhand een stukje op in de richting van de PVV. De sociaal-democraten vinden dat de politieke rol van het staatshoofd flink beperkt moet worden. Kamerlid Pierre Heijnen (PvdA): „We moeten een kritische discussie voeren over de rol van de monarchie. Er mag geen schijn zijn van politieke invloed. Of het staatshoofd hiervoor per se uit de regering moet, daarover moeten we uitvoerig debatteren.”

Genoeg voornemens en debat dus, maar zal er in de praktijk veel veranderen? Er zijn nog weinig Kamerleden die al hebben aangekondigd niet meer te zullen ingaan op een uitnodiging van de koningin om eens langs te komen, zoals tot nu toe met enige regelmaat gebeurt. Ook het pleidooi van een meerderheid om de koningin niet meer de kabinets(in)formateur te laten aanwijzen, heeft vooralsnog een symbolisch karakter. Sinds 1971 heeft de Tweede Kamer zichzelf al het recht gegeven een kabinetsformateur uit eigen kring aan te wijzen. Maar daar is het door grote onderlinge verdeeldheid nog nooit van gekomen. ChristenUnie-leider Rouvoet: „Ik betwijfel of de nieuwe Kamer, als ze eenmaal geïnstalleerd is, erin zal slagen om zelf zowel een formateur aan te wijzen, als een heldere, werkbare opdracht te formuleren.”

Wat op den duur wel zou kunnen veranderen, is de inhoud van de wekelijkse gesprekken die premier en koningin op maandagmiddag voeren op Huis Ten Bosch. Wat kortere of minder politieke gesprekken zouden passen bij de wens van een Kamermeerderheid – VVD-Kamerlid Van der Burg spreekt bijvoorbeeld van hooguit „een afstemmingsoverleg”. Dit zou ook passen bij de stijl en lijn van premier Rutte, die de koningin bij de laatste kabinetsformatie niet veel ruimte gaf. Daarmee kan het klassiek koninklijke privilege in het gedrang komen om ‘geconsulteerd te worden, te adviseren en te waarschuwen’, een recht waarvan Beatrix volgens oud-premier Ruud Lubbers in zijn tijd „heel actief” gebruikmaakte.

Maar misschien heeft Beatrix’ opvolger daar niet zo’n probleem mee.