De gratis poppetjes zijn overal

Bij Albert Heijn krijgt de klant op het ogenblik Toy Story poppetjes, bij modeketen H&M is een speelhoek. Wat begon met de ballenbak van Ikea en McDonald’s, gebeurt nu overal: de kinderen worden vermaakt.

Sinds gisteren hangt er een briefje op de deur bij de lokale Albert Heijn: ‘de Toy Story poppetjes zijn helaas op’.

Mij hoor je niet klagen. Laatst moest ik me op één zaterdagmiddag in een winkelstraat in Amsterdam twee keer verdedigen tegen poppetjesgeweld. Eerst bij de kassa van een landelijke winkelketen. Ik wuifde het gratis speeltje weg dat me na besteding van tien euro werd toegestopt. „Dat zal uw kind u kwalijk nemen”, zei de jonge man achter de kassa. Ik keek naar mijn oudste (7), die gelukkig net de andere kant opkeek. „Ik denk dat het wel meevalt”, zei ik zo zachtjes mogelijk. „Nee hoor, álle kinderen sparen dit, ze zal het u kwalijk nemen.” Ik moest fermer uit de hoek komen voordat mijn dochter zich in het gesprek ging mengen. „Míjn kind niet, hoor.”

Vroeger kregen kinderen een plakje worst bij de slager. Ga je tegenwoordig naar een grote winkel, dan is er een complete speelhoek met computerspelletjes en andere blitse puzzels. Bij Ikea en McDonalds al jaren, maar nu ook bij kledingketen H&M, de ING Bank, de Bijenkorf, de apotheek en zelfs het stadsdeelkantoor. Zodat de kinderen zich niet vervelen. Of even tien minuten stil op hun ouders moeten wachten.

Moderne kinderen hoeven maar zelden hun mond te houden. Zich even gedeisd te houden. Dat leren ze ook niet. Op school misschien, maar daarbuiten: nee. Thuis is er de televisie, de dvd en de nintendo ds. In de auto trouwens ook, in restaurants en op de camping.

Overal wordt aan de kinderen gedacht. Geen restaurant zonder kleurplaten, geen supermarkt zonder uitdeelcadeautjes. De verzamelrages – gogo’s bij supermarktketen C1000, wuppies, voetbalstickers, Assepoester-, Sesamstraat- en Toy Storyfiguurtjes bij Albert Heijn, K3-boekjes bij Golff supermarkten – zijn bedoeld om die winkel populair te maken bij kinderen. Leuk voor het kind, minder vermoeiend voor de ouders, is het idee.

En zo moest ik me, op diezelfde zaterdagmiddag in die winkelstraat, even later opnieuw verdedigen. Mijn zoontje van drie en ik stonden in de rij voor de wc bij de McDonalds. Vlakbij een tafeltje waar een man en een vrouw zaten te eten. Ze zagen mijn zoon, pakten de plastic Tom & Jerry die ze blijkbaar bij de maaltijd hadden gekregen en riepen hem. Hij keek wat verbaasd en ik zei: „Nee, dank u, dat is heel aardig, maar het is niet nodig.” Ik wilde nog zeggen: als ik dáár aan begin, is het einde zoek. Ze keken elkaar verbijsterd aan. „Wat zegt ze?” vroeg de man op harde fluistertoon. „Hij mag het niet. Het mag niet van zijn moeder”, antwoordde de vrouw. Ze keken vol medelijden naar mijn zoontje die zijn blik alweer had afgewend...naar de gratis ballonnen bij de wc’s.

Er is nog een moeder die vindt dat ze zich mag verzetten tegen de merchandising van populaire figuren om kinderen te behagen: de Engelse schrijfster J.K. Rowling. Toen ze het filmcontract voor haar Harry Potter-boeken tekende, heeft ze bedongen dat er geen plastic poppetjes van Harry Potter en zijn vrienden bij hamburgers of frisdranken uitgedeeld mogen worden.

Frederiek Weeda