De directeur die rugpijn krijgt in zijn dure nieuwe auto

Is de autodealer aansprakelijk als je een wagen koopt met weinig hoofdruimte, waardoor je verkeerd gaat zitten en rugpijn krijgt?

De Zaak. Een bedrijf koopt voor de directeur een BMW 630i coupé voor 118.353,48 euro. De man maakt eerst een proefrit. Als de eerste vierduizend kilometer zijn gereden, krijgt hij rugpijn. Hij is 1,94 meter lang en zit toch niet zo lekker. De dealer verwijst hem naar een bedrijf dat ergonomische stoelen levert. Maar die biedt geen garantie dat een aangepaste stoel de klachten oplost.

De directeur voelt zich gedwongen een andere auto te kopen. Hij bespreekt eerst een inruil voor een ruimere BMW. Maar dat model staat de directeur niet aan. Hij besluit elders een Audi Q7 aan te schaffen, die bijna even duur is, 118.873,61 euro. Hij ruilt de BMW in voor 78.748,92. Hij schiet er dus 39.604 euro bij in.

Wat wil de directeur? Hij claimt ‘product falen’, dwaling en onrechtmatig handelen. Hij meent dat de verkoper hem, een zichtbaar lange klant, had moeten behoeden voor een te kleine auto, zeker nu het om een dure ging. De dealer heeft zijn ‘actieve zorg en mededelingsplicht’ verzaakt, vooral omdat hij wist dat autokopers kiezen ‘gebaseerd op emotie’. Achteraf vindt hij de coupé ook geen auto die je normaal kunt gebruiken, terwijl hij er toch op mocht vertrouwen er in te kunnen rijden. Dat de verkoper een lange klant niet behoedde voor de aanschaf vindt hij onzorgvuldig. BMW moet dus het inruilverlies betalen.

Hoe onderbouwt hij zijn claim? Een deskundige van de Technische Universiteit Delft zoekt uit of hij in de BMW coupé vergeleken met andere bestuurders ‘een gebruikelijk en lichamelijk acceptabel zitcomfort’ heeft. Dat blijkt niet het geval. Maar dat ligt aan hem. Hij blijkt een ‘uitzonderlijk lange romplengte van 103 cm’ te hebben. Ergonomisch verantwoord zitten is voor hem onmogelijk. Namelijk in een houding ‘waarbij zijn rug niet op korte termijn overbelast wordt en hij ook nog de verkeerslichten kan zien’. Als de bestuurder de stoel ‘in de correcte stand gebruikt’ dan is de ruimte tussen hoofd en dak maar 5 mm. De norm is 76 mm. Zijn knie is dan ook maar 5 mm van het stuur. De man zat vermoedelijk wat onderuitgezakt om dat te vermijden.

Wat zegt de rechter?Die weegt mee dat de eiser erkende dat zijn ‘extreem lange bovenlijf’ hem nooit was opgevallen. Bij het kopen van kleding was het geen factor. Rugpijn had hij nooit. Als de eiser het zelf niet wist, dan hoefde de autoverkoper dat ook niet op te merken. Van autoverkopers hoeft geen bijzondere ergonomische deskundigheid te worden gevraagd. BMW verkoopt dit model vaker aan lange mensen, zonder klachten. De deskundige vond evenmin dat iedere persoon van 1,94 niet in de coupé kon zitten. Maar alleen deze. Het is dus de bijzondere lichaamsbouw van de eiser die de problemen veroorzaakte. Niet de auto. Het inruilverlies is voor rekening van de koper. Evenals de proceskosten, ruim 3.800 euro.